Stadsverwarming

Het belangrijkste nieuws deze week in Amsterdam was dat een bekende biefstukbakker ruim 60 jaar paard voor rund had geserveerd. Nu serveert hij rund en paard, en is het drukker dan ooit. Het kan verkeren. Deze decennialange leugen had Steakhouse Piet de Leeuw ook de kop kunnen kosten. Imago en reputatie zijn immers alles. Toch?

Het imago van de stad Amsterdam was decennialang een zak met botjes, verspreid en uitgeworpen over tal van deskundige gremia en clubjes die elk met weinig centen en een overdosis bravour de markten alhier en overdaar afstroopten op zoek naar nieuwsgierig volk dat wel oren had naar Amsterdam. Dat kon best wat professioneler. En vooral ook meer samen.

Nu is er een centraal bureau Stadsverwarming, Amsterdam Marketing, met als opperhoofd Frans van der Avert, vandaag uitgebreid geportretteerd en aan het woord in PS van Het Parool. Citymarketing these days is serious business. De Amsterdamse motor draait voor de helft op buitenlandse toeristen en portemonnees. Dus de professionele verkoop, de marketing en de promotie van Amsterdam is geen luxe, maar noodzaak.

En wij, Amsterdamse stervelingen, zien te weinig hoe fraai onze oude stad eigenlijk is. Wij zijn het gewend, en ziende blind. Internationaal kun je wel voor de dag komen met die prachtige Grachtengordel, dat oude stadshart dat zeker Amerikanen volstrekt onbekend voorkomt. En dan hebben we ook nog De Nachtwacht, Van Gogh, Hermitage, de Wallen, coffeeshops en die hoogbezongen tolerantie waar wij onderling vaak zo weinig van merken.

Met I amsterdam als creatief uithangbord is Mokummarketing uiterst succesvol, hoewel je daar natuurlijk ook de kip-ei-discussie op los kunt laten. Hoe moeilijk kan het zijn deze unieke stad een beetje fatsoenlijk en professioneel te marketen? Het verleden laat echter zien dat het niet vanzelf en niet vanzelf goed ging. Kip, dus. Of ei.

Fijn wel dat Van der Avert nog even voor leken het verschil tussen vertrutting en goede smaak verklaart. Het verbieden van grachtpissen is geen vertrutting. Ons Unesco-erfgoed is geen openbaar riool. En verder moeten we in het oude stadshart er met z’n allen iets moois van zien te maken, op een heel klein gebied. Dat was in de Gouden Eeuw al zo. Zoveel is er niet veranderd. Alleen was er toen nog geen citymarketing.

Aai Amsterdam

Lijstjes, lijstjes, lijstjes. Vooral mannen zijn er dol op. Lijstjes geven overzicht en houvast. En voor marketeers geven lijstjes handvatten voor hun campagnes en de markten die moeten worden afgestruind. Zoals voor Amsterdam 2013, het jubeljaar van 400 jaar grachten en alles wat een x-aantal-jaren bestaat.

Amsterdam is terug van weggeweest. Alles was dicht en dood en lag open, en nu is het elan er weer, is het Stedelijk Museum weer op, is het Rijks Museum bijna open, een vernieuwd Van Gogh, en iedereen jubelt dat het een lieve lust is, van Artis-de-Partis tot het Koninklijk Concertgebouworkest.

En is het nu push or pull? Staat Amsterdam nu zo hoog op allerlei lijstjes omdat we zo ons best doen, of kunnen we lekker aan de weg timmeren omdat we het zo goed op lijstjes zoals die van Lonely Planet waar Amsterdam tot één van de hipste steden voor 2013 wordt geduid.

The New York Times slachtte eerst het vernieuwde Stedelijk, maar nu scoort Amsterdam waanzinnig in de recente lijst The 46 Places to Go in 2013. Amsterdam staat 6e op die lijst, maar zin en onzin van al die rankings lijken me evident, en wat vergelijk je nu eigenlijk?

Rio staat bovenal, vooral omdat je er in 2014 niet moet zijn omdat iedereen er dan is. En Amsterdam komt ook no Marseille, Nicaragua, Accra en Bhutan. Appels, peren, bananen en kiwi’s, vergelijkt u maar.

Professor Akkermans wist al wat belangrijk was: “Mijn naam wordt genoemd.” Dat telt. Iamsterdam. Amsterdam 2013. 400 Jaar Grachten. Wie z’n stad serieus verkoopt, gelooft in lijstjes. Lijstjes sell. Amsterdam vaart wel bij het stijgende toerisme. De helft van het stadsinkomen komt al uit buitenlandse handen. En dan hebben we die 1,3 miljard Chinezen nog niet op de thee gehad. Aai Amsterdam…