De schiettent van Clint Eastwood

AmericanSniperIk had lang getwijfeld om te gaan, maar toen ik vandaag American Sniper had gezien, wist ik dat ik meer had moeten vertrouwen op mijn gut feeling: de 34e film van regisseur Clint Eastwood deugt gewoon niet. Tenzij je een die hard Republikein bent die vindt dat zo ongeveer de hele wereld bestaat uit nare mensen die het slechtste voorhebben met God’s Own Country en die je dus at will kunt omleggen.

Een flink aangekomen Bradley Cooper speelt de Amerikaanse supersluipschutter Chris Kyle die meer dan 160 Irakezen doodschoot. Eastwoord presenteert het bijna als een game. Elke moord lijkt gerechtvaardigd, want slechts gezien met Amerikaanse ogen. Tegenstanders zijn nare moordenaars, psychopaten en haatbaarden. Alle reden om ze massaal om te leggen.

Het is een naar soort patriottisme van vlag, volk en vaderland en een morele superioriteit waar je een naar soort kippenvel van krijgt. Ik denk dat Dick Cheney de film al een flink aantal keren heeft gezien, Clint Eastwoord verfilmt namelijk precies wat de vice-president altijd vond en vindt, The Good, The Bad & The Ugly.

We zien heel veel bad guys sterven in de schiettent van Clint Eastwood. Chris Kyle was goed in zijn vak. Een echte American Sniper. Maar Kyle werd zelf ook vermoord. In de V.S. Door een ex-marinier. Maar dat brengt Eastwoord niet in beeld. Want de moord van een Amerikaan op een andere Amerikaan past niet in dat verhaal van vlag en vaderland en van kameraadschap.

Evil Ways

american_hustle4Het is eind jaren ’70. De Verenigde Staten likken de wonden van Watergate en Vietnam. Jimmy Carter is de nieuwe president die zich – na Nixon en zijn trawanten – graag afficheert als een Mr. Clean. Intussen hustlet iedereen zich door het leven heen met klein en groter bedrog.

Het fascinerende van de met lof overladen film American Hustle van regisseur David O Russell is dat niets of niemand is wat het of hij of zij lijkt. Het is net een groot schimmenrijk waarbij je telkens op het verkeerde been wordt gezet, goed niet echt van fout kunt onderscheiden, sympathieën telkens schuiven, en de plot eigenlijk ook weer uit een hoge hoed komt.

Christian Bale is een fantastische hoofdrolspeler, maar natuurlijk geen Amerikaan. Zijn enorme bierbuik is speciaal voor de film gekweekt. Amy Adams speelt een Britse achtergrond, maar komt uit Albuquerque, New Mexico. De sjeik die Atlantic City moet redden, is een Mexicaan. In de kofferbak die opengaat ligt nu eens geen lijk, maar een gloednieuwe magnetron. Het is steeds niet wat je denkt dat je ziet in American Hustle.

Het Amerika van American Hustle is het land van bedrog waar iedereen graag een graantje meepikt. Het is het land van de grote benzineslurpers, de te buigzame politici,  waar ambitie best wat mag kosten, en waar je bij grote projecten niet om de Maffia heen kunt. De enige FBI-agent die geen zin heeft om mee te doen in het spel van list en bedrog en set ups, wordt in elkaar geslagen door een verblinde Bradley Cooper (leuk, met mini-haarkrullers) en weggehoond.

American Hustle is een fantastische acteursfilm, rijk aan talent, waanzinnige wendingen, een fraai seventies decor, briljante pakken en brillen en kapsels, en met een prachtige soundtrack die mij direct terug sleurde naar mijn jonge jaren ’70 met zo perfect toepasselijke tracks van Steely Dan (Dirty Work), Santana (Evil Ways) en Paul McCartney ( Live and Let Die). Het verhaal schijnt deels waargebeurd te zijn. Schijnt. Maar welk deel? Gaat dat horen en zien.

Road to Nowhere

nebraska-filmNebraska is zwart-wit. Bruce Springsteen koos een zwart-wit foto van het eindeloze landschap voor de hoes van zijn album Nebraska dat in 1982 uitkwam. Regisseur Alexander Payne kleurde zijn film Nebraska ook in breed zwart-wit met lichte filter.

Nebraska is het Middenwesten. Eén van die zogenoemde fly over states, de staten waar presidentskandidaten overheen vliegen maar nooit landen omdat er te weinig mensen wonen en er dus electoraal weinig tot niets te halen valt. Nebraska is leeg, desolaat, een prachtig decor voor de prachtige film die Payne maakte met veteraan Bruce Dern als hoofdrolspeler.

Het verhaal van Nebraska moet je vooral zelf gaan zien, alleen al voor het allemachtig-prachtige zwart-wit. De film heeft iets tragisch, gisteren, verval, verdriet, gemaakte keuzes en fouten, maar wordt toch zelden of nooit sentimenteel. En er is heel veel te lachen, ook al ademt alles veel van een verloren, weggewaaide Amerikaanse droom, de grijze grauwheid van een uitzichtloos bestaan.

Nebraska is een typische road movie waarbij de reis en de ontwikkeling van en tussen de karakters belangrijker is dan het reisdoel. Het reisdoel in de film – $ 1.000.000 in Lincoln, Nebraska – is so-wie-so onzinnig, maar leidt tot veel verwarring, jaloezie en zelfs een goedgeplaatste kaakstoot.

Eenzaamheid, heb- en drankzucht, geweld, uitzichtloosheid, het is de V.S. van nu, grijs, zwart-wit, leeg in menig opzicht. In zo’n land en zo’n wereld is het goed om elkaar te hebben. Nebraska eindigt niet vals-optimistisch maar wel warm, menselijk. Mooi hoor.

Smurphy’s Law

obesitas.vs

Obesitas is een groot probleem en het wordt alleen maar groter, letterlijk en figuurlijk. Drie weken Florida – incluis de nodige pretparken – hebben mij de ogen doen rollen en uitkijken. Steekproefsgewijs turfde ik rijtjes van tien wachtenden op te dikke mensen: 7, 4, 6, 5, 7…etc.

Ongezond, en niet om aan te zien. Van schrik krijg je zelf trouwens minder trek, en dat is dan wel weer handig. Het was ook onthutsend te zien hoeveel deze ellende de Verenigde Staten kost, en hoe de projecties voor de komende jaren er uit zien.

Lionel Shriver schreef het boek Big Brother over haar haar broer Greg die in 2009 stierf aan een hartaanval, gerelateerd aan morbide obesitas. Het klinkt nog een beetje leuk als in het begin van het boek zus broer na vier jaar no see van het vliegveld haalt maar hem eerst niet herkent. Is die vetklomp die door grondstewardessen wordt voortgestuwd mijn broer? Smerig en tragisch wordt het later als de overdadige ontlasting van Greg de riolering op hol jaagt. Ik heb het boek direct besteld. Smullen.

De andere kant van vies en vet en overvloedig zat als geestig bedoeld in de film Smurfs 2, waar een verjaarstaart van de kleine jongen helemaal ondersteboven is gecheckt op slecht voedsel, foute ingrediënten en zelfs de bordjes zijn pvc-vrij. Als de ‘foute’ stiefvader dan kipcorns met pinda’s uitdeelt, is het wachten tot de het ene ouderstel het andere gaat suen. Hoe je het ook probeert, alles lijkt goed te gaan, en dan gaat het toch mis. Smurphy’s Law. Als parabel bijna over de V.S.

Obesitas is een groot probleem in de V.S. Net als het gevangenissysteem. CNN berichtte vanochtend dat er weliswaar een geringe daling is in het aantal inmates in de V.S., maar dat het nog altijd gaat om een mensonterend aantal van bijna 1,6 miljoen mensen, veelal gerelateerd aan de grote war on drugs die helaas niet werkt.

Hervorming van deze ellende is echter net zo moeilijk als het te lijf gaan van obesitas. Veel gevangenissen worden gerund door bedrijven die jagen op winst en dus op meer gevangenen. Het klinkt sick, maar het is de harde realiteit. En hervormingen worden tegengewerkt door politici die weer het nodige lobbygeld van de gevangenisbedrijven in de zak mogen steken. Het is een miljardenindustrie.

A Million Miles Away

Hillary+Clinton+Arrives+Kabul+Karzai+Inauguration+KbTeLurLe0Fl

A Million Miles Away. Het is een prachtige metafoor voor de afstand die je ervaart als je geliefde weg is. of de enorme afstand die nooit te overbruggen valt. Niet voor niets namen namen als Rihanna, Rory Gallagher, Toto en Offspring nummers op met die titel.

Maar A Million Miles Away is niet alleen een song, het is ook de afstand die Hillary Clinton in haar vier jaar als secretary of state vloog, pendelend naar en van 112 landen, zoals op de foto net geland in Kabul. Veertig keer de wereld rond. Gezond kan het niet zijn. Maar wie ver reist, kan wel veel verhalen.

Maar niet Clinton doet dat, maar de in Libanon geboren BBC-journaliste Kim Ghattes. Zij reisde met Hillary Clinton mee in een Boeing met achterstallig onderhoud – het lijkt een metafoor voor de V.S. – en schreef er het boek The Secretary over, nu vertaald als Op reis met Hillary Clinton.

Dinsdag is Ghattes in Amsterdam en geeft voor het John Adams Institute een lezing in de Aula van de UVA. Daar ga ik heen. Benieuwd naar het verhaal van en achter die enorme wereldreis. Naar het verhaal over mevrouw de minister. En naar wat haar volgende verhaal wordt. Dat is nu nog A Million Miles Away, maar zolang ze geen ‘nee’ zegt, kan Hillary Clinton de volgende president van de V.S. worden.

Annie Get Your Gun

myfirstrifle

Vroeger, toen had je de Pennie Rekening van de Postbank, en My First Sony, ogenschijnlijk onschuldige en leuke manieren om jonge klantjes voor het leven te binden aan je bank of aan je electronicamerk. Maar het kan ook anders.

Want nu is er de Shishapen, het prettig smakende voorportaal voor het verslavende en dodelijke roken. En in de V.S. – waar anders? – is er de Crickett, My First Rifle om kleine Amerikaantjes in de beste traditie van Annie verslingerd aan guns te maken.

En natuurlijk gaat het dan ook mis. Zo schoot deze week Kristian van vijf zijn tweejarige zusje Caroline dood. Niet met een wapen van zijn ouders, maar met zijn eigen gun, een cadeautje dat hij een jaar eerder had gekregen. Zomaar een schietincident, zomaar een tragische dag in Burkesville, Kentucky.

Crickett Firearms produceert jaarlijks al zo’n 60.000 van deze Cricketts voor kids, in knalroze en diepblauw, en voor nog geen $ 100 per stuk. Zo ‘leren kinderen al op jonge leeftijd om een wapen veilig te hanteren..’. Zo market je een moordwapen in een land waar het aantal guns groter is dan het aantal inwoners, en waar de campagnes van tig Congresleden worden betaald door de wapenlobby.

En mijn dochters zijn targets voor de Shishapen die je met een prettige cola- of frambozensmaak vast de gang en de rites naar het roken wijst. Verslaven kun je leren. Zeker als er niet of nauwelijks controle is. Een mooi gat in de markt, de longen van mijn kinderen. Misschien leren ze dan wel de sigaret ‘..veilig te hanteren’.

Vliegende vulkanen

ICELAND-VOLCANO

Rare jongens, die IJslanders. Noemen hun vliegtuigen naar hun vulkanen. Terwijl die vulkanen nu juist zorgden voor lamgelegd vliegverkeer. Maar goed, nu vliegt sinds kort de Eyjafjallajökull, een nieuwe Boeing 757 van Icelandair, en die is in goed gezelschap, want alle toestellen van de IJslandse luchtvaarmaatschappij hebben een vulkaannaam.

Wij waren eerder dit jaar met zo’n vliegende vulkaan naar het ruige en toch zo hypergeorganiseerde IJsland en genoten van de blauwe lugune, geisers en watervallen, en het ruige land met uitzicht op – inderdaad – vulkanen. Een bijzonder eiland, leeg, woest, en ook een prachtige stop op weg van Europa naar de V.S.

In de nasleep van vulkaanuitbarstingen en monetaire erupties is IJsland steeds sterker aangewezen op toerisme datmet graagte harde valuta neerlegt voor al die natuurlijke verrassingen. Bijna een kwart van het eilandinkomen komt al van toeristen, en de energie dampt gratis de grond uit. Zo is een eiland met de populatie van een stad als Utrecht uiterst welvarend.

Maar het lijkt toch een beetje de Vikinggoden verzoeken, vliegtuigen als vulkanen, maar het is ook een teken van trots van de IJslanders op hun natuurlijke omgeving. En wij komen daar toch ook op af. Tenzij er net een vliegverbod is vanwege dampende en rochelende vulkanen. Elk voordeel heb z’n nadeel, zeg maar.

Ten Years After

US  Marines arrive to help Iraqi civilians destroy a statue of Saddam Hussein

Terwijl Noord-Korea de spieren nog eens oppompt, kijkt de wereld met heftige en volstrekt diametrale gevoelens terug op de Amerikaanse inval in Irak tien jaar geleden. Wat voor de een een logische, en volkomen rechtvaardige afrekening was met een fout en gevaarlijk regime, was voor de ander een schandalige inval zonder wettelijke basis en slechts gericht op het eigen economische belang.

Irak is een zwarate bladzijde in het Amerikaanse buitenlandse beleid, zoals er daarvoor ook al de nodige waren geschreven, en ik ben bang dat Irak ook niet de laatste pagina is. Zeker, Obama is geen Bush, maar ook Obama is een Amerikaan die te maken heeft met de vital interests van de V.S.

Irak was geen fijn land, en weinigen rouwen om de dood van Saddam Hoessein, maar de Amerikanen hebben van Irak een zo mogelijk nog grotere puinhoop gemaakt dan het al was, and they don’t give a shit. Wat een bliksemactie moest worden, werd een pijnlijke bezetting, een uitholling van het bestuur, en de facto een burgeroorlog die nog steeds voort woedt. Niet iets om over naar huis te schrijven.

Toch kun je voormalig vice-president Dick Cheney zo zijn bed uit bellen om de aanval nog een keer over te doen. Ik heb gefascineerd gekeken naar de documentaire The World According to Dick Cheney, en die wereld is overzichtelijk, rechtlijnig, keihard, en zonder scrupules of excuses. Cheney was de genius achter de aanval en de inval, en kon met alles wegkomen omdat de angst na 9/11 groot was, hij fantastisch kon manipuleren, en Bush geen idee had waar het over ging of waar het heen moest.

De interviewer vraagt Cheney wat zijn grootste fout is. Cheney komt niet verder dat zijn grootste fout dan maar is dat hij nooit nadenkt over zijn grootste fout, ook nu niet, Ten Years After. En Ten Years After is ook een Britse rockband, recent overleed hun front man Alvin Lee, en als of het voor het Irakdrama was geschreven, twee van hun hits waren I’m Going Home en I’d Love to Change The World.

Another 45 Miles

The Golden Earring mag eigenlijk niet ontbreken in de vaderlandse canon. De Haagse Nederbeatband van weleer – en vroeger met s achter Earring – bestaat formeel al meer dan 50 (!) jaar, hoewel de harde kern liever 1965 als startjaar aanhoudt, het jaar van de eerste grote hit Please Go.

Ik ben net iets ouder dan The Golden Earring, en het is dus niet gek dat ik met hun muziek ben opgegroeid, van de prachtige, in Engeland opgenomen hit That Day, tot Back Home en Another 45 Miles, en albums als Eight Miles High en Together. En ik was trots op de Earring en op Focus en op Schocking Blue die er iin de beginjaren ’70 in slaagden te scoren in de V.S. Radar Love, Hocus Pocus, Venus, wie kent ze niet..?

Maarten Steenmeijer, zelf groot fan en schrijver van het boek Golden Earring. Rock die niet roest, recenseerde dit weekend in de Volkskrant Golden Earring – De Amerikaanse droom van Robert Haagsma en Jeroen Ras. De schrijvers verhalen over de successen van de vier Hagenezen over de plas, maar ook waarom dat succes toch niet bestendigde. The Golden Earring was te weinig formatvast voor Amerikanen, en dus te lastig plaatsbaar.

Maar, ere wie ere etc., The Golden Earring speelde in de V.S. en in Europa met de groten der groten, en ondanks dat er uiteindelijk niets werd verdiend behalve (tijdelijke) roem en geestelijke rijkdom, tourde de band maar liefst tien keer door de V.S. met grootheden en helden als Led Zeppelin, The Who, Pink Floyd, Rush, Santana en Eric Clapton.

And the band played on. The Golden Earring speelt nog steeds, en bracht vorig jaar het album Tits ’n Ass uit, goed voor de nummer 1-positie op de vaderlandse hitlijsten. Dan ben je dus geen kwartet krasse knarren, maar een veteranenband met ballen die doorgaat ‘..tot ze erbij neervallen..’ Want ook als bijna mid-60’ers is er altijd nog wel Another 45 Miles to go…

Een ruime doodskist

Op het reisverlanglijstje blijft Japan maar stijgen. Daar helpt een sterk gedaalde yen ook bij. Net als een gezinsbrede voorliefde voor Japans eten. En enthousiaste verhalen van zij die ons voorgingen naar Nihon of Nippon, het land van de rijzende zon. Zo las ik dan ook met genoegen het artikel ‘Duur Tokio op zijn voordeligst’ van Peter de Waard in de Volkskrant dit weekend.

De Waard neemt ons mee door de mierenhoopmetropool, naar de karaokebar, de goedkope restaurantjes, hotels en hostels, en naar één van de capsulehotels in de wijk Shimbasi. Een capsulehotel is iets heel bijzonders. Het is alleen voor mannen. Volgens De Waard is het voor na-werk-drinkende-mannen die thuis niet meer halen en in hun ruime doodskist de nacht snurkend, hoetsend en rochelend pogen door te komen.

Een capsulehotel heeft heel veel weg van een mortuarium. Niet gek dus dat De Waard het heeft over ruime doodskisten waar je in kunt slapen. De hokken of lades zijn klein en op elkaar gepakt, maar het voordeel is dat je met je katerige hoofd iets later op kunt staan dan als je per spoor of metro uit de buitenwijken de stad weer in zou moeten.

De capsules deden mij denken aan de gekooide slaapplaatsen waar onze kleine dochters op de crèche hun middagslaapje moesten doen. Onze oudste dochter biechtte recent op dat ze het vreselijk vond zo achter die houten spijlen. Gelijk had en heeft ze. Slapen deed ze er ook niet of nauwelijks. Dus dat wordt geen capsulehotel als we ooit in Japan komen, nog los van dat vrouwen er niet welkom zijn.

De seksindustrie in Tokio is omvangrijker dan de Wallen hier en Bangkok samen, maar richt zich niet op toeristen, zo begrijp ik. Japanse vrouwen zijn er voor Japanse mannen. ‘Only Japanese.’ Dat wordt ‘m  dus ook niet als we naar Japan gaan. Maar voor willige buitenlanders zijn er in Tokio wel vrouwen van Chinese of Filippijnse afkomst.

Maar de spaarpot is al omgekeerd dit jaar en het wordt weer de V.S. Japan moet wachten. In de tussentijd zullen wij graag Japans blijven eten. Dat De Waard zijn verhaal eindigt met een stukje over Tsukiji, de grootste vismarkt ter wereld, maakt ons zeker niet minder hongerig om de komende jaren oostwaarts te gaan. Wil ik wel even stiekum in zo’n capsulehotel kijken, hoewel de slaaplijkenhuizen eigenlijk ook niet voor toeristen zijn bestemd.