Fontein van gouden klanken

Armin.Prins

Zo, de zon straalt over ons oneindig laagland. Mei. Gorter. Een nieuwe lente en een nieuw geluid. In een oud stadje, langs de watergracht, daar was het feest, almaar feest, van de koningin die koning werd en de prinses koningin, er was twee minuten stilte, bevrijding en weer een kampioenschap. De Boer, hij ploegde voort en oogstte weer.

Het volk kan er weer even tegen. Het volk staat massaal op straat en gaat massaal de straat op, gesterkt door een nieuwe koning, een baken in crisistijd, een verzetje, een zetje in de rug, bijna driekwart van ‘ons’ ziet het helemaal zitten met de nieuwe koning. Er is een nieuw vertrouen en elan, als je de monarchale media mag geloven. De Dow Jones zou er spontaan van omhoog schieten.

Denkend aan Holland zag Marsman die breede rivieren, ondenkbaar ijle populieren, en de lucht die laag hangt. Vier jaar later vielen de Duitsers binnen. Veel van onze naiviteit kwam nooit meer boven. Maar gelukkig is er het sprookje van Oranje dat ook in Londen in de oorlogsjaren zo levend werd gehouden door Wilhelmina en Radio Oranje. Maar goed, zon erover, we kunnen er weer even tegen. Even waren crisis en Europa ver weg.

Dat Wilhelmina zin had in wat minder democratie na de oorlog is een oud verhaal. Willem nu kent zijn plaats. Jammer dat zijn lijfgarde die enkele verdwaalde republikein op 30 april niet met rust kon laten. Ook jammer was dat het schuifje van Armin van Buuren niet werkte. Die Bolero van Ravel had wel wat bewerking verdiend. Een fontein van gouden klanken. De winter is dood. Leve de lente.

Daar komen de buren

duitse inval

Het recent opnieuw uitgezonden Wo ist der Bahnhof? uit 1985 van Koot en Bie, geldt inmiddels als een nieuwe maatstaf van denken over het verzet in Nederland in 1940-1945. De gisteren gestarte vijfdelige Tv-serie Die 5 dagen in mei laat zien hoe de Tweede Wereldoorlog in Nederland begon.

Niet iedereen zat in het verzet, zoveel is wel helder. En ook niet alle politie was fout in de oorlog en op jacht naar verzetstrijders en Joden. ‘Politie verleende ook steun aan verzet’ aldus Ad van Liempt van wie dezer dagen zijn nieuwe boek De jacht op het verzet verschijnt.

Heldendom, lafheid, geschiedvervalsing, en de winnaar die altijd het verhaal mag schrijven. Ons leger zou heldhaftig hebben gestreden in de meidagen, maar was geen partij voor de superieure Duitsers. Fietsen tegen tanks, zoiets. In het eerste deel van Die 5 dagen in mei wordt dat beeld een stuk genuanceerder en menselijker.

De Duitse inval in Limburg was ook Daar komen de buren, en plots moest je schieten op jongens waar je vorige week nog mee voetbalde en in de kroeg hing. Het was hij of ik. Dat was het kleine verhaal, mooi en met nog veel natte ogen verteld door de nu stokoude grote jongens van toen aan beide kanten van de grens.

En net zoals Gé Temmes zijn ‘Do ist der Bahnhof’ de Duitse nederlaag niet versnelde, zo kon een slecht uitgerust en ouderwets leger en het opblazen van enkele bruggen de opmars van het Duiste leger in die eerste oorlogsdagen niet vertragen.

Nederland hield het vijf meidagen vol, met het bombardement op Rotterdam als tragische finale. Mijn moeder zag haar stad branden. Het maakte levenslang indruk op de bijna middelbare scholiere.