De dood of de gladiolen

LouisVier jaar wachten op vier weken WK. Geen wonder dat iedereen een Roy Donders-juichpak wil. En 23 hamsters hamstert. Dat Yolante haar Sloggibillen in de strijd gooit. En iedereen als Hollandse koopman graantjes meepikt van de Oranje-euforie. Het gaat toch om de winst?

Winst. Daar moet Louis van Gaal voor gaan zorgen. Maar het zit hem niet mee. Staat hij eindelijk op dit grote eindtoernooi, heeft hij een niet veel meer dan middelmatig elftal om de klus te klaren. Pech voor Louis. En een fantastische uitdaging. Want als hij met dit Oranje verder komt dan velen denken of durven hopen, dan is hij natuurlijk het heertje. En kan zijn persoonlijkheid echt niet meer door de draaideuren van Schiphol.

Velen vrezen de vroege uitschakeling in weer een poule des doods. Weer die tikkie-takkie Spanjolen, die geniepige Chilenen en het powerball van Australië. Maar ja, zei Cruyff niet ooit dat je van iedereen moet kunnen winnen als je wereldkampioen wilt worden? Nou dan.

En gaat het mis, dan kan de kop van Louis er definitief af. Velen staan met den hakbijl in de hand. De Telegraaf – clubblad van Cruyff – probeert Van Gaal al tijden kapot te maken. Maar Louis heeft het mooi voor elkaar, hoe wij ook presteren. Hem wacht een driejarig contract – voor naar verluidt een 20 miljoen Britse Ponden – bij Man United, één der grootste clubs van de wereld. De Britse pers smult nu al van zijn komst.

Vrijdag Spanje. Vrijdag de 13e. Dan weten we of Van Gaal de grote tovenaar is of dat we zwetend zwalken richting Chili. Wereldkampioen worden we niet. En die vierde finaleplaats zit er ook niet in. Of ben ik nu zo dom en Louis zo slim. Voor Van Gaal valt er bijna niets en helemaal alles te winnen. De dood of de gladiolen.

Hoe ouder, hoe beter

zoghel

In de aanloop naar de WK-kwalificatiewedstrijd tegen Roemenië, portretteerde Het Parool gisteren de vier keepers die in de race zijn voor een plek onder de Oranjelat. Onder Louis van Gaal – de vader van God, volgens Uli Hoeness – kan ook een keeper niet meer rekenen op een vaste plaats. Terwijl ik altijd leerde dat dit nodig was voor zelfvertrouwen.

Maar onder Van Gaal regeert de voor een despoot zo kenmerkende willekeur. Niemand is zeker van zijn plaats, behalve hij. En dus mogen Krul, Stekelenburg, Vermeer en Vorm – de volgorde is alfabetisch, en dus ook willekeurig – in kwartetvorm het uitvechten. Het was Stekelenburg, toen Krul, toen Vorm, en toen Stekelenburg dacht het weer te hebben verdiend, kwam het in het straatje van Vermeer. Tsja.

Ik denk dat Stekelenburg de beste keeper is van het kwartet. En als het ook door Het Parool aangehaalde en door mij warm ondersteunde gezegde hoe ouder, hoe beter waar is, dan moet Stekelenburg onder de lat. Hij wordt later dit jaar 31, Krul moet nog 24 worden. En Stekelenburg is ook nog eens de langste, met Krul als goede lange tweede.

Maar Stekelenburg weet hoe de voetbalwereld in elkaar steekt. Ooit werd hij bij Ajax door Van Basten verbannen naar de bank, bij AS Roma gebeurde hetzelfde, en op Van Gaal hoeft niemand te rekenen, behalve Louis zelf. Vanavond dus – als Louis meewerkt – Vermeer weer onder de lat, de keeper waar iedereen een smetje aan vindt zitten, en die – hoe goed hij ook keept – ook weer voor zijn plaats moet vrezen. Dat knaagt. Een keepr moet keeper. Vertrouwen. Wedstrijdritme. Wij keepers kennen dat wel.

Over oude keepers en ballen die voorbij gaan: we schrijven 1969 of 1970 en staand, tweede van links, Go Ahead-goalie Nico van Zoghel. De boomlange doelman zat dicht tegen het Nederlands elftal aan, maar speelde nooit, hij had Jan van Beveren voor zich en die kreeg vaste voorrang, en terecht, de goalie van Sparta en PSV was veruit de beste van zijn tijd. Zo kan het dus ook gaan. Van Gaal of geen Van Gaal.