Van Aken tot Ctesiphon

Loftrompetten en klaroengeschal dit weekend in Boeken. van de Volkskrant voor Jan van Aken en zijn historische roman De Afvallige. Van Aken maakt volgens interviewster Aleid Truijens van de nadagen van het Romeinse Rijk ‘..een levend heden’ en Bert Wagendorp jubelt een recensie met vijf sterren. Een perfect boekenweekgeschenk, zou ik zeggen. Krijg je er gratis een Verrekijker bij. Handig.

Geschiedenis saai? Vergeet het maar. Maar dan moet je het in een historische roman vooral niet over geschedenis hebben, stelt Van Aken, die met zo’n achternaam natuurlijk wel iets met Romeinen moet hebben. Die Romeinen lopen in De Afvallige op hun laatste benen, met Goten en Hunnen dreigend aan de grenzen. En dan wordt ook keizer Julianus bij de Perzische hoofdstad Ctesiphon dodelijk verwond door een speer.

Wagendorp vindt Van Aken een begaafde verteller, een echte liefhebber die een onbekend tijdperk kleurt met huiveringwekkende gebeurtenissen en die je meeneemt door onbekende streken en landstreken. Want zo zit je met een stel schismatici in een schijthuis in Constantinopel, en zo verorbert iemand met smaak zijn eigen gebraden kloten. Zo’n boek mag wel 600 pagina’s duren, lijkt mij.

Zo leren we veel over de wereld van zo’n 16,5 eeuwen terug, en leren we over Jan van Aken dat hij werd geboren in het nu niet meer bestaande Herwen-en-Aerdt, randje Gelderland en Duitse grens, en dat er nog een Jan van Aken was, in Den Bosch, in de vijftiende eeuw, schilder, restaurateur en ontwerper, en de opa van de wereldberoemde schilder Jheronimus Bosch. Maar dat is weer een heel ander verhaal. Misschien iets voor Jan van Aken…

Aards paradijs

Zuidland. Voor mij was het altijd dat toch wat boertige dorp wat meer  landinwaarts op het eiland Voorne waar ik ons Brielse neo-watergeus elk seizoen heen moest om de kleuren, de eer en het doel van SC Voorne te verdedigen.

Veel eerder in de geschiedenis was Zuidland een nog te ontdekken – en naar later bleek mythisch – land dat ergens tussen Chili en Australië zou moeten liggen. P.F. Thomese schreef de bundel Zuidland die in 1991 de AKO Literatuurprijs won.

Thomese’s Zuidland is een bundel over de ongewenste lotsbestemmingen van enkele vrijwel of geheel vergeten figuren uit onze vaderlandse geschiedenis. Eén van hen was Jacob Roggeveen, over wie recent de biografie Naar het Aards Paradijs is verschenen, en waar Aleid Truijens in de Volkskrant Boeken een mooie recensie over schreef.

Roggeveen ging in 1721 op zoek naar Zuidland dat hij – dus – nooit zou vinden. Wel ontdekte hij en route en en passant het eiland dat wij nu kennen als Paaseiland, en dat zo heet omdat het Pasen 1722 was toen Roggeveen het bij toeval ontdekte.

Het Aards Paradijs zou Roggeveen nooit vinden of bereiken, maar dat was niet alle ellende die hem trof. Eén van zijn drie schepen verging en hij moest zich in Batavia onderwerpen aan de VOC die hij zo graag te slim af had willen zijn. Als ontdekkingsreiziger vertrok hij uit Holland, als gevangene kwam hij terug.

Een halve eeuw na zijn zoektocht werd officieel vastgesteld dat Zuidland niet bestond. Het enige wat voor Roggeveen overbleef was die toevallige ontdekking van Paaseiland dat op zich ook weer geladen is met mysterie. Dat dan weer wel. Maar zonder dat mysterieuze eiland zou Roggeveen niet eens een voetnoot in de geschiedenis zijn geweest.