15

Ik hoorde het op de radio. Johan Cruijff naar Barcelona. Het voelde als een mokerslag. Hoe moest het nu verder met Ajax? En hoe moest het dan verder met mij? Het vertrek van Cruijffie naar Spanje was voor mij opnieuw een bevestiging dat niets voor eeuwig en altijd is. Die les had ik nu wel geleerd. Eerst ging mijn oma dood, toen The Beatles uit elkaar, mijn ouders bijna, en toen ook Cruijff nog weg bij Ajax. Was er dan niets meer heilig?

Wist ik veel als jochie van 15 dat nummer 14 in een andere tijd heilig zou worden verklaard. Het interesseerde me op dat moment ook totaal niet. Ik zocht uitwegen voor verdriet en het verraad en heulde mee met de valse wolven in het bos die riepen dat die Cruijff maar een zakkenvuller was , en dat het allemaal kwam door zijn schoonvader, ‘ome’ Cor Coster, de vader van Danny.

Pas bij het WK van 1974 keerde Cruijff terug in mijn armen, maar het verlies in de finale tegen de Duitsers voelde niet goed. Waarom had Johan die dag zijn dag niet? Kwam het door de zwembadrel, de ruzies met Danny, of was Cruijff toch niet de Verlosser die wij in hem wilden zien? Het makkelijkste was om de nederlaag in de schoenen van die Duitsers te schuiven. Die wonnen onterecht, zoals ze altijd doen. En wat een smerige schwalbe was dat van die Bernd Hölzenbein. Wat je als kind allemaal moet verwerken.

Hij maakte Ajax groot, hij bedacht wat we het totaalvoetbal gingen noemen, hij verloste de Catalanen, hij rookte verstandig, bleef altijd bij Danny, maakte zelfs Feyenoord nog kampioen, maar uiteindelijk ging ook de Verlosser naar de eeuwige voetbalvelden. Jopie uit Betondorp. De beste. De moeilijkste. Maar dat is logisch.   

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *