Gaarkeukens van grofheid

Mijn goede vriend Arjen verwoordde het treffend: “Ik was net tien minuten op twitter en ga nu eerst mijn handen maar eens goed wassen.” Social media zijn precies niet wat ze claimen. Het zijn gaarkeukens van onfatsoen, grofheid en verregaande vorm van belediging, intimidatie en het verspreiden van fake news en virussen van domdenken.

Over mijn bericht over de cover van The New York Times over de bijna 100.000 coronadoden in de VS kreeg ik reacties als dat zo’n aantal toch niks voorstelt en dat er veel meer mensen aan longkanker doodgaan. Pardon?

Social media zijn geen gezellige platforms maar rioolbuizen vol kwalijk riekende uitwerpselen. Het werd zelfs twitter nu te gek. Het gaf aan bij enkele tweets van Trump aan dat deze ‘ongefundeerd’ zijn. Dat is een nette formulering voor hitserij en het dwarsbomen van eerlijke verkiezingen.

Ik vind het leuk om naar uilen in een vensterbank of jonge pinguïns te kijken. Ik heb minder met vakantiefoto’s maar lees graag welke muziek ik toch echt niet mag missen of hoe een column van Diederik Ebbinge over Youp van ’t Hek veel leuker is dan de columns van Van ’t Hek zelf.

Ik vind dat allemaal wel grappig, maar ik ben geloof ik grenzeloos naïef of wens iets wat er niet komt: echte social media, gezellig. met ergens ver weg en deep down een afwerkplek voor gekkies die alle complotten in de wereld niet meer trekken.

 

Wachten op Godot

“Houd de moed erin!” Dat zei minister Van Engelshoven na een werkbezoek aan Nationale Opera & Ballet, Amsterdam Sinfonietta en het Holland Festival die haar duidelijk maakten dat je niet alles maar kunt opvoeren door het klein te maken en dat de 1,5 meterregel en 30 of straks wellicht 100 bezoekers onrendabel en een enorm affront zijn. Het kan niet, het past niet.

Oh zeker, de minister heeft € 300 miljoen voor de ergste nood. Giro 555 voor verweesde cultuur. Amsterdam pulkt wat uit een noodfonds. Maar we wisten het al en kregen het bevestigd: kunst en cultuur hebben geen prioriteit. Acteur, danser, fluitist, het zijn geen essentiële beroepen.

Het is altijd hetzelfde. Als er crisis is, dan is het geld harder nodig in de harde economie dan in die softe cultuur. Brood voor spelen. En gaat het economisch top, dan moet de cultuursector ondernemend de markt op, want daar staan potten met goud.

De culturele sector blijft speelbal van overheden, met leuke plannen vol maatschappelijke relevantie voor potjes met geld en een ongewisse toekomst. We zijn geknecht en verslaafd. Daar moeten we vanaf. We moeten creatief het initiatief nemen. Van de overheid komt het niet. Dat is Wachten op Godot.

Als zieke vogels

 

Het is 117 jaar geleden dat Orville en Wilbur Wright hun eerste vlucht maakten. Bij Kitty Hawk in North Carolina bleven de broers met hun gemotoriseerde vliegtuig een klein stukje in de lucht, de eerste minuut van de luchtvaart.

Dezer dagen lijkt het wel alsof de Wright Brothers nooit hebben gevlogen. De hemel is blauw en vliegtuigleeg waar het nog niet zo lang geleden een hemels paradijs was voor een leger aan toestellen dat de hele wereld bevloog.

Nu staan vrijwel alle vliegtuigen als zieke vogels aan de grond, geïnfecteerd door een virus dat net zo wereldomspannend is als het vliegnetwerk. Hun toekomst hebben ze niet zelf in de hand, die wordt gedicteerd door het virus en door staten die zin en geld hebben om de wankele vogels te redden van a fatal crash.

Zoals het ging, kan het niet verder. De coronacrisis maakt dat alleen maar pijnlijk duidelijker. Willen we nog iets maken van deze planeet, dan zal de luchtvaartindustrie zichzelf her uit moeten vinden. Groener, schoner, duurzamer, minder megalomaan en financieel en fiscaal beschaafd.

Orville en Wilbur kunnen geen begin van voorstelling hebben gehad bij wat hun 53 seconden in de lucht zouden betekenen.

De stem van de koning

Zondag zond de BBC ‘The King’s Speech’ uit, een fijne Britse feel-good movie over de stotterende koning George VI die zijn ketens verbreekt en zijn stem vindt.

Ik vond Willem-Alexander ook altijd maar een stotterende koning. En dan bedoel ik niet zijn pijnlijk verstotterde apologies in Indonesië, maar zijn ongemak en houterigheid waarmee hij steeds bevestigde wat velen dachten dat hij eigenlijk maar een beetje leeghoofdige flutkoning was.

Maar net als George Vi vond Willem-Alexander zijn stem, op een lege Dam, op een altijd beladen 4 mei. Opeens was daar een koning met een eigen stem, een eigen geluid, een eigen verhaal. Persoonlijk, helder, gedurfd en bijna anti-protocollair.

Kritisch naar zijn overgrootmoeder en helder formulerend hoe het kwaad als een virus wakkerde en hoe Sobibor begon in het Vondelpark met het bordje ‘niet voor Joden.’ Toen was ik weer een paar minuten stil…

Een andere wereld

 

Lang geleden al zong Ramses Shaffy hoe stil het was in de stad. Het Parool liet in de PS dit weekend de lege stad zien en ging in Amsterdam op zoek naar de schoonheid achter de sores. Terwijl ik dik ingepakt op het dak in de zon wat vitamine D tot me nam, stonden er files bij de stranden en boekten bouwmarkten recordomzetten. We zitten nog niet helemaal op één lijn, volgens mij.

Het is een andere stad, een andere wereld. Gisteren zag ik voor het eerst in drie dagen een vliegtuig overkomen. Onze wereld is enorm gekrompen. We zijn teruggeworpen op onszelf en de mensen om ons heen, en we zien mooie tekenen van solidariteit en naastenhulp en creatief verzet: we zingen, klappen en musiceren om de sterren van de zorg een hart onder de beschermende kleding te steken en de demonen te verdrijven.

We hebben niet alles onder controle, we zijn niet de ‘masters of the universe’, we mogen best wat bescheidener en voorzichtiger worden. De mens staat er op de schaal van beschaving en duurzaamheid al niet zo goed voor, laten we deze crisis vooral niet voorbij laten gaan om er wijze lessen uit te leren en liefde en zorgzaamheid te koesteren en als een vreugdevirus te verspreiden.

Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

Als de dag van toen

Als je ouder en ouder wordt, dan ga je anders naar je ouders kijken en wat zij voor je deden, lieten en betekenden. Tot je verdriet of vreugde ga je voelen dat je meer op hen lijkt dan je dacht of hoopte. DNA verraadt zich niet.

Mijn ouders zijn al jaren dood, ze stierven in hetzelfde jaar. Maar zolang er aan je wordt gedacht en over je wordt gesproken, ben je niet echt dood, zo las en leerde ik ooit. En vandaag is het dan Moederdag, de dag naar Internationale Vrouwendag was – en blijft – de geboortedag van mijn moeder, een mooie dag om nog wat meer aan haar te denken en over haar te schrijven.

Als je kinderen klein zijn wil je ze ‘showen’ aan oma en opa, maar dat lukte niet lang. En waar je graag meer wilde weten of het hoe en wat vroeger, ging de deur vaak net te snel en onverbiddelijk dicht. Veel was moeilijk, veel was pijnlijk.

Maar hoe moeilijk zij het had en ik het haar maakte: ze was mijn moeder, en naarmate je ouder wordt zou je graag nog een woorden willen wisselen, even maar, zoals toen ze net was overleden ik haar in mijn buurt voelde. Ik geloof er niet in, maar het was er wel. Energie. Sterk gevoeld verlies. Wat dan ook.

Het is lang geleden, maar als de dag van toen, hou ik van jou en misschien hou ik nog wel meer van jou als toen die dag…

Smeltjus en schuiftrompet

Het is de angst van iedereen die ouder wordt. Ben ik nog wel relevant, tel ik nog wel mee, hoe leg ik het aan mijn kinderen uit, en waarom blijft niet alles zoals het is.

Theo Maassen voert dit zelfgevecht in het openbaar in zijn ‘Situatie gewijzigd’, de titel die alles zegt. Maassen is de witte man die in de nieuwe tijd aan alle kanten wordt aangevallen.

Je kunt niet alles meer zeggen, je moet op je woorden passen, en dat is voor een performer als Maassen eigenlijk niet te doen. Hij mept om zich heen, kan de foute grappen niet laten, en hij poogt vergeefs een soort ‘we zijn toch allen’ te construeren waar hij zelf niet in gelooft.

De situatie is inderdaad gewijzigd, maar aan het eind slaat hij alles en iedereen van zich af door een enorme listing van grote witte denkers en een waanzinnige opsomming van wat al die witte mannen ons toch maar hebben gebracht: van smeltjus tot vleeskroket en schuiftrompet.

De tranen liepen mij massaal over de wangen in dit hilarische en bijna-hysterische slot. Zo ging ik als oudere witte man toch vrolijk gestemd Carré uit, maar of dat voor Maassen bij de artiestenuitgang ook gold..?

Is dit een mens

Primo Levi. Dat was de eerste naam die bij mij bovenkwam toen de vraag op tafel kwam naar onze favoriete schrijver. Ik had ook best Bryson, Updike, Ford of Roth kunnen noemen, maar ik vond het een soort sein dat het Levi moest zijn. Toen hij ook nog in 2-voor-12 als vraag voorbij kwam, was deze column geboren.

Ik ben nu ‘Het periodiek systeem’ aan het herlezen, een fascinerend boek waarin Levi vertelt over zijn leven als kleine Joodse jongen in Turijn, als chemicus, verzetslid, en als overlevende van de Duitse vernietigingskampen. Levi noemt het verhalen van een leven. Het boek bestaat uit 21 chronologische verhalen die elk een chemisch element als titel en thema hebben.

Het is een meesterwerk, in inhoud en vorm. Samen met zijn ‘Is dit een mens’ vormt het antwoord op wie ik de beste schrijver vind, zo die titel belang heeft. Alle grote thema’s komen langs, heel zijn leven komt voorbij, en hoe hij getekend was en zag hoe een mens was en kon zijn onder de vreselijkste omstandigheden. Onderdrukkers én onderdrukten. Wat is een mens dan?

Primo Levi was een mens, een bijzondere man, zijn dood in 1987 nog steeds omgeven door tweespalt: was het een noodlottig ongeluk of kon hij na al die jaren zijn vreselijke herinneringen niet meer aan en bepaalde hij zelf wanneer hij stierf en de nachtmerries stopten.

De man met de vlinderdas

Niemand weet meer wie hij was. Hij heet nu de man met de vlinderdas. Wat we wel weten, is dat hij op 22 of 23 februari 1941 door de Duitse bezetter werd opgejaagd, opgepakt en daarna afgevoerd en vermoord.

De razzia’s tegen de Joden in Amsterdam waren de brandstof voor de Februaristaking die twee dagen duurde en daarna hardhandig de kop werd ingedrukt.

We weten niet wie de man met de vlinderdas was, en er is geen filmbeeld van de Februaristaking. De oorlog is ver uit een vorige eeuw, alles lijkt te verdwijnen en te verdampen, alsof het niet gebeurd is.

En daarom is het zo goed dat we herdenken. Opdat wij niet vergeten. En de verhalen blijven vertellen, ook al weten we de naam niet of hebben we geen foto van die enige staking in Europa in de Tweede Wereldoorlog.

De Dokwerker is het beeld van dat verzet in februari 1941. We weten dat Mari Andriessen het beeld maakte, en dat zijn vriend Willem Termetz ervoor poseerde. Dat weten we wel. De Dokwerker is niet afgebeeld als held, maar als een ‘gewone’, maar vastberaden arbeider.