De strafbank

Ik zie het voor me. Gerrit Zalm wil net naar bed gaan. Pyjama aan, tanden gepoetst, nog even heel hard gelachen naar de spiegel, en dan gaat de telefoon. Dijsselbloem. Die belt vast niet om welterusten te zeggen. Een paar minuten later is de beursgang van ABN.AMRO tot nader order uitgesteld. Zalm op de strafbank. De stoom moet uit zijn oren zijn gekomen.

De politiek laat even de tanden zien, maar kan niet bijten. Toen de banken gered moest worden, vergat de politiek keiharde afspraken te maken over anders en fatsoenlijker. En dus kan Zalm nu de vermoorde onschuld spelen. Die ton salarisverhoging voor zijn bankiers was gewoon afgesproken. Wat zeuren ze nu in Den Haag?

Mooi dat er klanten van ABN.AMRO en de ook dapper voortgraaiende ING overstappen naar Triodos en ASN Bank, maar de schaal is zo klein dat er geen grootbankier van wakker ligt. De banken voelen zich weer sterk, en weten dat elke stofwolk toch vanzelf wel weer optrekt. Het boek van Joris Luyendijk gaf ontluisterende doorzichten van het bancaire denken. Ook hoe de politiek wel even stoer doet, maar feitelijk nauwelijks macht en invloed heeft. En hoe banken hun goddelijke gang gaan en morgen zo weer om kunnen vallen.

Het was geen systeemfout, maar een fout systeem. Banken gaan gewoon weer hun goddelijke gang en kunnen morgen zo weer omvallen. De bankencrisis was dé kans voor de overheid – voor en namens ons, dus – dat systeem aan te pakken en anders in te richten. Die kans is nu verkeken. Je zou bijna hopen op een nieuwe crisis. De symboolpolitiek van ageren tegen afgesproken salaris- en bonusbeleid brengt ons in ieder geval geen stap verder.