This is the Endt

endt

Eerst was voetbal leuk, toen werd het een spelletje, toen oorlog, en nu is het een bedrijf. En een bedrijf betaalt 100 miljoen euro voor ene Gareth Bale (onthoud die naam..) en dat verdienen ze in Madrid ruim terug met de verkoop van peperdure shirtjes en dekbedovertrekken.

In een bedrijf zet je iemand die een paar keer grabbelt in een grabbelend elftal keihard aan de kant. Want anders kan het bedrijf niet renderen. En dat kost geld. Een bedrijf bouwt zekerheden in, en bevrijdt zich van overbodige ballast. Zoals Ajax deed met David Endt.

Endt was sinds mensenheugenis teammanager en spreekbuis van Ajax. Dat deed hij goed, liefdevol en met passie voor zijn club, het rood-wit, en de jongens die het ver zouden schoppen of diep zouden vallen. Maar een beetje bedrijf kan niks met zo’n Endt. Het is te soft, te vaag, het past niet in Excel, je koopt er geen brood voor en je verkoopt er geen shirtje extra door.

Ajax is zo’n voetbalbedrijf. Beursgenoteerd. Strak in het pak. Met een onwankelbaar geloof in Johan Cruyff, de Steve Jobs van het voetbal. Het roemruchte Ajax overgeleverd aan een ruziemaker en splijtzwam die nog nooit een coherente en begrijpelijke zin over voetbal heeft weten te debiteren. Het orakel van Betondorp. Hij van hullie en zij en geitenkaas.

Voetbal is een bedrijf. Ajax is een bedrijf. Met geloof in een JC, de initialen kunnen geen toeval zijn. En sinds dat geloof er is, wordt er geruimd. De een na de ander mag vertrekken uit en om de ArenA. Zo werkt dat.

En dus was het pats-boem ook exit voor David Endt. Hij mag nu pogen nog iets te halen uit zijn plotselinge vertrek. Aan zijn grote liefde vragen om een afscheidskus. Iets van geld of genoegdoening voor de scheurtjes in zijn hart. Voetbal was best leuk, maar nu verkopen we liever shirtjes. This is the Endt.

iJobs

JobsApple

Films over helden zijn zelden om aan te zien. Ze worden meestal gemaakt door fans die het kritisch vermogen missen om de held in al zijn – ook moeilijker – gedaantes te laten zien. Dus wat krijg je dan? Een saai opgelepelde autobiografie waarin de held de held speelt. Saai. En dat schijnt Jobs over Steve Jobs dus ook te zijn.

Jobs is Apple, en Apple is een geloof, en Steve Jobs was – en is ook nog na zijn dood – de profeet, de ziener, de heilige held, en profeten laat je in hun waarde. En daarbij komt: over de doden niets dan goeds. Nou, dan weet je wel wat voor film Jobs is.

Jobs blijft Jobs, maar Apple is wat minder Apple dan het was. Het zal niet voor niets zijn dat de top van het wereldmerk reikhalzend uitkeek naar de film over hun grote voorganger. Er was vast de hoop dat een succesvolle film het merk en de beurswaarde van Apple een flinke swing konden geven. Maar helaas: de film is aan alle kanten gekraakt.

Het is natuurlijk ook een rare contradictie. Het übercoole en innovatieve Apple en dan zo’n saaie mainstreamfilm over de grote baas en ziener en zelfverklaard profeet, dat haakt niet, dat raakt niet, en dat doet – helaas – dus ook geen recht aan iJobs. Verering is niet alleen eng en verstikkend, maar ook enorm contraproductief, en Appleonwaardig.

The New York Times was ongenadig. ‘Het zou Jobs tot waanzin hebben gedreven dat de nieuwe film over zijn leven de sexappeal van een poewerpointpresentatie heeft.’ Boem. The end.