De Aanslag

Hij heeft inmiddels tien jaar de tijd gehad om de hemel te ontdekken. Harry Mulisch overleed op 30 oktober 2010, en vrienden en intimi vertellen in de 2Doc ‘Harry Mulisch – schepper van zichzelf’- hoe het was aan zijn sterfbed en hoe het leven met hem was.

Mulisch was niet een uitgesproken mensenvriend. Hij was koel, afstandelijk, arrogant, een charlatan en poseur, maar hij kon een aardig boekje schrijven. ‘De Aanslag’ werd een hit, maar de Nobelprijs ging altijd aan hem voorbij. Pijnlijk: de verfilming van ‘De Aanslag’ won een Oscar.

Het schrijverschap ging voor alles, ook voor het gezin en zijn kinderen. Het zou komen door zijn jeugd. Zijn moeder vertrok, zijn vader was er nauwelijks voor hem. Hij vond in zijn jeugd en in zijn hele leven speelkameraadjes in teckels. Dieren stelden je niet teleur. En die zeurden niet dat ze naar de Efteling wilden. Daar had de grote schrijver echt geen zin tijd voor en zin in.

Mijn vader en Mulisch scheelden net een jaar. Mijn vader wilde dichter worden, Mulisch vind zich al een genie en groot schrijver voordat anderen dat beaamden. Ook mijn vader had belangrijker dingen te doen dan zijn gezin. Het heeft mij altijd scherp en tegelijk twijfelend gehouden over hoe ik vader was en of ik er wel genoeg was. Altijd die twijfel. Daar had Mulisch geen last van.

Rare vogels

1963 was het jaar van de moord op JFK, de mars op Washington met Martin Luther King, een heroïsche Elfstedentocht en de première van de film ‘The Birds’ van Alfred Hitchcock, ‘the master op suspense.’

Canvas zond de ‘The Birds’ gisteren uit, en ondanks de bordkartonnen acting, blijft de film spannend en intrigeren. Het gegeven is natuurlijk ook bijzonder fascinerend. Vogels die mensen aanvallen. Hitchcock leende het idee van een verhaal van Daphne du Maurier en had ook kennis van berichten in 1961 over door giftige algen zieke vogels die gedesoriënteerd overal tegenaan vlogen.

In een tijd dat het woord milieu nog niet bestond, introduceert Hitchcock in de film een ornitholoog die zegt dat het niet aan de vogels ligt (‘die zorgen voor schoonheid’) en die claimt dat juist de mens het moeilijk maakt om op deze planeet te overleven.

‘The Birds’ wordt gezien als voorloper van en inspiratiebron voor Spielbergs ‘Jaws’ uit 1975. Beide films delen niet alleen spanning, maar ook het pas late verschijnen in de film van dodelijke dieren.

Maar ‘The Birds’ heeft ook de gebruikelijke Hitchcock-kenmerken: de blondine – de debuterende ‘Tippi’ Hedren -, de castrerende moeder, de cameo van de regisseur met hondjes, en mensen die niet worden geloofd of niet helemaal zijn wie ze claimen.

Een krijgsheer aan het woord

Hij vindt Game of Thrones fantastisch en ziet er ook uit als een krijgsheer uit een onbestemd verleden, ofschoon hij ook zou kunnen doorgaan voor Frank Lammers die Michiel de Ruyter speelt die op zijn beurt weer gemodelleerd lijkt naar Ilja Leonard Pfeijffer. De cirkel lijkt me dan wel rond.

Een krijgsheer van het woord, prachtig verpakt in strak pak, lange grijze lokken, zware ringen, klok en armband. Pfeijffer kon in Zomergasten de hele wereld aan, zelfs de platte van Flat Earth.

Zo ging een prachtige avond voorbij vol feiten of fictie, de waarheid of wat er geloofd wordt, een bonte stoet aan volksverlakkers, despoten, complotdenkers en wie en wat al niet. Ik ben dom, maar ik zoek het op.

De elite is de elite niet meer, iedereen kan een wereldpubliek bereiken en wat waar is maakt niet echt veel meer uit. Wetenschap is ook maar een mening, en voor elk feit is er wel een alternatieve fact waarin virussen weer vrolijk voorbij gaan.

Aangrijpend was een staccato verhaal van een Italiaanse arts aan de frontlijn van immigratie op en bij Lampedusa. Zijn vrienden dachten hij wel gewend zou zijn aan alle doden, maar het deed hem nog steeds heel veel pijn. Hij ziet de mensen maar komen, en het zal niet veranderen. Immigratie is zo oud als de mensheid, en altijd pijnlijk actueel.

Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

Is dit een mens

Primo Levi. Dat was de eerste naam die bij mij bovenkwam toen de vraag op tafel kwam naar onze favoriete schrijver. Ik had ook best Bryson, Updike, Ford of Roth kunnen noemen, maar ik vond het een soort sein dat het Levi moest zijn. Toen hij ook nog in 2-voor-12 als vraag voorbij kwam, was deze column geboren.

Ik ben nu ‘Het periodiek systeem’ aan het herlezen, een fascinerend boek waarin Levi vertelt over zijn leven als kleine Joodse jongen in Turijn, als chemicus, verzetslid, en als overlevende van de Duitse vernietigingskampen. Levi noemt het verhalen van een leven. Het boek bestaat uit 21 chronologische verhalen die elk een chemisch element als titel en thema hebben.

Het is een meesterwerk, in inhoud en vorm. Samen met zijn ‘Is dit een mens’ vormt het antwoord op wie ik de beste schrijver vind, zo die titel belang heeft. Alle grote thema’s komen langs, heel zijn leven komt voorbij, en hoe hij getekend was en zag hoe een mens was en kon zijn onder de vreselijkste omstandigheden. Onderdrukkers én onderdrukten. Wat is een mens dan?

Primo Levi was een mens, een bijzondere man, zijn dood in 1987 nog steeds omgeven door tweespalt: was het een noodlottig ongeluk of kon hij na al die jaren zijn vreselijke herinneringen niet meer aan en bepaalde hij zelf wanneer hij stierf en de nachtmerries stopten.

Moon River

Gejaagd door de wind landde ik op maandagmiddag in bioscoop lab111 voor een film die bijna net zo oud is als ik: Breakfast at Tiffany’s. De titel van de film – en van het gelijknamige boek van Truman Capote – klonk mij als zeer bekend en als muziek in de oren, maar ik had de film toch echt nooit gezien.

De song Moon River klonk mij eigenlijk nog veel bekender, maar ik had het nooit geassocieerd met deze film, eerder met een western waarvan ik vermoedde dat Moon River de titel zou zijn. Het hielp ook niet dat Andy Williams Moon River zo fraai vertolkte, daarom kwam de uitvoering van Katherine Hepburn me veel minder bekend voor, maar ze won er toch maar mooi een Oscar en een Grammy voor.

De film Breakfast at Tiffany’s is – zeer – losjes gebaseerd op de drie jaar eerder verschenen novelle van Capote. Hoe geestig de film bij grote vlagen ook is, het venijn van Capote is flink gezoet, en natuurlijk heeft de film een verplicht happy end in de regen, in het boek liep het allemaal heel anders, net zoals in de film alles anders loopt dan de hoofdpersonen denken. Het lijkt het leven wel.

Makke lammetjes

Dom. Naïef. Verkeerd voorgelicht. Onoprecht. Vals. Wat Toine Beukering ook was of is of mankeert, hij is ongeschikt als voorzitter van de Eerste Kamer. De voormalig brigade-generaal vindt dat Joden maar weinig verzet boden in de Tweede Wereldoorlog. “Dat zo’n dapper strijdbaar volk als makke lammetjes gewoon (sic) door de gaskamers werd gejaagd.”

Beukering is van Forum voor Democratie, de partij die steeds onfrisser begint te ruiken, maar de oud-militair vindt zichzelf een ‘overtuigd liberaal.’ Zijn opmerkingen over het weinige verzet van Joden was voor hem juist brandstof om in het leger te gaan. Dat nooit meer, zo had hij gedacht. Tsja. Impliciet de Joden zelf de schuld geven van hun ondergang. Je moet maar durven.

Beukering had beter kunnen weten en zich meer kunnen verdiepen en lezen. Het boek ‘Vogelvrij. De jacht op de Joodse onderduiker’ van Sytze van der Zee, bijvoorbeeld. Hoe er naast en na de razzia’s individueel of in kleien groepjes werd gejaagd op Joden. En hoe mensen niet te beroerd waren hun buren aan te geven of kopgeld van 5 of 10 gulden op te strijken voor een uit zijn onderduikplaats gesleurde Jood.

Nederland kent het relatief hoogste percentage vermoorde Joden. Heel erg welkom waren ze hier niet. De Duitsers werden ‘keurig’ geholpen bij het traceren, uitsluiten, concentreren, opjagen en op transport zetten van onze Joodse landgenoten.
In zijn boek citeert Van der Zee uit het boek ‘Na de ondergang’ van politicoloog Ido de Haan. De Haan constateert: De ondergang van de Joden speelde zich af om de hoek, voor de deur, op de trap, in de huiskamer. Iedereen kon zien dat ze ontrecht, mishandeld en vernederd werden. En al konden waarschijnlijk de meesten zich geen voorstelling maken van de wijze waarop de Joden zouden worden gedood, sommigen waren zelfs niet in staat het leed dat zich zo dichtbij afspeelde, onder ogen te zien.

Als er al makke schaapjes waren, dan waren dat heel veel Nederlandse landgenoten die het wel best vonden en graag de andere kant opkeken en leeggekomen huizen van Joden leegroofden en in bezit namen. Het is een schaamtevolle episode in onze geschiedenis. De kronkelende gedachten van dit neo-kamerlid hebben we echt niet nodig om dit nog een keer te onderschrijven.

Mededogen gevraagd

Mededogen. Dat was het woord dat het voor mij deed. Mededogen. Het klinkt misschien archaïsch, maar dat betekent dat het woord en het begrip al heel lang bij ons zijn. Mededogen. Erbarmen. Het zijn andere waarden dan medelijden. Mededogen is dieper, zit verankerd in je zijn en je ziel, medelijden is meer de schok en de traan bij plotse ellende.

Mededogen is actief, je moet het laten zien, waarmaken, leven en beleven. En dat valt niet mee en gaat niet vanzelf. In zijn voor ons allen zo ontluisterende boek Homo Sapiens schreef Yuval Noah Hariri op het eind: ‘We brengen consequent grote schade toe aan onze mededieren en aan het ecosysteem, terwijl we in weinig meer zijn geïnteresseerd dan ons comfort en plezier en we nooit tevreden zijn.’

Heftig en zwaar allemaal, het zij zo. Ik kwam erop nadat ik op een aantal plaatsen affiches zag hangen van de Partij voor de Dieren met het leuke woordspel ‘Alle kleine beestjes helpen.’ Ik had hem best zelf willen bedenken, in ieder geval triggerde het om te realiseren dat Thieme & Co als enige voortdurend positief prikkelt om ons leven van slopers om te zetten naar meer mededogen, van live it up naar duurzaamheid.

Ik geef het toe: ik vond een politieke partij voor de dieren een belachelijk en elitair idee. Kijk ons eens fijn bezig zijn met die harige vriendjes. Maar zo makkelijk kom ik er niet meer vanaf. Kijk naar al het gif, het plastic, de CO2 en de dieronterende manier waarop we met onze mededieren om gaan. We zijn slechte rentmeesters, we schijten in ons eigen huis, roepen dat het stinkt, maar weigeren ons gemakzuchtige leven aan te passen.

Dieren hebben geen stem. Dus moeten wij het doen. Mededogen. Erbarmen. Laten zien dat we wel degelijk een wijs en invoelend mens kunnen zijn, een Homo Sapiens 2.0. Alle kleine beetjes helpen. Alle kleine beestjes ook.

Eet een appel

turksfruit-foto

Het is Boekenweek. De week van de verboden vruchten. Dat brengt de geest toch onherroepelijk terug naar Jan Wolkers’ Turks Fruit en de verfilming met het legendarische tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont. Dat waren nog eens tijden.

Vanochtend leek de intercity naar Amsterdam voortgestuwd te worden door het leutergeratel van twee collega’s die naast het leven, hun collega’s, de moskee en blote billen ook de gezondheid en de dorstlessendheid van de sinaasappel ter sprake brachten.

Het kan geen toeval zijn dat ik in Het Parool net beland was bij een artikel over hoe onze voorouders slim waren geworden van fruit eten. De hersens van fruiteters zijn aanzienlijk groter dan die van bladknagers en diereneters. Dit onderzoek van Amerikaanse biologen is niet omstreden, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Het verhaal over het slimme fruit haalt de eerdere theorie onderuit dat de omgang met soortgenoten het brein juist zou hebben opgeschaald. Ook die theorie is maar een mening, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Misschien hadden Adam en Eva al een vermoeden over de positieve invloed van fruit op de hersenen toen zij het gebod van hun schepper in de paradijselijke wind sloegen en aan een appel begonnen. Dat bracht de mensheid grote ellende en een voor altijd verstoorde relatie met het opperwezen.

Van recentere datum is de campagne uit mijn jeugd ‘snoep verstandig, eet een appel.’ Die reclamemakers hadden wel door hoe het zat. Maar of het ook effectief was? Ik zie die arme ouders al op die pubers afkomen met een appel en de toevoeging “daar word je slim van, joh.” Ratio en het puberbrein, het is een taai gevecht.

Hallelujah

leonard-cohenBij de hemelpoorten klinkt het Hallelujah uit de kelen van een enorm koor, een welluidend welkom voor de grote dichter, schrijver en bard Leonard Cohen. Wie als openingsregels ‘I heard there was a secret chord, that David played and it pleased the Lord’ componeert, mag zich verzekerd weten van eeuwige lof en roem en engelen met schallende trompetten.

Wat een prachtig lied is dat Hallelujah en over de doden niets dan goeds, maar ik hoor toch tig maal liever de interpretatie van ex-Velvet Undergrounder John Cale, een versie die ook in één van de Shrek-films te horen is. Dat dan weer wel. Overigens is er genoeg te kiezen aan versies en interpretaties, van Buckley tot Bono.

De misdaad is verjaard, dus ik kan hier en nu opbiechten dat ik ooit de LP Songs of Love and Hate uit mijn ouderlijk huis liet verdwijnen en dat prachtige zwart-wit-kleinood ruilde met mijn voetbalvriendjes Rien en Rob – het klinkt ook nu nog als een wat morsig duo – voor wat boekjes met opwindend bedoelde plaatjes en verhaaltjes die oneindig spannender waren dan de liedjes van de coole bard met tokkelgitaar.

Op de middelbare school zette ik zijn roman Beautiful Losers op mijn Engelse boekenlijst. Niemand had Cohen op zijn lijst, dus dat vind ik wel cool. Ik begreep er echter niet veel van, en dat begreep mijn leraar Engels heel goed. Die ervaring met Cohen leverde me een passende onvoldoende op.

Het is feest in de hemel, het Hallelujah schalt door het oneindig zwerk als voorbeeld voor de levenden hoe je een nummer schrijft waar zelfs de wrakende God plezier aan beleeft. Als je dat kunt, dan ben je voorwaar een grote.