Afgefakkeld

Het was voorbij dat het was begonnen. De finish lag voor de start. Het leek zo’n mooie gedachte. De Olympische Spelen na exact een eeuw weer terug in Nederland. Maar het komt er niet van. Het Parool brengt vandaag de reconstructie ‘Hoe het vuur voor 2028 sissend doofde.’

Hugo Logtenberg en Bas Soetenhorst hebben voor Het Parool onder de tapijten van poltiek en sport gekeken en reconstrueren hoe de Olympische ambitie hier in de kabinetsformatie op een achternamiddag effectief de nek om werd gedraaid. Hoe bizar. En hoe ontijdig. Maar dat is de prijs die je betaalt voor bange politiek.

Politiek die naar polls kijkt – dit wil het volk niet – en die in tijden van economische tegenwind niet verder kan kijken dan overmorgen, laat staan naar een serieuze aanloop voor het hoogspringen richting 2028. Ooit gleed Amsterdam keihard uit in het licht van de schijnwerpers, nu ging in de achterkamertjes het licht niet eens aan. Geen risico’s. Geen ambitie.

De reconstructie leest als het bekende verhaal van heel veel belangrijke mannen die vooral niet zoveel met elkaar hebben en willen delen, en heel veel strategen die precies weten hoe het moet, maar feitelijk ook geen pak in het bekende pakje boter trappen. En wie steeds maar praat over een stip op de horizon zal ook nooit Olympische Spelen krijgen.

Het had zo mooi kunnen zijn, honderd jaar na 1928, het had zo’n prachtige puls voor Nederland kunnen zijn, Randstadspelen met Amsterdam als flagship, een internationaal uithangbord en etalage voor onze kennis en kunde, voor onze VOC-mentaliteit zoals de grote pleitbezorger voor de Spelen 2028 Balkenende het zo mooi verwoordde.

Gemiste kans, afgefakkeld voordat het vuur ging branden. Niks VOC-mentaliteit, dus, want dat ging uit van investeringen en risico’s. Hier werd het weggeveegd in een bezuinigingsverhaal. Geen experimenten, geen gedoe. Waarin een voorheen nog wel eens groot land klein kan zijn. Maar straks allemaal weer bierslempend voor de buis terwijl we gewoon eerste rang hadden kunnen zitten. Meedoen is niet belangrijker dan winnen, niet-verliezen is het belangrijkste.

Die VOC-mentaliteit

Morgenavond begint De Gouden Eeuw, een prestigieuze 13-delige tv-serie van NTR en VPRO over de roemrijke, en nog altijd fascinerende Gouden Eeuw waarin ons land in wording schijnbaar in no time één van de leidende handelsnaties ter wereld werd en een aantal decennia wist te blijven.

De Gouden Eeuw geurt naar succes, naar macht, rijkdom en bezit, naar kruiden en thee, naar bloed en geteerde schepen. Voor velen is de Gouden Eeuw de mooiste periode uit onze relatief korte geschiedenis. Niet voor niets vond toenmalig premier Balkenende dat het kniezende en vastgelopen polderland wat meer van Die VOC-mentaliteit moest tonen.

Balkenende werd uitgelachen en beschimpt, want heel politiek correct werd hij om de oren geslagen met wat die VOC-mentaliteit ook betekende: moord en doodslag, plunderingen, zelfverrijking, slavenhandel. Aan die slagzijde van onze mooiste tijd wilde lang niet iedereen worden herinnerd.

Maar het kan raar lopen. De Gouden Eeuw is springlevend. En vooral zo springlevend omdat we er plots onszelf in zien, onze eigen tijd, onze eigen zorgen en uitdagingen. Globalisering, immigratie, urbanisatie, tolerantie, fundamentalisme. We hadden het toen, we hebben het nu, en dan doen we er ook nog de beurs, hypes en media bij, en dan lijkt het wel alsof De Gouden Eeuw nu is, of in ieder geval een spiegel voor het nu.

Waarin een klein land groot kan zijn. Wij waren officieel nog onderdeel van het Spaans-Habsburgse Rijk, maar gingen vrij en onverveerd voor eigen rekening en risico de zee en de oceanen op om te handelen en rijkdom te vergaren. Met lef, moed, wat weinig geweten, en een sterke maritieme vloot, lag de wereld even aan onze voeten, en dat voelde goed, en maakte ons land heel erg rijk.

Volgend jaar in Amsterdam 2013 vieren we 400 jaar grachten, de grote stadsuitbreiding die de uitdijende stad ruimte en zuurstof moest bieden. Daar kwamen de nieuwe rijken op af, de patsers van de nieuwe welvaart, en zij streken neer in bijvoorbeeld de afgebeelde Gouden Bocht, de Herengracht gezien vanaf de Vijzelstraat. Daar ging de VOC-mentaliteit wonen en de rijkdom etaleren. Dat waren nog eens tijden. Nu terug naar de onze. Ik ga morgen kijken.