Time Is On My Side

Stones3Twitter ontplofte vanochtend: The Rolling Stones komen naar Pinkpop. Grappen waren ook niet van de lucht: ‘eindelijk heeft organisator Jan Smeets musici die nog ouder zijn dan hij op het driedaagse muziekspektakel in Landgraaf.’ Maar Smeets flikt het wel. De Britse bejaardensoos is op 7 juni de absolute hoofdact van Pinkpop en van het ganse concertseizoen.

The Rolling Stones zijn bigger than life, hoe oud ze inmiddels ook mogen zijn. Image wint het van leeftijd. Gek is het wel. Bejaarde mannen die ons in de jaren ’60 en ’70 juist wilden laten geloven dat ouder worden het ergste was wat je kon overkomen. Pete Townshend van The Who verwoordde het prachtig in My Generation: ‘Hope I Die Before I Get Old.’

Townshend leeft nog, en The Rolling Stones ook, al wordt drummer Charley Watts vlak voor Pinkpop wel 73 en Mick Jagger overgrootvader.So it goes. Klassieke componisten werden doof of stierven aan tbc of een gebroken hart, blueszangers werden zeker niet oud, in de jazz was vroeg doodgaan aan de orde van de dag.

Maar over rock ’n roll waren geen afspraken of spelregels gemaakt. Onderweg ontvielen velen ons. Brain Jones, bijvoorbeeld. Joplin, Hendrix, Morrison, wie kent ze niet. Maar straks staan dus vier oude knarren op een zaterdagavond in Landgraaf. Time is on my Side zong Jagger al in 1964. And bloody right he was.

Another 45 Miles

The Golden Earring mag eigenlijk niet ontbreken in de vaderlandse canon. De Haagse Nederbeatband van weleer – en vroeger met s achter Earring – bestaat formeel al meer dan 50 (!) jaar, hoewel de harde kern liever 1965 als startjaar aanhoudt, het jaar van de eerste grote hit Please Go.

Ik ben net iets ouder dan The Golden Earring, en het is dus niet gek dat ik met hun muziek ben opgegroeid, van de prachtige, in Engeland opgenomen hit That Day, tot Back Home en Another 45 Miles, en albums als Eight Miles High en Together. En ik was trots op de Earring en op Focus en op Schocking Blue die er iin de beginjaren ’70 in slaagden te scoren in de V.S. Radar Love, Hocus Pocus, Venus, wie kent ze niet..?

Maarten Steenmeijer, zelf groot fan en schrijver van het boek Golden Earring. Rock die niet roest, recenseerde dit weekend in de Volkskrant Golden Earring – De Amerikaanse droom van Robert Haagsma en Jeroen Ras. De schrijvers verhalen over de successen van de vier Hagenezen over de plas, maar ook waarom dat succes toch niet bestendigde. The Golden Earring was te weinig formatvast voor Amerikanen, en dus te lastig plaatsbaar.

Maar, ere wie ere etc., The Golden Earring speelde in de V.S. en in Europa met de groten der groten, en ondanks dat er uiteindelijk niets werd verdiend behalve (tijdelijke) roem en geestelijke rijkdom, tourde de band maar liefst tien keer door de V.S. met grootheden en helden als Led Zeppelin, The Who, Pink Floyd, Rush, Santana en Eric Clapton.

And the band played on. The Golden Earring speelt nog steeds, en bracht vorig jaar het album Tits ’n Ass uit, goed voor de nummer 1-positie op de vaderlandse hitlijsten. Dan ben je dus geen kwartet krasse knarren, maar een veteranenband met ballen die doorgaat ‘..tot ze erbij neervallen..’ Want ook als bijna mid-60’ers is er altijd nog wel Another 45 Miles to go…

Old Men

Hope I die before I get old. Het is een legendarische regel uit de popklassieker My Generation van The Who, een compositie uit 1965 van de toen 20-jarige gitarist Pete Townshend. Maar Townshend werd oud en ging nog niet dood, net als zijn jaargenoten Neil Young en Rod Stewart, allen bouwjaar 1945.

Townshend, Young en Stewart schreven – with a little help from their friends – hun memoires, en Gijsbert Kamer mocht in de Volkskrant zaterdag de drie boeken van de nu pensioengerechtigde grootheden recenseren en vergelijken.

Praten over muziek (en daar dan weer over schrijven, for that matter) blijft een lastige. Natuurlijk kan het boeien hoe een song of een album ontstond, wie inspiratie bracht, welke ongelukkige liefde de brandstof bood voor een klassieke hit. Maar dan moet de muzikant van dienst er ook wel zin in hebben. Neil Young heeft dat overduidelijk niet.

Zijn Waging Heavy Peace is al net zo off-beat als zijn laatste albums. Daar gaat een held van me. Want wat was ik als protopuber weg van zijn album Harvest, met megahit Heart of Gold, en Old Man. Old Man take a look at my life, I’m a lot like you.. En nu kijkt Young dus naar zichzelf. Veel wijzer worden we er helaas niet van.

Pete Towsnhend gebruikt de makkelijke titel Who I Am om zijn moeilijke leven bloot te leggen, een jeugd van misbruik en levenslange therapie om met je ellende in het reine te komen. Dan is het erg verleidelijk om te denken dat zijn deaf dumb and blind kid, de hoofdrolspeler in zijn rock-opera Tommy, eigenlijk Pete is. Muziektherapie.

Het makkelijkste boekje komt van Rod Stewart en heet dan ook niet voor niets Rod. Simpel, geen fratsen. What you see is what you get. Nu mag je niets meer van Rod Stewart verwachten, maar ooit was hij een grote meneer en zijn Maggie May lag vaak op mijn draaitafel, net als het Faces-album A nod is as good as a wink…to a blind horse met Stay With Me, bijeen gegravelgekrast oor Stewart en de gitaar van Ron Wood.

Stewart is een open boek. De grootste verrassing voor mij is dat Stewart geen Schot is, maar een Londenaar. Voor hemzelf is het ook nog steeds een raadsel waarom hij zo gek is van Schots voetbal en mij daarmee zo lang op het verkeerde been had staan. Old Men look back. Rond Sinterklaas zit er vast wel muziek in. De enorme voorschotten van de uitgevers moeten wel worden terugverdiend.