Big McC

McCDe bruto recette deze ochtend in Pathé City was een schamele € 66,50 en dat is voor een film als Free State of Jones en een geweldige acteur als Matthew McConaughey natuurlijk een schande. Met z’n zevenen zagen we een lange, niet altijd geweldige film maar werden vooral naar het doek gezogen door McConaughey die echt electrified is. Alle lof voor films als Mud en Interstallar en de Oscar voor Dallas Buyers Club komt natuurlijk ook niet uit de lucht vallen. Recent zag ik de bejubelde serie True Detective waar hij schittert samen met Woody Harrelson.

De geboren Texaan McConaughey kan even overtuigend boef en held spelen en alles daar tussenin. Zijn uitstraling heeft iets dubbels, donker en duivels en potentieel gevaarlijks, zijn Engels is gekookt in bijzondere accenten, zijn ogen vertellen geen verhaaltje maar een heel bewogen leven met donkere en duistere randen. Diepgang, dus. Ik denk dat zelfs Halina Reijn in een starende zeekoe zou veranderen als zij ook in oog met McConaughey zou komen te staan, maar dat is natuurlijk ironisch bedoeld.

De film Free State of Jones overtuigt minder dan hoofdrolspeler McConaughey, maar is wel van eminent belang vanwege de geschiedenis en het racisme dat ook vandaag de dag nog voortleeft in de Verenigde Staten. En de geschiedenis herhaalt zich. Honderd jaar na de Amerikaanse Burgeroorlog moesten de gewone jongens naar Vietnam om te vechten terwijl de meer fortunate sons zich via papa en de goede contacten konden onttrekken aan de strijd en de dood op het slagveld.

Anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij worstelt de V.S. nog steeds met het verleden en het heden. Ik kreeg recent vochtige ogen toen ik een zwarte vader hoorde uitleggen hoe hij zijn zoons geleerd had zich te gedragen bij politiecontroles. Het kan het verschil betekenen tussen leven en dood. En ondanks de wijze lessen van de vader gaat het toch nog veel te vaak mis. Nu zijn het niet meer de nikkerhonden uit de Free State of Jones, maar politiepistolen en racistisch geweld. De droom van Martin Luther King is voor velen nog een nachtmerrie.

Kijkt Allen

AllenGisteren was filmdag. Eerst was er War Dogs, een aardige schelmenfilm van de makers van The Hangover met de meest aanstekelijke lach ooit van zwaargewicht Jonah Hill. Later was er Café Society van filmveteraan en levende legende Woody Allen. Ik heb heel veel films van Allen gezien, maar hij heeft er zoveel gemaakt dat ik moet en mag bekennen dat ik er ook heel veel niet heb gezien.

Woody Allen is inmiddels 80 en kijkt in Café Society heerlijk terug naar zijn eigen jongste jaren die mooi samenvielen met de glorietijd van Hollywoord en de grote filmstudio’s. De film speelt zo net na zijn geboorte en is als tijdperk blijkbaar heel belangrijk voor de latere vorming en wording van de bewierookte regisseur. En misschien is Allen wel de wat houterige en sullige en wat wereldvreemde Bobby – mooie rol van Jesse Eisenberg – die vanuit New York naar zijn oom in Hollywood wordt gestuurd om iets van het vak en het leven te leren.

De film is beslist geen meesterwerk van de meester maar entertaint uitermate aangenaam, zeker door Eisenberg maar helemaal door de prachtige Kristen Stewart die ik eigenlijk alleen nog maar kende uit een door dochters geliefd vampierverhaal. Via een tragikomische driepersoonsverhouding komen Bobby en deze Vonnie er achter wie en wat ware liefde is, maar beiden nemen uiteindelijk genoegen met second best, niet omdat het moet, maar omdat het kan en zo beter uitkomt. Dat Bobby kiest voor een geliefde met dezelfde naam als zijn echte liefde, zegt waarschijnlijk veel, zo niet alles. Maar misschien leefden ze toch allemaal nog lang en gelukkig. 

Hel en hemelpoort

DeerHunterDit weekend meldde Michael Cimino zich aan de hemelpoort, de plaats die hij zo goed kent. Het was zijn megalomane film Heaven’s Gate die hem artistiek de nek omdraaide en waardoor hij na het grote succes van The Deer Hunter de paria van Hollywood werd. Van de hemel kwam Cimino in de hel.

Met The Deer Hunter – hoofdrolspeler Robert de Niro op de foto – won voormalig spotjesmaker Cimino in 1979 vijf Oscars. A Star was born. Maar de roem steeg hem snel naar het hoofd. Net na de Oscaruitreiking startte hij met Heaven’s Gate en dat zou de grootste flop uit de filmgeschiedenis worden. Het budget gierde uit de klauwen, Cimino deed alles eindeloos over, en elke boomstam die verkeerd stond moest gecorrigeerd. Het moest een masterpiece worden.

Cimino schoot eindeloos veel  film en presenteerde zijn toen al berooide broodheren een film van ruim 5 uur. Dat werd niet gepikt. Er werd een ‘kortere’ versie van ruim 3 uur gemaakt die er prachtig uit zag maar onevenwichtig was en inhoudelijk rammelde. En nog erger: het publiek wilde de film niet zien. Na een week was Heaven’s Gate uit de bioscopen en United Artists failliet.

Jaren her las ik het boek The Final Cut van producer Stephen Bach over hoe het allemaal zo mis kon gaan met Cimino en zijn Heaven’s Gate. Fascinerend leesvoer. De film is trouwens niet zo slecht. Maar het verhaal had ook keurig gefilmd en binnen budget met minder gelazer gemaakt kunnen worden. Nu werd het bijna de zwanenzang van een regisseur met veel talent die geen maat kon houden.

Jesse Owens’ Race

OwensDaniel James Brown schreef het prachtige boek The Boys In The Boat over acht low class jongens en een stuurman uit Seattle die eerst de eliteteams aan de Oostkust en in Californië versloegen en die met hun acht met stuurman goud wonnen op Hitler’s Games, de Olympische Spelen van 1936 in Berlijn. Het boek is zoveel meer dan een sportboek over stoere mannen, kameraadschap en doorzettingsvermogen tegen alle stromen en stormen in. Het is ook een schitterende schets van het door de beurskrach, dust bowls en armoede geplaagd Amerika.

Als ik straks The Boys In The Boat uit heb, ga ik 1936 lezen, het recente boek van Auke Kok over hoe het Nederlandse atleten tijdens en vooral na de spelen van Berlijn verging. Het is goed om stil te staan bij die Nazi-spelen die nu 80 jaar geleden plaatsvonden en die in strakke regie de wereld vooral moesten laten zien hoe goed, sterk en beschaafd Duitsland was. Beeldbepalend daarvoor was het bijzondere filmwerk van Leni Riefenstahl die de glorie van Nazi-Duitsland en de sport op unieke wijze vorm gaf.

Nu is er de film Race, een dubbelzinnige titel voor de biopic van de zwarte Amerikaanse atleet Jesse Owens die op de Spelen van Berlijn vier maal goud won, op de 100 en 200 meter, de estafette en het verspringen. We keken vrijdagochtend met z’n vijven – net genoeg voor een estafetteploeg en een reserve –  naar een brave en keurige film die maar niet tot leven wilde komen, die geurde naar een aaneengeplakte tv-serie met bordkartonnen karakters en decors. Aangrijpend en spannend werd het nergens, terwijl het verhaal van Owens toch alles in zich heeft.

Het is het verhaal ook van het bijzondere contrast van de Olympische gedachte van meedoen versus het uitsluiten wat Owens in eigen land al zo gewend was. Owens mocht van de Nazi’s lopen en springen in Berlijn maar in de wealing and dealing tussen Goebbels en IOC werden twee Joodse teamgenoten van Owens de dupe. Zij mochten niet starten op de estafette. Eén van hun vervangers was Owens. En hij won goud. Zijn vierde.

Een All American Hero werd Owens niet. De man van goud bleef zwart en second class. Hij werd nog tijdens de Spelen geschorst door zijn eigen bond omdat hij voor hen niet overal gratis wilde rennen. En in de VS was en bleef hij a nigger. Voor de radicale zwarten later was hij een Uncle Tom, een zwarte ja-knikker en kontlikker. Dat verhaal haalde de film – gelukkig maar – niet.

Oh ja, een bijzonder detail: Carice van Houten uit Leiderdorp speelt de Duitse cineaste Leni Riefenstahl. Best raar dat je voor zo’n beroemde Duitse een Nederlandse actrice cast. En ik had William Hurt helemaal over het hoofd gezien. De ooit grote acteur uit met name de jaren ’80 speelde een bescheiden bijrol in een film die helaas maar niet uit de startblokken komt.  

It’s a knockout

raging-bullDe beste film aller tijden? Wat een onmogelijke vraag. Toch weet ik dat op mijn lijstje van topfilms Raging Bull niet zou ontbreken. Robert de Niro speelt de rol van zijn leven in de opkomst en ondergang van de bokser Jake LaMotta. Het is één van de hoogtepunten in de zo vruchtbare samenwerking tussen De Niro en regisseur Martin Scorcese. De Niro won er in 1980 een Oscar mee en leverde fysiek ook een topprestatie door voor het tweede deel van zijn rol maar liefst 30 kilo aan te komen.

Jake LaMotta bestond echt. Nou ja, hij leeft volgens mij en wikipedia nog steeds. Maar Jake LaMotta was zijn vechtersnaam, zijn officiële voornaam was Giacobe. Hij was een kind van de Bronx. En als hij inderdaad nog leeft, dan is hij nu 94 jaar. Zijn hoogtepunt lag zo eind jaren ’40. ‘In the clearing stands a boxer, and a fighter by his trade.’ Hij was heel goed, maar bleef niet uit de handen van de Mafia en thuis sloeg hij net zo hard als in de ring. De doe-het-zelf-sloper.

Raging Bull zal niet de beste film aller tijden zijn (welke eigenlijk wel?), maar Scorcese en De Niro en ook Joe Pesci kwamen een heel eind in deze in prachtig zwart-wit gedraaide film. Het is heel bijzonder om de niet al te grote en tanige De Niro LaMotta van na het boksen te zien spelen, een puffy entertainer met foute grappen in verkeerde clubs. Wat een film. Mooi dat Canvas hem vanavond weer eens laat zien. Raging Bull is met recht een knockout. 

Zwarte bladzijden

TrumboVeel Amerikanen hebben een hekel aan alles wat links is. Bernie Sanders valt op omdat hij zich socialist noemt, iets wat in Europa toch als tamelijk normaal wordt beschouwd, Erger dan socialisten zijn communisten. Scenarioschrijver Dalton Trumbo was een communist. Dat was geen probleem tot het een probleem werd in de Koude Oorlog toen de Russen van kameraden de grote vijand werden.

Eind jaren ’40 ontstond in de VS een heksenjacht op al dan niet vermeende communisten en hun ondermijnende activiteiten en complotten. Ook Hollywood moest eraan geloven. Veel mensen kwamen op zwarte lijsten en raakten hun baan, hun huis, hun gezin en zelfs hun leven kwijt omdat ze verdacht werden van sympathieën met de nieuwe vijand. Schrijvers als Trumbo moesten ondergronds en schreven onder andere namen.

De film Trumbo, met Bryan ‘Breaking Bad’ Cranston als Dalton Trumbo, geeft een boeiende schets van die zwarte bladzijden in de recente Amerikaanse geschiedenis. De film focust zich op hoe mensen als Trumbo bejegend en bekeken werden, het ideologische verhaal over de keuze voor het communisme komt echter nauwelijks aan bod en lijkt zo eerder intellectueel geflirt dan een diepbeleefde opstelling en keuze. Zo gaat de film een beetje teveel over film en hoe je het kunt blijven maken en minder over het hoe en waarom van de heksenjacht.

Trumbo kwam uiteindelijk boven en won – onder schuilnamen – twee Oscars en werd gerehabiliteerd door regisseur Otto Preminger en door Kirk Douglas’ Spartacus. In The End kwam het dus goed. Maar het land dat zich zo graag op de borst slaat over liberty for all liet in de jaren ’50 toch vooral zijn schaduwzijde en gevaarlijke trekken zien. Zwarte bladzijden.

Dat er nu geroepen wordt om een muur tussen de V.S. en Mexico en een inreisstop voor moslims vindt vruchtbare voedingsbodem in de Amerikaanse geschiedenis, hoe graag zij ons – en zichzelf – ook anders willen doen geloven.

Oh ja, en zes minuten John Goodman is je filmkaartje voor Trumbo al meer dan waard…

Op naar het licht

RoosUmberto Eco is dood. De Italiaanse meester van de historische roman werd 84. Zij meesterwerk met de toevallige titel De naam van de roos speelt bijna exact 600 jaar voordat Eco werd geboren. In 1327 gaan een Franciscaner monnik en zijn leerling in een Noord-Italiaans klooster op zoek naar de waarheid.

Het jaar 1327 is niet toevallig gekozen. Het markeert de overgang van de donkere Middeleeuwen naar de nieuwe tijd, naar de Renaissance, de grote stap van donker naar licht, en van geloof naar rede. De naam van de roos is een zoektocht naar de daders van een serie moorden in het klooster, maar vooral een zoektocht naar antwoorden. Daarmee bedreigen de hoofdrolspelers het geloof dat het juist niet moet hebben van openheid en transparantie.

Dat laatste gezegd hebbende, is het slechts een kleine stap naar Den Haag 2016 waar openheid en transparantie sneuvelen onder weglakken en het achterhouden van informatie. Machthebbers die hun belang groter wanen dan het algemeen belang. De waarheid wordt dan ook maar een mening. Niet voor niets sneuvelt in een oorlog de waarheid al eerste. En worden journalisten niet gezien als controleurs van politiek en rechtsgang, maar als opponenten van de macht. Zie Turkije.

Gelukkig hebben wij Halbe Zijlstra, voormalig duivenmelker te Oosterwolde. Hij staat pal voor onze manier van leven, want die staat onder druk. En dat komt door hen. Die anderen. En zo schuiven de neo-liberalen weer een stapje richting PVV. Want daar valt electoraal winst te halen voor de VVD. En dat is fijn, want dan kan Nederland verder met zijn manier van leven: het slopen van de kunst, 130 scheuren, bonnetjes zoekmaken, valselijk declareren en het vermarkten van bejaardenzorg en ouderenhulp. Heerlijk, die vooruitgang.

Terug uit de dood

Revenent‘I’m not afraid to die anymore, I’ve done it already.’ Het zijn woorden van een revenant, iemand die terugkeert na de dood of na een lange afwezigheid. Het is het verhaal van gids en jager Hugh Glass. Hij is zwaar gewond en bijna verscheurd door een grizzlymoeder en levend begraven. Met veel geluk, hulp en vooral een enorme wilskracht gaat Glass daarna op jacht naar zijn nemesis John Fitzgerald die ook zijn zoon vermoorde.

The Revenant is een film in de buitencategorie, lang, gewelddadig en een bijna fysieke belevenis waarin Leonardo DiCaprio (Glass) en Tom Hardy (Fitzgerald) de sterren van de donkere hemelen spelen in wat de woeste en genadeloze Rocky Mountains van 1822 moeten zijn, met een visuele overdondering en in hard grijsblauw en gifgroen gefilmd in Canada en Argentinië. Een lege, koude en onherbergzame wereld waar de mens nietiger dan nietig is en het geweld en het kwaad achter elke boom staan te loeren.

De wereld van 1822 die regisseur Iñárrita voor zijn lenzen tovert, stemt niet vrolijk. Indianen verdedigen hun jachtgronden en worden gejaagd. De jacht op pelsen en huiden trekt veel gewelddadig volk dat constant bezig is met overleven, hoe dan ook. Die wereld was leeg en vrijwel ongerept, maar wie daar naartoe terugverlangt, idealiseert een wereld vol gevaar en geweld.

Glass staat op uit zijn graf, maar kan ook niets beters van zijn leven maken dan wraak. In filmfantasie en koortsige dromen ziet Glass het leven zoals hij het even kende met zijn indiaanse vrouw en hun zoon. Het bracht hem en hen alleen maar dood, ellende en geweld. Het bloed zit overal. Maar met alle ellende en geweld is The Revenant een film van de buitencategorie waar je graag de loftrompet over steekt. Bij deze. En op naar de Oscars.

Oh, Carol

HopperIk las pas het fraaie boek Een heel leven van de Oostenrijke schrijver Robert Seethaler. Het is in omvang nauwelijks meer dan een wat groot uitgevallen novelle, maar het is een boek van bijna epische proporties. Elk woord is raak, elke zin doet je bijna blozen van blootgelegde schoonheid. Een heel leven in zo weinig pagina’s en toch zo helemaal af.

Ik zag gisteren de fraaie film Carol en vanuit een ooghoek meende ik te zien dat er in L.A. alvast opnieuw een Oscar klaar werd gezet voor Cate Blanchett. Wat een actrice, wat een prachtige performance in een film die overweldigt door visuele schoonheid en groots drama dat wordt uitgeserveerd in het wat trage tempo dat past bij de Verenigde Staten van 1952.

Carol is een liefdesdrama maar ook een road movie, bijna Edward Hopperiaans in zijn art direction en met muziek die het ontrollende drama nog meer gewicht en zwaarte meegeeft. Cate Blanchett is feitelijk een grote magneet die de gebeurtenissen naar zich toe trekt en waar je steeds reikhalzend naar uitkijkt als ze niet in beeld is.

Carol is een lesbisch liefdesdrama in een tijd dat je van homoseksualiteit hoogstens wel eens gehoord had. Maar hoewel de filmtijd van het liefdesdrama relatief kort is, lijkt het wel alsof we Een heel leven voorbij zien komen van vrouw, echtgenote, moeder en geliefde, verteld in een fraaie cirkel van eind naar begin en het eind(e). Cate Blanchett als Carol Aird. Gaat dat genieten. En koop gelijk even het boek van Seethaler.

Oscartje wil niet groeien

BlechtrommelErgens vorig jaar heb ik de film weer een keer teruggekeken, het zal denk ik de derde maal zijn geweest dat ik Die Blechtrommel van regisseur Volker Schlöndorff zag. Vandaag overleed de geestelijk vader van  de film. Günter Grass schreef het wonderlijke verhaal over het jongetje Oscar dat ‘volwassen’ ter wereld komt en op heel jonge leeftijd besluit niet meer te groeien.

Het is de reactie van Oscartje op de wereld om hem heen, de familie, het geruzie, het burgerlijke gedoe, maar ook het opkomende Nazisme dat als een grote schaduw over de stad Danzig hangt. Oscar heeft zijn blikken trommel om te laten horen wat hij ergens van vindt en een gilstem die als een sirene glazen en ruiten doet springen.

Günter Grass was samen met onder anderen Heinrich Böll één van de grote meneren van het naoorlogse Duitsland. Dat de linkse Grass op latere leeftijd naar buiten bracht dat hij in de Waffen SS van de Nazi’s had gediend, haalde heel wat wonden open in een Duitsland dat bijna klaar was met de grote verwerking. Grass is dood. Benieuwd of er op zijn begrafenis een erehaag van trommelaars zal staan.