Rijks Dag

Rijksmuseum-Amsterdam-La-Ronda-di-notte-presa-dassalto-dai-fotografi

Op tien jaar is het nog maar een spatie, de paar dagen die ons nu nog scheiden van de officiële opening vlak voor haar eigen sluiting door Koningin Beatrix van het Rijks Museum, voorheen beter bekend als het Rijksmuseum.

Nog maar vijf nachten wachten, en dan is de schatkamer van onze helden weer openbaar kunstbezit en is het drama van politiek gekrakeel en vertraging polots opgedroogd en kan het weer gaan over waar het over moet gaan: genieten van kunst.

Ik was zo bevoorrecht om gisteren in de voorvertoning het nieuwe oude museum te mogen bezichtigen, en ja, het is prachtig, ofschoon ik me met moeite kan herinneren hoe het er bij mijn laatste bezoek een dik decennium geleden dan precies uitzag.

Het was – het kan geen toeval zijn met zo’n PR – ook nog een prachtdag gisteren, de eerste lentedag in de lente, een dag voor een Rijks Dag, en in bijna twee uur snoof ik al heel veel op van wat straks zeker meerdere bezoeken waard gaan zijn.

Maar na de opening kunnen we ook allemaal weer een beetje normaal gaan doen. Want de overdrive waarin dit Rijks Museum op ons aller netvlies wordt gebrand, kent geen grens of rem meer. Een enorm voorspel met gepland orgasme op zaterdag.

Ik verwacht dat Wim Pijbes vrijdag naar buiten komt met het verzoek om het Rijks Museum op de lijst van wereldwonderen te plaatsen. Want daar zou je nu toch wel in gaan geloven met al deze hallelujah, jubel en zelf opgepookte fanfare.

Moest Het Melkmeisje van Vermeer nu echt op de vlapakken van AH?  Van dattum, dus. De kunst van beheersing. Die is er na zaterdag weer, hoop ik. En al dat moois. Maar dan is er nog die fietsonderdoorgang…

Een onzichtbare hand

Ik ben meer van Vermeer dan van Rembrandt. Meer van Delft dan van Leidsche Rijn. Mooi dat museumdirecteur Benno Tempel – wat een toepasselijke achternaam – Gezicht op Delft koos als meesterwerk om in Volkskrant Magazine tentoon te stellen.

Wat een pracht, macht en kracht, wat een details en wat een compositie, en hoe dieper je in het platte doek duikt, hoe meer Vermeers onzichtbare schilderhand op fotografie lijkt, en dat is knap want de fotografie werd pas een kleine twee eeuwen na zijn kijk en Gezicht op Delft uitgevonden. Grappig dat Tempel zegt dat je de werking van het schilderij nog het best ervaart door het op zijn kop te hangen.Spannend idee. Doen.

Van Delft 1660 naar het China van nu is een bijzondere tijdreis, zeker als je uitkomt bij het bijzondere werk van Liu Bolin, één van de bekendste Chines kunstenaars nu. Bolin maakt werken waarin hijzelf onderdeel van het werk wordt door er bijna in op te gaan, in te verdwijnen, zoals – afgebeeld – in de uitstalling van een Amerikaanse tijdschriftenwinkel.

Zo is Bolin de onzichtbare man en dat zien velen als artistiek verpakte kritiek op zijn China, waarin mensen zo maar kunnen verdwijnen, van het ene moment op het andere, weggenomen door een machtige onzichtbare hand, zoals ook de dissidente kunstenaar Ai Wei Wei overkwam. Bolin zegt niet bang te zijn, maar ook hij kan niet al te zeker zijn dat hem niets overkomt. Populariteit kan je beschermen, maar ook nekken. Chop chop.

Hiding in the City noemde Bolin zijn imposante reeks foto’s, en ook die titel heeft iets dubbels, het verstoppen in de grote stad, maar je er ook semi-veilig weten omdat je op kunt gaan in de massa, zoals Bolin letterlijk en met heel veel uithoudingsvermogen in het maakproces opgaat in zijn eigen kunstwerk. Dat ik-statement is natuurlijk heel bijzonder in het enorme China waar wij altijd belangrijker was dan jij en waar een onzichtbare hand je een rotklap geeft.