Koot d’or

Het was weer bal in de Stadsschouwburg. Schrijvend, uitgevend, wederverkopend en ander feestvolk mocht de aftrap van de vandaag uitgeborken Boekenweek vieren. Het was een voorspelbaar zien-en-gezien-worden-parade met een gouden randje. Fokke en Sukke gaven er een mooie twist aan: ‘Alleen maar oude mannen…en lekkere dingen die voorbijgaan.’ 

Hoofd van het Boekenbal was zonder twijfel Kees van Kooten, de schrijver van het boekenweekgeschenk De verrekijker waarin Koot zich na vele jaren afzijdigheid alsnog een keer autobio graaft naar zijn vader. Ben benieuwd.

Hoogtepunt van mijn Boekenbal was dat ik de gouden schrijver – Koot ‘d’or – on the way out tegenkwam op de trap. Mijn avond kon niet meer stuk. En ja, hij is echt van bescheiden lengte, dat kwam niet alleen omdat Wim de Bie zo lang was.

Ik heb Joe Jackson gemist, en Heleen van Royen, maar ik begrijp dat zij in de Wallenbuurt een tijdelijke winkelkraam gaat runnen om haar pennenvruchten direct aan man en vrouw te brengen. Zou dat die zwarte rand uit het Boekenweekthema zijn? Je zou het bijna denken.

Job Cohen had veel geschreven recent, en was er dus ook. Net als Jan Mulder, die op de bank zat, Arthur Japin die frekwent kwiek voorbij hupte, Hanna Bervoets, Remco Campert die al snel rechtsomkeert maakte, en Robert Vuijse en nog heel veel nette mensen, hoewel wij niet hebben meegemaakt hoe het slagveld er rond sluitingstijd heeft uitgezien.

Boeit geen flikker

We discrimineren wat af met z’n allen. Zij, hullie, die anderen. Nu voelt Surinaams-Zuidoost zich schandalig geportretteerd in de verfilming van Alleen maar nette mensen. Ik kan me vergissen, maar over het boek had ik niemand gehoord. Maar Robert Vuijsje wordt intussen wel met de dood bedreigd. Beetje zielig. Iedereen altijd maar gekwetst. Get a life.

Hans Teeuwen zou hier wel raad mee weten. “Joden zijn cool, die kunnen wel tegen een grap.” Maar in het geschreeuw krijgen heethoofden aandacht. En als je daar standaard te weinig van krijgt, is media-aandacht dus mooi meegenomen. Zo gaat het altijd. Wie heel goed zonder aandacht konden, waren voetballende homo’s, of homovoetballers.Want het voetbalwereldje is supermacho, en heeft het niet zo op flikkers, mietjes en homo’s.

Jarenlang werd bij de KNVB gesmeekt om een statement pro homo’s, en eindelijk na jaren Oostindischedoofheid is er iets van een campagne – een stukje bewustwording – die de machoheterowereld om moet krijgen. Ik heb zo mijn twijfels. Zag net na Roemenië – Nederland (benieuwd hoe ze in en rond Boekarest met homo’s omgaan) een spotje van de KNVB, zo’n gelikt 30 secondending vol heterokoffieleut. De catchline: Homo? Boeit geen flikker. Dat zal lekker helpen.

In de briefing aan het reclamebureau zal wel iets gestaan hebben over ‘.. het luchtig houden..’ en ‘.. niemand vervreemden..’, en een knipoog is niet erg. Desnoods humor. Zoiets. Of zo. Maar dit vervreemdt vooral de homospeler die wellicht overwoog om maar eens uit de kast te komen. “Wilt u hier misschien even braken?”

Want waar komt het bureau mee? Met een voetballer die in een kast loopt en speelt en daar dus uit moet komen. Dat is dus humor, zo u begrijpt. Dat emancipeert, helpt, verbindt en verbroedert. Kiss my ass, zou ik zeggen als ik een kasthomo was. En die Michael van Praag, die begrijpt er geen flikker van. Om in voetbaltermen te blijven: gemiste kans. Geen kast die uit zijn kast komt. No way, José. Maar de KNVB heeft zijn best gedaan en goede wil getoond. Dat het geen reet helpt, tsja, dat is voetbal. Logisch.