Poppenspel

Hij kreeg het idee voor de serie toen hij las over ingesloten Duitse mijnwerkers die moesten wachten tot de reddingsapparatuur per trein was gearriveerd. Dat moest sneller kunnen, meende Gerry Anderson. En hij bedacht in 1963 de Tv-serie The Thunderbirds en hun International Rescue, de redders van beklemden, en de bestrijders van het grote kwaad. Ik vond het prachtig.

Al weer vele jaren terug zagen mijn kinderen The Thunderbirds, maar na enkele minuten hielden ze het voor gezien. “Papa, wat is hier nu aan?” Ze vonden het maar slome poppen en slechte trucs, zij waren in deze 21e eeuw wel iets geavanceerders en spannenders gewend, en gelijk hadden ze. In de re-run ziet The Thunderbirds er inderdaad uit als een zoldercreatie met wat special effects.

Maar in 1965, toen de serie begon op Tv, zal ik ademloos gekeken hebben naar de lotgevallen van de familie Tracy die met hun geavanceerde techniek, vliegtuigen en raketten een soort klein reddingsleger speelden, echt iets voor kleine jongetjes, en ik zweer dat mij toen nooit opviel hoe harkerig en houterig het toonde. Alles was toen harkerig en met de ogen van nu saai prutswerk, en op z’n best goed bedoeld, maar spannend was het.

Ik moet de serie ooit in zwart-wit hebben gezien, ofschoon de merchandise van Matchbox die het zo goed deed met verjaardagen en Sint natuurlijk in de echte kleuren was. Ik was een tikje jaloers op de jongens die de groene Thunderbirds 2 hadden, een wide-body vliegende raket met een uitschuifbaar laadruim met alles wat die arme Duitse mijnwerkers maar nodig gehad konden hebben.

De serie liep 32 afleveringen in drie jaar, en bereikte lang daarna een soort camp-cult-status, met re-runs op allerlei kabelnetten, en ik zag dat er zelfs Britse postzegels met de Thunderbirds zijn. Van houterig poppenspel tot erfgoed en serieuze status, het kan soms heel raar lopen.

Misschien had hij te lang te dicht op zijn poppen gezeten, of misschien was Gerry Anderson het anderszins ‘een beetje kwijt geraakt.’ Het Parool citeerde hem vandaag over zijn ambivalentie tegenover zijn eigen schepseltjes: “Ik kon alleen maar naar de fouten van de poppen kijken. Ze konden niet eens iets oppakken. Maar wie ben ik dat ik die poppen ga zitten bekritiseren? De hele wereld hield van ze.” Hield? Houdt! Thunderbirds Are Go!

Paars II

Uit mijn mooie voetbaljeugd op de Zuid-Hollandse eilanden kan ik mij geen wedstrijd herinneren waar het dramatisch uit de hand liep. Oh, zeker, je moest wel op je hoede zijn.In dorpen als Dirksland bijvoorbeeld, Dat waren boeren, en daar stonden stevig schuimende bonken die schopten naar alles wat bewoog. Maar schelden tegen een scheidsrechter? Het kwam in niemand op.

Ik kom uit een andere eeuw, ik geef het toe, maar ik had gepast ontzag voor gezag. Ik zorgde wel dat mijn lichten brandden als ik ’s avonds moest gaan trainen. Met agent Koers te Den Briel viel niet te spotten.Je lichten moesten het doen, anders kon je gaan lopen. En ergens, een tijdje na agent Koers ging het mis. Toen werd u ‘zeg maar jij’, en wat denk je er zelf van, en we gingen ons bewustzijn verruimen, maar wat bracht het ons eigenlijk?

Nou, in ieder geval Deep Purple, de archetypische hard rockband uit Engeland. En met Deep Purple het spijkerjack, de pretsigaret, klompen, slap zwammen, haar tot op de schouders, en ook toen al fanatiek luchtgitaar en het met veel speeksel imiteren van de klassieke gitaarriff van Ritchie Blackmore in Smoke on the Water.

Het blijft vreemd dat een band waar je enorm tegenop keek op je vijftiende er nu nog steeds is. Deep Purple, dus. Gisteren stond de band in de Heineken Music Hall met nog steeds 3/5 deel van de originele line up: zanger Ian Gillan, bassist Roger Glover (ook bekend van zijn Love is All, en drummer Ian Paice. Paars II. De mannen zitten op de nieuwe pensioengerechtigde leeftijd, maar stampen vrolijk en redelijk vitaal verder.

Op 65+ neem je geen risico’s meer, ook artistiek niet, en dan bedien je de fans van toen en nu met die nummers waar je groot mee werd, uit de hoogtijdagen met albums als In Rock, Fireball, Machine Head, en het door ons op school echt grijsgedraaide Made in Japan, met een heerlijk lange, ruige en soms wat overstuurde versie van Smoke on the Water.

Rocker ben je niet tot je 23e of 35e, rocker ben je – tenzij je eerder afhaakt – gewoon tot je 65e of nog langer. Het is naast een roeping vooral ook een beroep, net als loodgieter, accountant, of brandweerman. Wij worden nu oud met de eerste rockgeneraties, we wisten niet dat ze zo lang zouden meegaan. Maar nu ook The Rolling Stones nog  doorrollen, weten we het zeker: I hope I die before I get old was een leuk credo uit de jaren ’60, maar toen puntje bij paaltje kwam, speelde vrijwel iedereen liever door. En geef ze eens ongelijk.