Route 66

01 Hans van Mierlo spreekt Joop Den Uyl  bij D'66 congres 14-12-1969Mijn vader was van D’66, ik meer van Joop, en later ook nog wat blauwe maandagen PSP. Mijn vader hing posters van D66 voor het raam. Ik vond het niet kunnen. En toen hij tussen neus en nagerecht vertelde dat hij misschien wel in de gemeenteraad zou komen voor D’66, was een breed buldergelach zijn – onverdiende – lot. Nooit meer iets van gehoord.

D’66 was toen nog van HAFMO en van Jan Terlouw, nog voordat de krullenbollen binnen kwamen. D’66 piekte en daalde diep, en regeringsdeelname eindigde in tranendallen, tot bijna opheffing toe. Wie nu zeurt over electorale schommelingen: D’66 wist toen niet beter. NIks nieuws, dus.

En nu is D66 – zonder komma inmiddels – virtueel de grootste partij van het land. Zo raar kan het lopen. Route 66. De Gemeenteraadsverkiezingen van 19 maart leken wel een stille staatsgreep, zeker in de grote steden. Van splinter en klein links broertje is D66 nu na bijna een halve eeuw in het centrum van de macht. Het kan verkeren.

Ooit waren D’66 en de PvdA vrienden op links. Toen hamerde D’66 nog hard op de democratiseringstrommel, en de PvdA vond zo’n kleiner broertje wel leuk en handig. Het spel is veranderd. En de partijen staan elkaar naar het leven. Vier jaar geleden was D66 al uit op de sociaaldemocratische scalp hier in Amsterdam, en nu zie en merk ik hoe de afkeer van beide partijen hardgrondig wederzijds is.

D66 en GroenLinks hebben nu een groen pact gesloten voor Mokum, maar missen nog een derde partij. Ik kan mij niet voorstellen dat de nazaten van Joop tekenen bij het kruisje. De SP zie ik ook niet als de heilspartij. Dus wordt het VVD. En blijft de PvdA voor het eerst sinds het pleistoceen buiten het College van B&W. Wint mijn vader toch nog.

Smooth Operator

Childhood photo of David Geffen, Coney Island, NY. Photo courtesy of PBS

In 2000 reed ik met vrienden de historische Route 66 van Chicago naar L.A. en in eindpunt Santa Monica kocht ik een gesigneerd exemplaar van het boek The Operator van Tom King over David Geffen, de meest invloedrijke man in de Amerikaanse muziek- en filmindustrie, en één van de rijkste mensen in Amerika.

Ik kende de naam David Geffen wel, maar associeerde hem vooral met een voor in mijn ontwikkeling belangrijke periode in de jaren ’70 toen hij samen met Elliott Roberts het platenlabel Asylum Records (‘Crazy about music’) had en de grote motor was achter mijn seventies ‘helden’ The Eagles, Jackson Browne en J.D. Souther.

Dat Geffen zo groot werd en is, mag een klein wonder heten. Eigenlijk had hij alles tegen. Een verlegen, Joodse, homoseksuele jongen uit Brooklyn zonder veel talent. Maar Geffen bleek wel een enorm talent te hebben voor het herkennen en exploiteren van de talenten van anderen en hoe daar ongelooflijk rijk mee te worden.

Maar alles heeft een prijs. Zo beschermend en lief als Geffen kon zijn voor zijn artiesten en vrienden, zo meedogenloos en into your face kon The Operator zijn, en hij vergat nooit iets. Meedogenloos, egomaan, en tegelijkertijd altijd op zoek naar liefde, aandacht en erkenning. Ach, it’s that same old story.

Geboeid keek ik in Het Uur van de Wolf deze week naar de documentaire David Geffen wint altijd, een prachtig tijdsdocument en een boeiend portret van een smooth operator met de kracht van een atoombom. Aan de documentaire werkte Geffen mee, aan het boek van King ook, maar hij gaf het niet zijn zegen, het is ook nogal een hard en confronterend boek, eigenlijk exact zoals Geffen zelf.