Zonder kroeshaar

RIJSWIJK-SINT EN PIETIk verbaas me over weinig, maar de bijna-burgeroorlog over Zwarte Piet doet mij fronsen. Hoe een toch tamelijk onschuldig oud kinderfeestje de lakmoesproef van wie fout en wie deugt is geworden. Ongenuanceerd zwart-wit (ja, sorry..) en met grote woorden en heftige verwijten.

Gelukkig hebben wij het poldermodel. Elk probleem kan in de polderblender en wordt teruggebracht tot een zouteloos maar werkbaar compromis. Zo is Zwarte Piet nu ook door die wasstraat gehaald, en ziet: Zwarte Piet is niet meer zwart, maar bruin. En Bruine Piet heeft geen oorbellen meer, geen grote rode lippen en ook geen kroeshaar.

Zwarte Piet is zo nog wel, maar is toch niet meer. Een probleem opgelost door al het scherps er af te slijpen. Raar is het wel. Want die Zwarte Piet – de negerslaaf – is nu onherkenbaar, want kroeshaarloos, en tot bruin gepoetst. Wie kan hier nu blij mee zijn?

Ik las dat Zwarte Piet (Bruine Piet, dus) nu ook op het paard mag zitten. Het klinkt als vooruitgang. Maar hoe zit het eigenlijk met de Sint? Die ontspringt tot nu toe alle dansen. Terwijl hij toch ook van gisteren is, een geloof van geldjacht en misbruik vertegenwoordigt, en met een zak watten de eminence grise loopt te spelen. Kan dat zo maar blijven?

Er deugt veel niet aan Sinterklaas. De roe, mee in de zak naar Spanje, de angst, de geverfde man, de wattenbaardman, maar het is een kinderfeest dat velen vreugde doet. Wie het niks vindt: hij of zij blijve er weg. Het standaardantwoord op al dan niet vermeend onrecht is bij ons maar al te vaak de roep om verbieden. Daar zou dat poldermodel eens wat creatiever mee om moeten gaan.