Een andere wereld

 

Lang geleden al zong Ramses Shaffy hoe stil het was in de stad. Het Parool liet in de PS dit weekend de lege stad zien en ging in Amsterdam op zoek naar de schoonheid achter de sores. Terwijl ik dik ingepakt op het dak in de zon wat vitamine D tot me nam, stonden er files bij de stranden en boekten bouwmarkten recordomzetten. We zitten nog niet helemaal op één lijn, volgens mij.

Het is een andere stad, een andere wereld. Gisteren zag ik voor het eerst in drie dagen een vliegtuig overkomen. Onze wereld is enorm gekrompen. We zijn teruggeworpen op onszelf en de mensen om ons heen, en we zien mooie tekenen van solidariteit en naastenhulp en creatief verzet: we zingen, klappen en musiceren om de sterren van de zorg een hart onder de beschermende kleding te steken en de demonen te verdrijven.

We hebben niet alles onder controle, we zijn niet de ‘masters of the universe’, we mogen best wat bescheidener en voorzichtiger worden. De mens staat er op de schaal van beschaving en duurzaamheid al niet zo goed voor, laten we deze crisis vooral niet voorbij laten gaan om er wijze lessen uit te leren en liefde en zorgzaamheid te koesteren en als een vreugdevirus te verspreiden.

Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

Als de dag van toen

Als je ouder en ouder wordt, dan ga je anders naar je ouders kijken en wat zij voor je deden, lieten en betekenden. Tot je verdriet of vreugde ga je voelen dat je meer op hen lijkt dan je dacht of hoopte. DNA verraadt zich niet.

Mijn ouders zijn al jaren dood, ze stierven in hetzelfde jaar. Maar zolang er aan je wordt gedacht en over je wordt gesproken, ben je niet echt dood, zo las en leerde ik ooit. En vandaag is het dan Moederdag, de dag naar Internationale Vrouwendag was – en blijft – de geboortedag van mijn moeder, een mooie dag om nog wat meer aan haar te denken en over haar te schrijven.

Als je kinderen klein zijn wil je ze ‘showen’ aan oma en opa, maar dat lukte niet lang. En waar je graag meer wilde weten of het hoe en wat vroeger, ging de deur vaak net te snel en onverbiddelijk dicht. Veel was moeilijk, veel was pijnlijk.

Maar hoe moeilijk zij het had en ik het haar maakte: ze was mijn moeder, en naarmate je ouder wordt zou je graag nog een woorden willen wisselen, even maar, zoals toen ze net was overleden ik haar in mijn buurt voelde. Ik geloof er niet in, maar het was er wel. Energie. Sterk gevoeld verlies. Wat dan ook.

Het is lang geleden, maar als de dag van toen, hou ik van jou en misschien hou ik nog wel meer van jou als toen die dag…

Smeltjus en schuiftrompet

Het is de angst van iedereen die ouder wordt. Ben ik nog wel relevant, tel ik nog wel mee, hoe leg ik het aan mijn kinderen uit, en waarom blijft niet alles zoals het is.

Theo Maassen voert dit zelfgevecht in het openbaar in zijn ‘Situatie gewijzigd’, de titel die alles zegt. Maassen is de witte man die in de nieuwe tijd aan alle kanten wordt aangevallen.

Je kunt niet alles meer zeggen, je moet op je woorden passen, en dat is voor een performer als Maassen eigenlijk niet te doen. Hij mept om zich heen, kan de foute grappen niet laten, en hij poogt vergeefs een soort ‘we zijn toch allen’ te construeren waar hij zelf niet in gelooft.

De situatie is inderdaad gewijzigd, maar aan het eind slaat hij alles en iedereen van zich af door een enorme listing van grote witte denkers en een waanzinnige opsomming van wat al die witte mannen ons toch maar hebben gebracht: van smeltjus tot vleeskroket en schuiftrompet.

De tranen liepen mij massaal over de wangen in dit hilarische en bijna-hysterische slot. Zo ging ik als oudere witte man toch vrolijk gestemd Carré uit, maar of dat voor Maassen bij de artiestenuitgang ook gold..?

Is dit een mens

Primo Levi. Dat was de eerste naam die bij mij bovenkwam toen de vraag op tafel kwam naar onze favoriete schrijver. Ik had ook best Bryson, Updike, Ford of Roth kunnen noemen, maar ik vond het een soort sein dat het Levi moest zijn. Toen hij ook nog in 2-voor-12 als vraag voorbij kwam, was deze column geboren.

Ik ben nu ‘Het periodiek systeem’ aan het herlezen, een fascinerend boek waarin Levi vertelt over zijn leven als kleine Joodse jongen in Turijn, als chemicus, verzetslid, en als overlevende van de Duitse vernietigingskampen. Levi noemt het verhalen van een leven. Het boek bestaat uit 21 chronologische verhalen die elk een chemisch element als titel en thema hebben.

Het is een meesterwerk, in inhoud en vorm. Samen met zijn ‘Is dit een mens’ vormt het antwoord op wie ik de beste schrijver vind, zo die titel belang heeft. Alle grote thema’s komen langs, heel zijn leven komt voorbij, en hoe hij getekend was en zag hoe een mens was en kon zijn onder de vreselijkste omstandigheden. Onderdrukkers én onderdrukten. Wat is een mens dan?

Primo Levi was een mens, een bijzondere man, zijn dood in 1987 nog steeds omgeven door tweespalt: was het een noodlottig ongeluk of kon hij na al die jaren zijn vreselijke herinneringen niet meer aan en bepaalde hij zelf wanneer hij stierf en de nachtmerries stopten.

De man met de vlinderdas

Niemand weet meer wie hij was. Hij heet nu de man met de vlinderdas. Wat we wel weten, is dat hij op 22 of 23 februari 1941 door de Duitse bezetter werd opgejaagd, opgepakt en daarna afgevoerd en vermoord.

De razzia’s tegen de Joden in Amsterdam waren de brandstof voor de Februaristaking die twee dagen duurde en daarna hardhandig de kop werd ingedrukt.

We weten niet wie de man met de vlinderdas was, en er is geen filmbeeld van de Februaristaking. De oorlog is ver uit een vorige eeuw, alles lijkt te verdwijnen en te verdampen, alsof het niet gebeurd is.

En daarom is het zo goed dat we herdenken. Opdat wij niet vergeten. En de verhalen blijven vertellen, ook al weten we de naam niet of hebben we geen foto van die enige staking in Europa in de Tweede Wereldoorlog.

De Dokwerker is het beeld van dat verzet in februari 1941. We weten dat Mari Andriessen het beeld maakte, en dat zijn vriend Willem Termetz ervoor poseerde. Dat weten we wel. De Dokwerker is niet afgebeeld als held, maar als een ‘gewone’, maar vastberaden arbeider.

Uitgeroeid

Er is al zoveel geschreven over de Tweede Wereldoorlog, maar nog lang niet genoeg, en het mag ook nooit stoppen. Dit weekend kwam de Anne Frank Stichting met twee foto’s waarop Margot Frank, de oudere zus van Anne, staat.

Het zijn foto’s uit de zomer van 1941. Het is prachtig weer. De zon schijnt op de Amstel en op de meiden van de Vereeniging ter Bevordering van de Watersport onder Jongeren. Er wordt geroeid, gelachen, genoten. Maar niet lang meer. In september 1941 mag Margot niet meer roeien en haar Joodse coach Roos van Gelder mag de meiden niet meer trainen.

Niet zo langzaam en zeer zeker wordt de Joodse gemeenschap in ons land geïsoleerd. De roeigenoten zijn solidair en stoppen ook met roeien. Het is een mooie daad van vriendschap en solidariteit, maar de gang naar het einde is onontkoombaar. Margot en Anne overlijden in februari 1945 in Bergen-Belsen. Uitgeroeid. Letterlijk en figuurlijk. Hoe symbolisch is de foto.

Moon River

Gejaagd door de wind landde ik op maandagmiddag in bioscoop lab111 voor een film die bijna net zo oud is als ik: Breakfast at Tiffany’s. De titel van de film – en van het gelijknamige boek van Truman Capote – klonk mij als zeer bekend en als muziek in de oren, maar ik had de film toch echt nooit gezien.

De song Moon River klonk mij eigenlijk nog veel bekender, maar ik had het nooit geassocieerd met deze film, eerder met een western waarvan ik vermoedde dat Moon River de titel zou zijn. Het hielp ook niet dat Andy Williams Moon River zo fraai vertolkte, daarom kwam de uitvoering van Katherine Hepburn me veel minder bekend voor, maar ze won er toch maar mooi een Oscar en een Grammy voor.

De film Breakfast at Tiffany’s is – zeer – losjes gebaseerd op de drie jaar eerder verschenen novelle van Capote. Hoe geestig de film bij grote vlagen ook is, het venijn van Capote is flink gezoet, en natuurlijk heeft de film een verplicht happy end in de regen, in het boek liep het allemaal heel anders, net zoals in de film alles anders loopt dan de hoofdpersonen denken. Het lijkt het leven wel.

Het drama van München

Op 6 februari 1958, twee dagen voordat ik werd geboren, kwam vlucht 609 van British European Airways in München bij een derde poging ook niet los van de besneeuwde startbaan en verongelukte. Uiteindelijk zouden 23 van de 44 mensen aan boord het leven laten.

Het toestel van BEA was afkomstig uit Belgrado en onderweg naar Manchester en moest in München bijtanken. In het toestel spelers en staf van het grote Manchester United en journalisten die verslag hadden gedaan van de zege van de Mancunians op Rode Ster Belgrado in de toen nog prille Europa Cup.

In Manchester leeft deze ramp na 62 jaar nog immer voort. In het stadion Old Trafford hangt al sinds 1960 een frozen clock die altijd op 6 februari 1958 blijft staan. Het verlies in Manchester was dan ook groot. Maar liefst 8 jonge spelers van de talentvolle Busby Babes – genoemd naar manager Matt Busby – lieten het leven. Busby moest lang vechten voor zijn leven en het kostte hem daarna tien jaar om United weer op het niveau van voor de ramp te krijgen.

De ramp in München staat in een rij van legendarische voetbalvliegrampen, zoals die van AC Torino in 1949, de SLM-ramp met het Kleurrijk Elftal in Suriname in 1989, en het nationale elftal van Zambia in 1993.

8.95

De mens heeft altijd gedroomd van vliegen, om los te komen van de aarde, op eigen kracht te ontsnappen – hoe kort ook – aan de zwaartekracht. Er zijn zelfs sporten voor ontwikkeld. De beste hoogspringer overwon nu al bijna dertig jaar geleden 2,45 m. Indrukwekkend. Maar het wordt nog veel bijzonderder als je het horizontaal doet: als verspringer.

Ik zag gisteren op Canvas een docu over de Amerikaanse atleet Mike Powell, regerend wereldkampioen verspringen, en dat is hij al sinds 1991 toen hij het ooit voor ondenkbaar gehouden in 1968 in Mexico-City gevestigde record van zijn landgenoot Bob Beamon van 8.90 m verbeterde tot 8.95 m.

Wie 8.95 m springt, die vliegt. Het begint – als een vliegtuig op de startbaan – met de aanloop, en Powell tikte daar bijna de 40 km/u aan. Dan is er de afzet, het winnen van hoogte en een soort bicyle kick die je katapulteert tot de zwaartekracht wakker schrikt en doorheeft dat je hem wilt belazeren. Je valt hard in het zand, je bent terug op aarde, je vloog, alles klopte, je bent de beste van de wereld, en na 29 jaar nog niemand die je van je troon weet te stoten.