Binnenhofmeester

Ferry-Mingelen-621x328

Het lijkt alsof Ferry Mingelen al een eeuwigheid verslag doet van op en om het Binnenhof. Hij moet Thorbecke nog hebben gekend. Maar aan alle moois komt een eind. Ferry Mingelen gaat eind dit jaar ‘op zwart’. Klaar. Aan de dijk gezet door de NOS die wil ‘vernieuwen.’ Vast.

Het is vandaag de dag moeilijk voorstelbaar, maar politici vonden die Mingelen ooit veel te pedant en aanmatigend. Met de komst van jakhalzen en aasgieren en valse slangen zoals Rutger, is Mingelen eerder een heer van stand die stand houdt in roerige quotepaktijd waarin je aan de premier gerust mag vragen of hij ‘..nog heeft geneukt.’ Andere tijden.

Ik weet eigenlijk niet wie ik leuker vind: Ferry Mingelen, of Thomas van Luyn die – geniaal – Ferry Mingelen speelt. Het illustreert echter ten overvloede wat voor een icoon Mingelen in een dikke drie decennia is geworden.

Mart Smeets hadden ze van mij er jaren eerder uit mogen donderen, maar Mingelen mag wat mij betreft best door tot z’n 67e of nog langer. Volgens mij zit er nog niet af nauwelijks sleet op bij Ferry. Dat geldt beslist niet voor alle politici waar hij mee te maken heeft. Mingelen is een Binnenhofmeester van de buitencategorie. Die schakel je niet zomaar uit.

Weergoden

Het weer. Niermand gaat erover. Niemand kan er wat doen. En toch – of juist daarom – raken we er maar niet over uitgepraat. Het weer is een complete industrie van weersites en weermannen en -vrouwen die zo uitgebreid over het weer ouwehoeren dat je aan het eind van de stortvloed al niet meer of nog steeds niet weet wat voor weer het wordt.

Toen de afgelopen week na het ontluikend voorjaarsweer een nieuwe winter dreigde, leek gans Nederland op slag depressief te zijn. We voelden ons bekocht, bestolen, en genaaid. Het valt me mee dat er nog steeds geen weerman is gelynched voor de aankondiging van een zware storing en onophoudelijke regen. Je zou er zo maar agressief en depressief van worden.

Nou valt dat depressief wel mee, zo las ik in het aardige stukje De mooiweermythe van Tonie Mudde in Wetenschap van de Volkskrant. Velen van ons zijn ervan overtuigd dat zonneschijn substantieel gelukkiger maakt, maar onderzoek staaft dat niet. Het aantal zelfmoorden rond de poolcirkel is niet hoger dan bij ons. In Groenland wel. Maar daar lijkt het eerder te komen omdat het maar niet donker wordt in de zomer.

Somberheid kan bij elke wisseling van de seizoenen toeslaan. Seasonal Affective Disorder, heet dat. Piet Paulusma beschermt zich daar konsekwent tegen. Wij hier ten huize denken dat hij zich voor elke uitzending wapent tegen welk weer dan ook wapent met een glas of drie, just to be on the safe side.

Ik zag trouwens dat Paulusma ook cijfers geeft aan het weer, aan barbecuen, en ook aan de ochtend- en avondspits. En daar kijken mensen dus naar. En vinden er weer iets van. En praten erover bij kapper en koffieautomaat. Of in een blog. Fantastich.

In datzelfde Wetenschapskatern een artikel van Martijn van Calmthout die niet naar de waan van de dag maar naar ijstijd en opwarming kijkt, de langere termijn dus. En dan leren we dat de aarde tot het begin van de vorige eeuw hard op weg was naar een koele periode.

Met de opwarming hebben we er eigenhandig een koele periode afgewend. Wat heet. Het is warmer dan ooit in de menselijke geschiedenis. Dat kunnen we dus wel. Lange termijn. Maar vandaag even beter weer bestellen voor morgen: dat gaat ‘m niet worden. Dat is aan de weergoden.

Hele dure schoenen

Silvie en Raffie doen heel erg hun best, Ali B. doet nu zelfs ook mee, en dan is er nog een Nikkie Plessen die ik nog niet kende, maar hoe iedereen ook jankt en z’n best doet, niemand haalt het bij Bram M. Daar gaan we nog heel lang lol aan beleven.

Deze week vlogen de olifanten weer eens door de porseleinkast. In de in de media uitgevochten burgeroorlog tussen de advocaten van Estelle Cruyff (Nico Meijering, de huidige, en Bram Moskowicz, de vorige), kwamen declaraties van Moskowicz naar buiten, en de beschuldiging dat hij zijn rol als advocaat en tv-persoonlijkheid niet goed kan scheiden.

Dat laatste leek me geen nieuws, die declaraties zijn smullen. Voor afspraken met zijn ex-client Estelle Cruyff – op zijn verzoek in het Amstel Hotel – bracht haar voormalig raadsheer € 125 per kwartier reistijd in rekening tot een totaalbedrag van € 1.500. Voor niet-ingewijden: de Moskowicz-burelen zijn echt maar drie steenworpen verwijderd van het Amstel. En het is ook niet chique om zelf een plaats te kiezen en dan je cliënt te laten betalen om er te komen. Minnetjes.

Ach ja, Bram Moskowicz, het zou bijna treurniswekkend zijn als de man niet zelf als een pyromaan telkens zijn eigen branden stichtte. Wat iedereen gemakshalve steeds vergeet is dat ‘de beroemdste strafpleiter van Nederland’ zelden of nooit een zaak van enige importantie heeft gewonnen, als hij ze al zelf deed. Raadsman-charlatan.

Nu lijkt Moskowicz ook zijn eigen zaak te verliezen en eerloos uit het vak gegooid te worden. Natuurlijk is dat de schuld van de deken, van zijn jaloerse collega’s en van de media die slechts deugen als ze zijn kant kiezen en zijn ijdelheid een camera en een scherm bieden.

Hein de Kort maakte er vandaag in Het Parool weer een prachtige cartoon over. De rechter vraagt Moskowicz waarom hij van die hoge reiskosten declareert terwijl het toch maar drie minuten lopen is. Het antwoord van Moszkowicz is hilarisch: “ik heb hele dure schoenen.” En het zijn hele sterke benen die in die hele dure schoenen passen en iets van weelde en waarde kunnen dragen. Het is nog wel even wachten op het eindsignaal.

Poppenspel

Hij kreeg het idee voor de serie toen hij las over ingesloten Duitse mijnwerkers die moesten wachten tot de reddingsapparatuur per trein was gearriveerd. Dat moest sneller kunnen, meende Gerry Anderson. En hij bedacht in 1963 de Tv-serie The Thunderbirds en hun International Rescue, de redders van beklemden, en de bestrijders van het grote kwaad. Ik vond het prachtig.

Al weer vele jaren terug zagen mijn kinderen The Thunderbirds, maar na enkele minuten hielden ze het voor gezien. “Papa, wat is hier nu aan?” Ze vonden het maar slome poppen en slechte trucs, zij waren in deze 21e eeuw wel iets geavanceerders en spannenders gewend, en gelijk hadden ze. In de re-run ziet The Thunderbirds er inderdaad uit als een zoldercreatie met wat special effects.

Maar in 1965, toen de serie begon op Tv, zal ik ademloos gekeken hebben naar de lotgevallen van de familie Tracy die met hun geavanceerde techniek, vliegtuigen en raketten een soort klein reddingsleger speelden, echt iets voor kleine jongetjes, en ik zweer dat mij toen nooit opviel hoe harkerig en houterig het toonde. Alles was toen harkerig en met de ogen van nu saai prutswerk, en op z’n best goed bedoeld, maar spannend was het.

Ik moet de serie ooit in zwart-wit hebben gezien, ofschoon de merchandise van Matchbox die het zo goed deed met verjaardagen en Sint natuurlijk in de echte kleuren was. Ik was een tikje jaloers op de jongens die de groene Thunderbirds 2 hadden, een wide-body vliegende raket met een uitschuifbaar laadruim met alles wat die arme Duitse mijnwerkers maar nodig gehad konden hebben.

De serie liep 32 afleveringen in drie jaar, en bereikte lang daarna een soort camp-cult-status, met re-runs op allerlei kabelnetten, en ik zag dat er zelfs Britse postzegels met de Thunderbirds zijn. Van houterig poppenspel tot erfgoed en serieuze status, het kan soms heel raar lopen.

Misschien had hij te lang te dicht op zijn poppen gezeten, of misschien was Gerry Anderson het anderszins ‘een beetje kwijt geraakt.’ Het Parool citeerde hem vandaag over zijn ambivalentie tegenover zijn eigen schepseltjes: “Ik kon alleen maar naar de fouten van de poppen kijken. Ze konden niet eens iets oppakken. Maar wie ben ik dat ik die poppen ga zitten bekritiseren? De hele wereld hield van ze.” Hield? Houdt! Thunderbirds Are Go!