Kramer vs. Kramer

kramer2De verloren finale van 1974. Rensenbrink tegen de paal tegen Argentinië. De val van Schenk. Hilbert van der Duim die nog een rondje moet. De strafschoppen van Seedorf. De foute wissel in Vancouver. Nederland verzakt zowat onder nationale sporttrauma’s.

Gisteren moest het gebeuren. Gisteren moest Vancouver uit ons systeem. Terwijl Kramer en Kemkers er al lang klaar mee zijn, was Nederland nog helemaal in de ban van vier jaar terug. In een interview vooraf aan de 10 kilometer, bleef de verslaggever het maar proberen bij Kemkers. De verhoormethode was bijna Noord-Koreaans.

En toen? Toen moest Sven het doen. Dat doen wat vier jaar geleden strandde door een foute wissel. Nu gingen de wissels goed. Maar reed Bergsma te hard. Of Kramer te langzaam. We werden 1, 2 en 3, maar de volgorde klopte niet, althans niet voor Kramer, en zo zitten we met het volgende nationale trauma.

Weer geen goud voor Sven op de 10. En wie zijn schuld was dat? Eigen schuld. De rug deed pijn. Nou, die van mij ook. Door het onder een verkeerde hoek half liggend naar de televisie kijken. Van sporten krijg je blessures. Maar mij hoor je niet klagen. Ik probeer het over vier jaar gewoon opnieuw.

Code Oranje

CodeOranjeHet is al ruim een week Code Oranje. ‘Wij’ grossieren in goud, zilver en brons op de schaats op de Olympische Winterspelen. Sinds vorige week zaterdag – de zege van Sven op de 5 kilometer – mag om de haverklap het olympisch vuur in het Olympisch Stadion worden ontstoken als huldeblijk aan weer een ijskanjer. Het eerste vuurtje was op mijn verjaardag. Ik heb het als verkapte verjaarswens met graagte geaccepteerd.

Weg is nu het Poetinbashen en de stem van verzet tegen het foute Rusland. Het goud schittert zo intens dat het verblindt. Nu is het tijd om te feesten, en achter de schermen gaan de Russen gewoon door waar ze mee bezig waren. Maar ons interesseert dat nu even niet. We zitten nu te navelstaren op .003 seconde en hoe de tijd op de televisie niet de echte schaatstijd is. Ik laat het me graag nog een keer uitleggen.

Wel vals dat die Smeekes tegen twee Mulderbroertjes moest rijden. Dat win je nooit. En om te bewijzen dat het schaatsen internationaal helemaal niets meer voorstelt, won een short trackende vrouw gisteren de metrische schaatsmijl en werden ‘we’ ook nog even achteloos 2, 3 en 4. Daar verdienen we eigenlijk een extra medaille voor.

De baas van Oranje was er ook, met eega, en met de baas van de ministers en de baas van de KLM die al IOC’end nieuwe verbindingen voor onze blauwe vogels regelt. Waar de vorst (hoe toepasselijk..) vroeger nog wel eens wat hockeymeisjes stevig wilde knuffelen, bleef Willy nu wel netjes in zijn VIP-vak, ofschoon de kledingvoorschriften wel wat strikter nageleefd hadden mogen worden. En er is ook nog zoiets als voorbeeldgedrag.

We zijn weer helemaal schaatsgek (of medaillegeil), maar oh ironie hier ten lande is de winter net een langgerekte natte herfst of een voortijdig invallend voorjaar. Volgens mij heeft het tot nu toe één nacht één graad gevroren. Niks natuurijs, geen ijsmeesters uit het vet, godzijdank geen ziekelijke elfstedenkoortsaanval.

En om het nog raarder te maken: het Amsterdamse Olympisch Stadion – gebouwd voor de Zomerspelen van 1928 – is omgetoverd tot een echte schaatsbuitenbaan waar straks de NK Schaatsen op wordt afgewerkt. Een vooruitziende blik van de stadiondirectie. Want met de Code Oranje die ons nu in de greep heeft, zou het wel eens een heel gezellige NK in prachtig lenteweer kunnen worden. Met alle klimaatveranderingen is schaatsen over 100 jaar een zomersport.