Evil Ways

american_hustle4Het is eind jaren ’70. De Verenigde Staten likken de wonden van Watergate en Vietnam. Jimmy Carter is de nieuwe president die zich – na Nixon en zijn trawanten – graag afficheert als een Mr. Clean. Intussen hustlet iedereen zich door het leven heen met klein en groter bedrog.

Het fascinerende van de met lof overladen film American Hustle van regisseur David O Russell is dat niets of niemand is wat het of hij of zij lijkt. Het is net een groot schimmenrijk waarbij je telkens op het verkeerde been wordt gezet, goed niet echt van fout kunt onderscheiden, sympathieën telkens schuiven, en de plot eigenlijk ook weer uit een hoge hoed komt.

Christian Bale is een fantastische hoofdrolspeler, maar natuurlijk geen Amerikaan. Zijn enorme bierbuik is speciaal voor de film gekweekt. Amy Adams speelt een Britse achtergrond, maar komt uit Albuquerque, New Mexico. De sjeik die Atlantic City moet redden, is een Mexicaan. In de kofferbak die opengaat ligt nu eens geen lijk, maar een gloednieuwe magnetron. Het is steeds niet wat je denkt dat je ziet in American Hustle.

Het Amerika van American Hustle is het land van bedrog waar iedereen graag een graantje meepikt. Het is het land van de grote benzineslurpers, de te buigzame politici,  waar ambitie best wat mag kosten, en waar je bij grote projecten niet om de Maffia heen kunt. De enige FBI-agent die geen zin heeft om mee te doen in het spel van list en bedrog en set ups, wordt in elkaar geslagen door een verblinde Bradley Cooper (leuk, met mini-haarkrullers) en weggehoond.

American Hustle is een fantastische acteursfilm, rijk aan talent, waanzinnige wendingen, een fraai seventies decor, briljante pakken en brillen en kapsels, en met een prachtige soundtrack die mij direct terug sleurde naar mijn jonge jaren ’70 met zo perfect toepasselijke tracks van Steely Dan (Dirty Work), Santana (Evil Ways) en Paul McCartney ( Live and Let Die). Het verhaal schijnt deels waargebeurd te zijn. Schijnt. Maar welk deel? Gaat dat horen en zien.

Another 45 Miles

The Golden Earring mag eigenlijk niet ontbreken in de vaderlandse canon. De Haagse Nederbeatband van weleer – en vroeger met s achter Earring – bestaat formeel al meer dan 50 (!) jaar, hoewel de harde kern liever 1965 als startjaar aanhoudt, het jaar van de eerste grote hit Please Go.

Ik ben net iets ouder dan The Golden Earring, en het is dus niet gek dat ik met hun muziek ben opgegroeid, van de prachtige, in Engeland opgenomen hit That Day, tot Back Home en Another 45 Miles, en albums als Eight Miles High en Together. En ik was trots op de Earring en op Focus en op Schocking Blue die er iin de beginjaren ’70 in slaagden te scoren in de V.S. Radar Love, Hocus Pocus, Venus, wie kent ze niet..?

Maarten Steenmeijer, zelf groot fan en schrijver van het boek Golden Earring. Rock die niet roest, recenseerde dit weekend in de Volkskrant Golden Earring – De Amerikaanse droom van Robert Haagsma en Jeroen Ras. De schrijvers verhalen over de successen van de vier Hagenezen over de plas, maar ook waarom dat succes toch niet bestendigde. The Golden Earring was te weinig formatvast voor Amerikanen, en dus te lastig plaatsbaar.

Maar, ere wie ere etc., The Golden Earring speelde in de V.S. en in Europa met de groten der groten, en ondanks dat er uiteindelijk niets werd verdiend behalve (tijdelijke) roem en geestelijke rijkdom, tourde de band maar liefst tien keer door de V.S. met grootheden en helden als Led Zeppelin, The Who, Pink Floyd, Rush, Santana en Eric Clapton.

And the band played on. The Golden Earring speelt nog steeds, en bracht vorig jaar het album Tits ’n Ass uit, goed voor de nummer 1-positie op de vaderlandse hitlijsten. Dan ben je dus geen kwartet krasse knarren, maar een veteranenband met ballen die doorgaat ‘..tot ze erbij neervallen..’ Want ook als bijna mid-60’ers is er altijd nog wel Another 45 Miles to go…