Ruggengraat en machinekamer

Als zwierende jongeling wilde ik keeper worden, journalist of drummer. Ik speelde veel luchtdrums en nog altijd als Smells Like Teen Spirit weer eens voorbij knalt, dan hou ik de armen niet stil.

The Rolling Stones horen bij mijn jeugd, ofschoon ik weer van The Beatles was. Charlie Watts maakte – het was 1965, meen ik – als drummer één van de vetste intro’s tot op heden, het amechtige gehengst als start van de grote hit Paint it Black.

Verder was Watts een stille kracht, een jazzheer onder de ruigen en veelgebruikers. Watts was de ruggengraat en machinekamer van The Rolling Stones. Geen tik teveel, geen franje, geen immense drumstellen waar je de drummer nog slechts kon vermoeden.

Watts is dood. 80 geworden. Respectabel, maar toch vreemd dat ook die sterren van toen maar ouder werden en worden en niet geruisloos verdwenen toen ze nog jong waren, want jong hoorde zo bij de rockmuziek. Hope I die before I get old, schreef Pete Townshend van The Who. Maar hem lukte het ook niet. Zelfs Keith Richards leeft nog.

Zo luisteren we naar heerlijke muziek van decennia terug en zie ik nog die toen nog zo jonge mannen met hun muffe jassen, rare brilletjes en gekke hoeden. Rebels with a cause. Dat waren nog eens tijden. En zo zal ik de meeste ook herinneren, hoe lang ze -net als Charlie Watts – tot op hoge leeftijd hebben volgehouden.

De machinekamer is stil. Respect voor de dode drummer. Miss You.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *