Dead Kennedys

ethel-kennedy-robert-f-kennedy-everett

Holland Doc presenteerde gisteravond de indrukwekkende HBO-documentaire Ethel over Ethel Skakel Kennedy, de weduwe van de in 1968 vermoorde Robert Kennedy. Ethel is een chronologische documentaire, doorsneden met een interview van Ethel die eigenlijk niet geïnterviewd wil worden en die heel veel zegt door heel veel niet te zeggen.

Ethel is gemaakt door Rory Kennedy, de jongste van elf kinderen van Ethel en Robert. Ethel was zwanger van Rory toen Robert op 5 juni 1968 in Hotel Ambassador in L.A. werd doorgeschoten, twee maanden na de moord op Martin Luther King, en nog geen vijf jaar na de moord op zijn oudere broer president John F. Kennedy.

Gaat heen en weest talrijk was ongetwijfeld de boodschap van de Iers-katholieke ouders van Ethel en Robert. Jongste dochter Rory is nu 45, Ethel – graniet – is 85, en zij stond er na de moord op haar Robert – die ze liefkozend zelf en naar haar dochter steeds Daddy  noemt – alleen voor, en nam haar elftal op sleeptouw door het leven.

The Kennedys waren een grote machtsfactor in de V.S., net zo machtig als nu nog de mythe. Vader Joe was de tyrannieke drijver van zijn mannenkroost waarvan oudste zoon Joe Jr. overleed en toen JFK maar president moest worden. Geruchten over omkoping en stembusfraude zijn na ruim een halve eeuw nog niet verstomd, net als de complottheorieën over de moord in Dallas op JFK en die op Robert in L.A.

Dead Kennedys. Het was ook de naam van een roemruchte punkband uit San Francisco die – los van de naam – scoorde met spetterende singles als California über Alles en Holiday in Cambodia. Niet al te fijnzinnig, maar a sign of the time. Misschien bijna net zo als Ethel een symbool en teken van haar tijd en van de tijd van de Kennedys was, een tijd die ver terug ligt, maar waaover Ethel ons nog kan vertellen.

Smooth Operator

Childhood photo of David Geffen, Coney Island, NY. Photo courtesy of PBS

In 2000 reed ik met vrienden de historische Route 66 van Chicago naar L.A. en in eindpunt Santa Monica kocht ik een gesigneerd exemplaar van het boek The Operator van Tom King over David Geffen, de meest invloedrijke man in de Amerikaanse muziek- en filmindustrie, en één van de rijkste mensen in Amerika.

Ik kende de naam David Geffen wel, maar associeerde hem vooral met een voor in mijn ontwikkeling belangrijke periode in de jaren ’70 toen hij samen met Elliott Roberts het platenlabel Asylum Records (‘Crazy about music’) had en de grote motor was achter mijn seventies ‘helden’ The Eagles, Jackson Browne en J.D. Souther.

Dat Geffen zo groot werd en is, mag een klein wonder heten. Eigenlijk had hij alles tegen. Een verlegen, Joodse, homoseksuele jongen uit Brooklyn zonder veel talent. Maar Geffen bleek wel een enorm talent te hebben voor het herkennen en exploiteren van de talenten van anderen en hoe daar ongelooflijk rijk mee te worden.

Maar alles heeft een prijs. Zo beschermend en lief als Geffen kon zijn voor zijn artiesten en vrienden, zo meedogenloos en into your face kon The Operator zijn, en hij vergat nooit iets. Meedogenloos, egomaan, en tegelijkertijd altijd op zoek naar liefde, aandacht en erkenning. Ach, it’s that same old story.

Geboeid keek ik in Het Uur van de Wolf deze week naar de documentaire David Geffen wint altijd, een prachtig tijdsdocument en een boeiend portret van een smooth operator met de kracht van een atoombom. Aan de documentaire werkte Geffen mee, aan het boek van King ook, maar hij gaf het niet zijn zegen, het is ook nogal een hard en confronterend boek, eigenlijk exact zoals Geffen zelf.