Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

Is dit een mens

Primo Levi. Dat was de eerste naam die bij mij bovenkwam toen de vraag op tafel kwam naar onze favoriete schrijver. Ik had ook best Bryson, Updike, Ford of Roth kunnen noemen, maar ik vond het een soort sein dat het Levi moest zijn. Toen hij ook nog in 2-voor-12 als vraag voorbij kwam, was deze column geboren.

Ik ben nu ‘Het periodiek systeem’ aan het herlezen, een fascinerend boek waarin Levi vertelt over zijn leven als kleine Joodse jongen in Turijn, als chemicus, verzetslid, en als overlevende van de Duitse vernietigingskampen. Levi noemt het verhalen van een leven. Het boek bestaat uit 21 chronologische verhalen die elk een chemisch element als titel en thema hebben.

Het is een meesterwerk, in inhoud en vorm. Samen met zijn ‘Is dit een mens’ vormt het antwoord op wie ik de beste schrijver vind, zo die titel belang heeft. Alle grote thema’s komen langs, heel zijn leven komt voorbij, en hoe hij getekend was en zag hoe een mens was en kon zijn onder de vreselijkste omstandigheden. Onderdrukkers én onderdrukten. Wat is een mens dan?

Primo Levi was een mens, een bijzondere man, zijn dood in 1987 nog steeds omgeven door tweespalt: was het een noodlottig ongeluk of kon hij na al die jaren zijn vreselijke herinneringen niet meer aan en bepaalde hij zelf wanneer hij stierf en de nachtmerries stopten.

Moon River

Gejaagd door de wind landde ik op maandagmiddag in bioscoop lab111 voor een film die bijna net zo oud is als ik: Breakfast at Tiffany’s. De titel van de film – en van het gelijknamige boek van Truman Capote – klonk mij als zeer bekend en als muziek in de oren, maar ik had de film toch echt nooit gezien.

De song Moon River klonk mij eigenlijk nog veel bekender, maar ik had het nooit geassocieerd met deze film, eerder met een western waarvan ik vermoedde dat Moon River de titel zou zijn. Het hielp ook niet dat Andy Williams Moon River zo fraai vertolkte, daarom kwam de uitvoering van Katherine Hepburn me veel minder bekend voor, maar ze won er toch maar mooi een Oscar en een Grammy voor.

De film Breakfast at Tiffany’s is – zeer – losjes gebaseerd op de drie jaar eerder verschenen novelle van Capote. Hoe geestig de film bij grote vlagen ook is, het venijn van Capote is flink gezoet, en natuurlijk heeft de film een verplicht happy end in de regen, in het boek liep het allemaal heel anders, net zoals in de film alles anders loopt dan de hoofdpersonen denken. Het lijkt het leven wel.

Makke lammetjes

Dom. Naïef. Verkeerd voorgelicht. Onoprecht. Vals. Wat Toine Beukering ook was of is of mankeert, hij is ongeschikt als voorzitter van de Eerste Kamer. De voormalig brigade-generaal vindt dat Joden maar weinig verzet boden in de Tweede Wereldoorlog. “Dat zo’n dapper strijdbaar volk als makke lammetjes gewoon (sic) door de gaskamers werd gejaagd.”

Beukering is van Forum voor Democratie, de partij die steeds onfrisser begint te ruiken, maar de oud-militair vindt zichzelf een ‘overtuigd liberaal.’ Zijn opmerkingen over het weinige verzet van Joden was voor hem juist brandstof om in het leger te gaan. Dat nooit meer, zo had hij gedacht. Tsja. Impliciet de Joden zelf de schuld geven van hun ondergang. Je moet maar durven.

Beukering had beter kunnen weten en zich meer kunnen verdiepen en lezen. Het boek ‘Vogelvrij. De jacht op de Joodse onderduiker’ van Sytze van der Zee, bijvoorbeeld. Hoe er naast en na de razzia’s individueel of in kleien groepjes werd gejaagd op Joden. En hoe mensen niet te beroerd waren hun buren aan te geven of kopgeld van 5 of 10 gulden op te strijken voor een uit zijn onderduikplaats gesleurde Jood.

Nederland kent het relatief hoogste percentage vermoorde Joden. Heel erg welkom waren ze hier niet. De Duitsers werden ‘keurig’ geholpen bij het traceren, uitsluiten, concentreren, opjagen en op transport zetten van onze Joodse landgenoten.
In zijn boek citeert Van der Zee uit het boek ‘Na de ondergang’ van politicoloog Ido de Haan. De Haan constateert: De ondergang van de Joden speelde zich af om de hoek, voor de deur, op de trap, in de huiskamer. Iedereen kon zien dat ze ontrecht, mishandeld en vernederd werden. En al konden waarschijnlijk de meesten zich geen voorstelling maken van de wijze waarop de Joden zouden worden gedood, sommigen waren zelfs niet in staat het leed dat zich zo dichtbij afspeelde, onder ogen te zien.

Als er al makke schaapjes waren, dan waren dat heel veel Nederlandse landgenoten die het wel best vonden en graag de andere kant opkeken en leeggekomen huizen van Joden leegroofden en in bezit namen. Het is een schaamtevolle episode in onze geschiedenis. De kronkelende gedachten van dit neo-kamerlid hebben we echt niet nodig om dit nog een keer te onderschrijven.

Mededogen gevraagd

Mededogen. Dat was het woord dat het voor mij deed. Mededogen. Het klinkt misschien archaïsch, maar dat betekent dat het woord en het begrip al heel lang bij ons zijn. Mededogen. Erbarmen. Het zijn andere waarden dan medelijden. Mededogen is dieper, zit verankerd in je zijn en je ziel, medelijden is meer de schok en de traan bij plotse ellende.

Mededogen is actief, je moet het laten zien, waarmaken, leven en beleven. En dat valt niet mee en gaat niet vanzelf. In zijn voor ons allen zo ontluisterende boek Homo Sapiens schreef Yuval Noah Hariri op het eind: ‘We brengen consequent grote schade toe aan onze mededieren en aan het ecosysteem, terwijl we in weinig meer zijn geïnteresseerd dan ons comfort en plezier en we nooit tevreden zijn.’

Heftig en zwaar allemaal, het zij zo. Ik kwam erop nadat ik op een aantal plaatsen affiches zag hangen van de Partij voor de Dieren met het leuke woordspel ‘Alle kleine beestjes helpen.’ Ik had hem best zelf willen bedenken, in ieder geval triggerde het om te realiseren dat Thieme & Co als enige voortdurend positief prikkelt om ons leven van slopers om te zetten naar meer mededogen, van live it up naar duurzaamheid.

Ik geef het toe: ik vond een politieke partij voor de dieren een belachelijk en elitair idee. Kijk ons eens fijn bezig zijn met die harige vriendjes. Maar zo makkelijk kom ik er niet meer vanaf. Kijk naar al het gif, het plastic, de CO2 en de dieronterende manier waarop we met onze mededieren om gaan. We zijn slechte rentmeesters, we schijten in ons eigen huis, roepen dat het stinkt, maar weigeren ons gemakzuchtige leven aan te passen.

Dieren hebben geen stem. Dus moeten wij het doen. Mededogen. Erbarmen. Laten zien dat we wel degelijk een wijs en invoelend mens kunnen zijn, een Homo Sapiens 2.0. Alle kleine beetjes helpen. Alle kleine beestjes ook.

Eet een appel

turksfruit-foto

Het is Boekenweek. De week van de verboden vruchten. Dat brengt de geest toch onherroepelijk terug naar Jan Wolkers’ Turks Fruit en de verfilming met het legendarische tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont. Dat waren nog eens tijden.

Vanochtend leek de intercity naar Amsterdam voortgestuwd te worden door het leutergeratel van twee collega’s die naast het leven, hun collega’s, de moskee en blote billen ook de gezondheid en de dorstlessendheid van de sinaasappel ter sprake brachten.

Het kan geen toeval zijn dat ik in Het Parool net beland was bij een artikel over hoe onze voorouders slim waren geworden van fruit eten. De hersens van fruiteters zijn aanzienlijk groter dan die van bladknagers en diereneters. Dit onderzoek van Amerikaanse biologen is niet omstreden, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Het verhaal over het slimme fruit haalt de eerdere theorie onderuit dat de omgang met soortgenoten het brein juist zou hebben opgeschaald. Ook die theorie is maar een mening, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Misschien hadden Adam en Eva al een vermoeden over de positieve invloed van fruit op de hersenen toen zij het gebod van hun schepper in de paradijselijke wind sloegen en aan een appel begonnen. Dat bracht de mensheid grote ellende en een voor altijd verstoorde relatie met het opperwezen.

Van recentere datum is de campagne uit mijn jeugd ‘snoep verstandig, eet een appel.’ Die reclamemakers hadden wel door hoe het zat. Maar of het ook effectief was? Ik zie die arme ouders al op die pubers afkomen met een appel en de toevoeging “daar word je slim van, joh.” Ratio en het puberbrein, het is een taai gevecht.

Hallelujah

leonard-cohenBij de hemelpoorten klinkt het Hallelujah uit de kelen van een enorm koor, een welluidend welkom voor de grote dichter, schrijver en bard Leonard Cohen. Wie als openingsregels ‘I heard there was a secret chord, that David played and it pleased the Lord’ componeert, mag zich verzekerd weten van eeuwige lof en roem en engelen met schallende trompetten.

Wat een prachtig lied is dat Hallelujah en over de doden niets dan goeds, maar ik hoor toch tig maal liever de interpretatie van ex-Velvet Undergrounder John Cale, een versie die ook in één van de Shrek-films te horen is. Dat dan weer wel. Overigens is er genoeg te kiezen aan versies en interpretaties, van Buckley tot Bono.

De misdaad is verjaard, dus ik kan hier en nu opbiechten dat ik ooit de LP Songs of Love and Hate uit mijn ouderlijk huis liet verdwijnen en dat prachtige zwart-wit-kleinood ruilde met mijn voetbalvriendjes Rien en Rob – het klinkt ook nu nog als een wat morsig duo – voor wat boekjes met opwindend bedoelde plaatjes en verhaaltjes die oneindig spannender waren dan de liedjes van de coole bard met tokkelgitaar.

Op de middelbare school zette ik zijn roman Beautiful Losers op mijn Engelse boekenlijst. Niemand had Cohen op zijn lijst, dus dat vind ik wel cool. Ik begreep er echter niet veel van, en dat begreep mijn leraar Engels heel goed. Die ervaring met Cohen leverde me een passende onvoldoende op.

Het is feest in de hemel, het Hallelujah schalt door het oneindig zwerk als voorbeeld voor de levenden hoe je een nummer schrijft waar zelfs de wrakende God plezier aan beleeft. Als je dat kunt, dan ben je voorwaar een grote.

Six and the City

SixOp de middelbare school was het Jan Wolkers. Turks Fruit, Kort Amerikaans, De Walgvogel. Toen kwam een diepere periode met Bloem, Peter Handke, een vroege Ian McEwan. Als ik nu een lijstje met favoriete schrijvers zou moeten maken, dan stonden daar Primo Levi, John Updike, Richard Ford en Bill Bryson zeker op. En beslist ook Geert Mak, de hoofdstedelijk chroniqueur van stad en land en Europa.

Ik ben nu als een dolle Het goede leven van Jay McInerney aan het uitlezen zodat ik kan beginnen aan het lijvige nieuwe boek van Mak over de familiegeschiedenis van de Jan Sixen in en om Amsterdam. Het verhaal van de familie Six begint in de 17e eeuw bij de door Rembrandt vereeuwigde Jan Six en loopt via vele naamgenoten naar de huidige Jan Six en het familiehuis aan de Amstel.

Zoals de achterflap van De levens van Jan Six zo mooi samenvat en belooft: binnen de familie Six heet de oudste zoon van de oudste zoon bijna altijd Jan Six, tot de dag van vandaag. Ze werden burgemeester en wetenschapper, ze verwierven grote rijkdom en strompelden soms ook weer gebocheld en eenzaam door het leven.

Geert Mak heeft mij al vele titels en zo vele dagen leesplezier geschonken met Hoe God verdween uit Jorwerd, De eeuw van mijn vader, Het verdwenen land, Europa en – iets minder, maar toch – Reizen zonder John: op zoek naar Amerika. En nu wacht dus drukpersvers, ongekreukt en met rechte rug Six and the City, het verhaal en de familiegeschiedenis van de Jan Sixen. Ik heb er zin an.

ALS de dag van toen

Pieter

Maandag overleed Pieter Steinz aan de ongeneeslijke spierziekte ALS. Zijn dood kwam niet onverwacht, maar dat maakt de klap en het verdriet niet minder. Mooi dat de media loftrompetten staken om zijn werk en belang te duiden. Zo noemde Het Parool Pieter toch ‘vooral een zeer welsprekende gids in de wereld van de literatuur, de muziek, de kunsten en al het andere wat de cultuur te bieden heeft.’ Dat is mooi. En welverdiend. Zo kundig en bevlogen als hij was, zo aardig was hij ook en moedig bleek hij.Gelukkig ben ik met de mooie herinneringen aan onze samenwerking bij het Nederlands Letterenfonds, Pieter als directeur, en ik als één der bestuurderen.

Het is wrang als je getroffen wordt door een ziekte als ALS die je niet kunt verslaan. De kans dat je het krijgt lijkt ook zo miniem. Jaarlijks krijgen in Nederland rond de 450 mensen de diagnose ALS. Op de Nederlandse bevolking is dat heel veel nullen achter de komma. Maar Pieter kreeg het. Hij vocht, werkte door, en schreef verbluffend nuchter over de ziekte hem sloopte. Dat moet je ook maar kunnen. Ik moet steeds denken aan het programma  The Meaning of Life waarin de Britse acteur Stephen Fry wordt gevraagd wat hij tegen God zou zeggen mocht hij hem ooit ontmoeten. Fry sprak de prachtzin: Bone cancer in children. What is that all about? How dare you?”

Het is ook wrang als je één pagina na het mooie in memoriam over Pieter in Het Parool leest hoe directeur Eric N. € 177.000 stal uit de kas van de Stichting ALS. “How dare you”, past ook hier prima. N. probeerde de diefstal af te dekken door in de kas van een andere stichting te klauwen. Nu heeft hij spijt, maar toen rolde het gestolen geld gemakkelijk naar zijn grote gezin met zeven kinderen, naar vakanties, loterijen en de opknapbeurt van een zeiljacht. Als het aan de officier van justitie ligt, mag deze N. een jaar lang in detentie gaan nadenken over zijn verderfelijk handelen. Shame on you.

Het brengt Pieter niet terug. Een goed en getalenteerd mens is veel te vroeg gestorven. Wat blijft is zijn mooie werk en de gedachten aan de dag van toen en hoe en wie en wat hij was en betekende. Hij zal in ieder geval langer herinnerd worden dan deze Eric N. Is er tenminste nog iets van gerechtigheid…

Bijna alles

Bryson

I come from Des Moines. Somebody had to. Het is de beroemde openingszin van The Lost Continent: Travels in Small-Town America van Bill Bryson uit 1989. Het is autobiografisch. Bryson komt uit Des Moines, Iowa, maar de geboren Amerikaan is inmiddels ook al heel lang Brit en ook over dat land heeft hij veel te vertellen.

En ik biecht het maar op: Bryson is mijn favoriete schrijver. Niet omdat hij de beste is. Tolstoi, Hesse, Dickens of Flaubert waren ongetwijfeld van zwaarder kaliber. Maar wel omdat hij mij enorm plezier schenkt met zijn open geest en pen, zijn interesse in geschiedenis en wat de mens drijft en daar boek na boek verslavend grappig en inspirerend over schrijft. Lees bijvoorbeeld zijn One Summer over het jaar 1927. En dan wil de commissie-Schnabel het vak geschiedenis afschaffen…

Bijna alles wat Bryson schrijft is goed of nog veel meer dan dat. Zelfs een wat minder en moeizamer boek als At Home scoort nog een ruime voldoende. Zijn magnum opus is A Short History of Nearly Everything (Een Kleine Geschiedenis van Bijna Alles), het grote betaboek voor alfa’s, ik beveel het iedereen met grote graagte aan. Wat een leesgenot.

En dus was ik blij dat ik op Schiphol zijn nieuwste boek The Road to Little Dribbling in de handbagage mocht stoppen, zijn nieuwe reis door zijn tweede vaderland Engeland waar hij veel van houdt en af en toe stapel krankzinnig van wordt. Met het stijgen der jaren is Bryson soms een grumpy old man (wie niet?) die in gedachten een nare winkelbediende het liefst zou wurgen. Maar Bryson vergeef je bijna alles.

En wie het miste: Bryson was deze week gids van de week in Sir Edmund van de Volkskrant. Leest het alsnog en geniet van de keuzes en observaties van een groot schrijver.