Dat zeg ik. GAMMA

whosafraid2Het mocht gisteren op de voorpagina van Het Parool. De terugkeer van Barnett Newmans Who’s afraid of red, yellow and blue III in het Stedelijk Museum is aanstaande. Het imposante werk van Newman werd twee maal gemold. Eerst door een psychoot met een stanleymes, daarna door de verfroller van een Amerikaanse restaurateur.

Het is een bijzonder werk van Newman. Ik las ergens het zinnetje ‘abstract, gedurfd en van bovenmenselijke proporties’. Imposant is het in ieder geval. Het meet 544 x 224 centimeter. Voor Gerard Jan van B. – hij vond abstractie in de kunst ‘een plaag’ – was de omvang van het doek een zegen. Hij kon niet missen met zijn mes.

Van B. vond daarna zijn aangepaste versie een meesterwerk. In de Verenigde Staten werd een gerenommeerde mafkees gevonden, ofschoon hij bij het tekenen van het herstelcontract hoogstwaarschijnlijk een betrouwbare indruk maakte. Maar Daniel Goldreyer vernielde het vernielde doek voorgoed. Hij klooide maar wat, tastte de verf aan, en schilderde het doek onherstelbaar over met een roller van Walmart, de Amerikaanse GAMMA.

Er is veel over gezegd en geschreven maar ook gezwegen. Goldreyer wapende zich met een leger advocaten en enorme dwangsommen. Een rapport over zijn gepruts verdween heel lang in die bekende onderste la. Nu is het er uit. En nu komt ook het doek weer naar buiten en binnen. Het is niet meer hetzelfde, maar het is wel hetzelfde doek. In vier (!) jaar verklooid tot ‘..een karikatuur van het oorspronkelijke schilderij’.

En Van B. kon het niet laten. De werken van Newman trokken aan hem als een magneet en moesten kapot. Hij vergreep zich, op zoek naar ‘zijn meesterwerk’ Who’s Afraid dat op dat moment (nog) niet te zien was, aan Newmans blauwe zee Cathedra.

In 1980 brachten The Dire Straits hun album Making Movies uit, de hoes ervan was een vierkante versie van Who’s Afraid, maar dan zonder het geel. Het verhaal vertelt niet of Van B. in die jaren ook al alle platenzaken afstruinde om zijn mes in de LP’s van The Dire Straits te zetten. Misschien zit hier wel een aardig filmscript in.

Beun de Haas

whois

Een Duitse toerist mag zich dinsdag voor de rechter verantwoorden voor het vernielen van een 17e eeuws rustbed in het Rijks. De jongeman had dat rusten te letterlijk genomen. Hij was er op gaan liggen voor een photoopp, maar dat trok de chaise longue niet. Het schijnt dat het rustbed het naar omstandighden redelijk maakt en volledig zal herstellen.

Dat volledige herstel zit er voor Barnett Newman´s ´Who´s Afraid of Red, Yellow and Blue III´ niet meer in. Na de aanslag met een stanleymes door Gerard Jan van Bladeren in 1986, gaf de Amerikaanse restauratuer Daniel Goldreyer het immense doek de genadeklap door het als een Beun de Haas te plakken, over te kalken en voor altijd onherstelbaar te vernielen.

Over de doden niets dan goeds, maar bij Goldreyer ligt dat toch lastig. Niet alleen was hij een slechte amateur, maar via duizelingwekkende lawsuits over reputatieschade poogde hij zijn geklungel ook nog in de onderste laden te houden. Dat lukte tot na zijn dood en tot vorige week toen de Raad van State besliste dat rapporten over de sloop door Goldreyer gepubliceerd moesten worden.

Het is maar raar verdeeld in de wereld. Het enorme portret van Mao blijft maar hangen op het Plein van de Hemelse Vrede (fijne naam, trouwens..). En dat terwijl de Grote Roerganger postuum de medaille verdient voor massaslachter van de 20e eeuw. Niemand die even bij Kalwei langs gaat en een stanleymes koopt.

Boeiend interview in de Volkskrant vandaag met Frank Dikòtter van de Universiteit van Hong Kong over Mao, geschiedenis, beeldvorming en dat het onder de grote leider nog veel erger was dan iedereen inmiddels wel kon weten. Toch wordt Dikòtter nog steeds bestookt door Maoïsten van Wenen tot Melbourne. Net als Goldreyer willen zij niet dat de waarheid op tafel komt. De reputatie van Mao in het Westen was deels gebaseerd op de blindheid van velen hier. Een soort relatie die Mulisch met Castro had. Wat je van ver haalt, moet wel lekker en goed zijn. Er zijn vele Beunen de Haas.

Tunnelvisies

Fietsonderdoorgang.Rijks

Gisteravond was het eindelijk zover. Na bezoek aan onze favoriete Japanse herberg, hadden we er best een kleine omweg voor over om gevieren door de tunnel onder het Rijks Museum te fietsen. Wat voelden we ons rijk, en bevrijd, na al die jaren van afsluiting en Hoekse en Kabeljauwse twisten over of de tunnel ooit nog wel open mocht, een dorpsrel van ongekende omvang.

We zijn weer vrij, we mogen weer, op enkele slots in het weekend na, maar ook die beperkende maatergelen zullen verdwijnen en dan is de oude Stadsmuseumpoort echt altijd weer open, en dan is het dus wachten op de eerste Italianen of Japanners die worden aangereden en bloedend afgevoerd, en dan begint het modderworstelen natuurlijk weer van voren af aan.

Maar ondertussen is het Rijks Museum een hit der hits, met files en rijen, na zo lang dicht en zoveel nachten wachten is een bezoek aan het Rijks een must. Wat een rijkdom nu in onze voortuin, het Rijks, het nieuwe Stedelijk dat het ook zo goed doet, het Concertgebouw dat dit jaar al 125 jaar klassiek is, en het opgeknopte Van Gogh dat nu nog wat geld zoekt om de ingang naar de museumpleinkant te verplaatsen.

Al dat moois en al die rijen vielen natuurlijk in het niet bij bijna 6 miljoen kijkers voor Anouk die met een lied dat niet paste tussen de wegwerppulp wel dat deed wat alle minvermogenden voor haar nalieten: een fatsoenlijke klassering scoren.

Eigenlijk treurig zo’n best mooi lied tussen het middle-of-the-road-afval, en daar gaan we dan massaal naar kijken en uit onze plaat. Zoals de klant bij de kapper zei: ‘we waren wel weer eens toe aan feestje.’ Zo is dat. Willy en Ajax was natuurlijk ook alweer lang her. En tegen Anouk en ESF kan geen fietstunnel of Nachtwacht op. We tellen weer mee in Europa. Of is dat ook een tunnelvisie?

Aai Amsterdam

Lijstjes, lijstjes, lijstjes. Vooral mannen zijn er dol op. Lijstjes geven overzicht en houvast. En voor marketeers geven lijstjes handvatten voor hun campagnes en de markten die moeten worden afgestruind. Zoals voor Amsterdam 2013, het jubeljaar van 400 jaar grachten en alles wat een x-aantal-jaren bestaat.

Amsterdam is terug van weggeweest. Alles was dicht en dood en lag open, en nu is het elan er weer, is het Stedelijk Museum weer op, is het Rijks Museum bijna open, een vernieuwd Van Gogh, en iedereen jubelt dat het een lieve lust is, van Artis-de-Partis tot het Koninklijk Concertgebouworkest.

En is het nu push or pull? Staat Amsterdam nu zo hoog op allerlei lijstjes omdat we zo ons best doen, of kunnen we lekker aan de weg timmeren omdat we het zo goed op lijstjes zoals die van Lonely Planet waar Amsterdam tot één van de hipste steden voor 2013 wordt geduid.

The New York Times slachtte eerst het vernieuwde Stedelijk, maar nu scoort Amsterdam waanzinnig in de recente lijst The 46 Places to Go in 2013. Amsterdam staat 6e op die lijst, maar zin en onzin van al die rankings lijken me evident, en wat vergelijk je nu eigenlijk?

Rio staat bovenal, vooral omdat je er in 2014 niet moet zijn omdat iedereen er dan is. En Amsterdam komt ook no Marseille, Nicaragua, Accra en Bhutan. Appels, peren, bananen en kiwi’s, vergelijkt u maar.

Professor Akkermans wist al wat belangrijk was: “Mijn naam wordt genoemd.” Dat telt. Iamsterdam. Amsterdam 2013. 400 Jaar Grachten. Wie z’n stad serieus verkoopt, gelooft in lijstjes. Lijstjes sell. Amsterdam vaart wel bij het stijgende toerisme. De helft van het stadsinkomen komt al uit buitenlandse handen. En dan hebben we die 1,3 miljard Chinezen nog niet op de thee gehad. Aai Amsterdam…

Vorstelijk verval

Ik heb te doen met onze vorstin. Beatrix zit in de hoek waar de klappen vallen. In haar herfsttij lijkt de macht die zij had of kreeg toegedacht als langzaam zand door haar handen te sijpelen. Vorstelijk verval.

Beatrix is kwetsbaar, en dat ruiken ze ook op het Binnenhof. Op een achternamiddag werd de koningin uit de kabinetsformatie gefietst, omdat haar rol niet transparant was en gewoon niet meer van deze tijd. Puh. Zal wel. Lekker belangrijk, denk je dan. En dat is het natuurlijk wel. Het laatste stukje echte macht – of noem het sturende invloed – van ons Koningshuis is nu verdwenen.

Wat rest is symboliek, samenbindendheid en decorum, maar dat laatste tocht ook wat weg. Kwetsbaarheid en verlies aan decorum komen mooi samen in het portret dat de Belg Luc Tuymans maakte van onze vorstin in bijna ruste. Het heet mooi H.M., en het hing op Beatrix te wachten in het nieuwe Stedelijk Museum dat zij gisteren mocht openen.

In de oudbouw met badkuip kreeg Beatrix een spiegel voorgehouden, een spiegel die een sterke vrouw laat zien die zich in haar nadagen afgedankt en alleen zal voelen, het gemis van haar man en haar zoon voelt en valt zwaar, en de zagers aan haar stoelpoten doen meer dan symbolisch sloopwerk.

Ik ben een republikein, maar niet erg fanatiek. Als we een vorstenhuis en een constitutionele monarchie willen, ga je gang. Zeur dan ook niet dat het wat kost, en geef het Oranjehuis iets meer te doen dan Prinsjesdag, de Dam op 4 mei, en het hoekhappen en zaklopen op 30 april.

Gisteren kwam onze vorstin in de republiek Amsterdam het Stedelijk Museum 2.0 openen en kwam zichzelf tegen. Iets zegt mij dat zij heel goed naar zichzelf kan kijken en een helder beeld heeft van zichzelf, haar rol en positie. Of iedereen dat om haar heen ook zo heeft, waag ik zomaar te betwijfelen.

Het vorstelijk verval van onze koningin is een natuurlijk proces, daar had de Tweede Kamer geen extra duwtje hoeven geven. En straks komen de politieke haantjes triomfantelijk naar buiten en roepen dat de formatie toch maar mooi met een dag of drie is versneld. Tel uit je winst.