Ei-ei-situatie

 

Ik ben het wel eens kwijt. In de war. Spoor bijster. Van de leg. U kent het vast. Nou denk ik vaak dat het gewoon aan mij ligt, maar vanochtend had ik plots een dieper inzicht. Dat kwam door een ei-ei-situatie. En dat zat zo.

De firma Chickfriend – jawel – uit – jawel – Barneveld was kippenstallen te lijf gegaan met bloedluisreiniger waar het voor de mens (en kip, neem ik aan) schadelijke fipronil aan was toegevoegd. Wat Chickfriend verkocht als ‘de droom van elke kippenboer’ (ik verzin het niet..), werd een nachtmerrie en landelijk nieuws.

Ook mij werd vriendelijk verzocht eventuele eieren in huis op code te checken. Die code vond ik uiteindelijk op de eieren zelf. Was me nooit opgevallen dat eieren zo’n gestempelde code hebben. Maar goed, in de zoektocht naar die code – gelukkig bleken onze eieren ‘safe’ – stuitte ik op iets wat verdacht veel leek op een samenzwering om mij gek te krijgen.

Op het vrolijkgroene doosje met 6 eieren stond niet alleen dat de kippen het zo goed hadden en lekker buiten konden scharrelen, maar ook informatie over allergie. En de allergie informatie was even simpel als gekmakend: bevat ei. Ik zweer het. Ei bevat ei. Ci c’est un oeuf. Dat u het weet. Dat u niet komt klagen als blijkt dat u met een ei ei binnen hebt gekregen.

Ik ben inmiddels nog aan het bijkomen van deze ei-ei-situatie. Terwijl ik toch ook al decennia het raadsel van de kip en het ei probeer op te lossen. Ook geen eitje, zal ik maar zeggen.

Stikken in de spullen

StuffocationMijn vader had het heel erg. Toen hij mid jaren ’70 een fatsoenlijke draaitafel kocht, startte een ongekende intocht van langspeelplaten in ons huis. Hij kocht ze voortdurend en van heinde en verre bracht de PTT alle bestelde albums thuis. Hij vond zichzelf een bevlogen verzamelaar, maar het had alle verschijnselen van koopwoede en verspulling.

Overconsumptie is net zo erg als obesitas, en het is dan ook niet zo gek dat mijn vader leed aan beide. Hij kon geen enkel strijkkwartet van een dode Rus laten staan en het ontbijtbuffet in een hotel had op hem dezelfde magische aantrekkingskracht. Zo stikte hij in de spullen, en werd in de loop der jaren alleen maar dikker en zwaarder.

Verspulling of stuffocation is niet het probleem van mijn vader. Ik heb hard moeten knokken tegen dezelfde verslavingen en in mijn kasten staan nog steeds stapels cd’s en boeken die ik zo nodig moest hebben maar noot speelde of las. James Wallman schreef een boeiend boek over stuffocation, het stikken in de spullen, een probleem dat ons de afgelopen decennia hardnekkig teistert.

Inmiddels beginnen we te zien en te snappen dat iets doen of ervaren veel bevredigender is dan kopen en hebben. Less is more doet steeds meer opgeld. Maar het is een taai gevecht. De verleidingen zijn te talrijk. En reclame jaagt onze bestedingen op en zo zitten we – bijna – allemaal met kasten vol strijkkwartetten van dode Russen en boeken die we heus ooit nog een keer gaan lezen.