Do The Right Thing

 

Fascinerend dat een film van 31 jaar oud nog zo akelig actueel kan zijn. Dat zegt veel over de kwaliteiten en het scherpe oog van regisseur Spike Lee en zijn ‘Do The Right Thing’ uit 1989.

Dit is absoluut het moment en de gelegenheid om de geprezen en omstreden film nogmaals of alsnog te gaan zien. Wat toen speelde, speelt drie decennia later in grootformaat. Racisme, haat, afgunst, intolerantie, vooroordelen, geweld, het is allemaal opmaat voor de grande finale van Lee’s film.

In Bedford-Stuyvesant in Brooklyn loopt op een snikhete zomerdag dat vat van onverdraagzaamheid langzaam maar niet te stoppen over. Spike Lee kiest geen partij en duwt je geen boodschap of visie door de strot: see for yourself.

Pikant detail: in de film wordt Donald J. Trump genoemd, toen al niet razend populair bij hen die het maar niet beter gaat. Oscar voor de beste naam in een film moet gaan naar Sweet Dick Willie. ‘Fight The Power’ van Public Enemy is een niet mis te verstane track.

De cast van de film is so-wie-so smullen: Danny Aiello (helaas vorig jaar overleden), John Torturro (de bowler in ‘Big Lebowski’), een nog jonge Samuel L. Jackson als local DJ, John Savage (‘The Deer Hunter’) en Spike Lee zelf als pizza delivery boy.
Do The Right Thing en gaat dit meesterwerkje zien.

Moon River

Gejaagd door de wind landde ik op maandagmiddag in bioscoop lab111 voor een film die bijna net zo oud is als ik: Breakfast at Tiffany’s. De titel van de film – en van het gelijknamige boek van Truman Capote – klonk mij als zeer bekend en als muziek in de oren, maar ik had de film toch echt nooit gezien.

De song Moon River klonk mij eigenlijk nog veel bekender, maar ik had het nooit geassocieerd met deze film, eerder met een western waarvan ik vermoedde dat Moon River de titel zou zijn. Het hielp ook niet dat Andy Williams Moon River zo fraai vertolkte, daarom kwam de uitvoering van Katherine Hepburn me veel minder bekend voor, maar ze won er toch maar mooi een Oscar en een Grammy voor.

De film Breakfast at Tiffany’s is – zeer – losjes gebaseerd op de drie jaar eerder verschenen novelle van Capote. Hoe geestig de film bij grote vlagen ook is, het venijn van Capote is flink gezoet, en natuurlijk heeft de film een verplicht happy end in de regen, in het boek liep het allemaal heel anders, net zoals in de film alles anders loopt dan de hoofdpersonen denken. Het lijkt het leven wel.

Mission impossible

1917 is het vierde jaar van de oorlog die de Grote Oorlog werd genoemd en pas nadat de Tweede er kwam de Eerste Wereldoorlog ging heten. Die Grote Oorlog was – in het Westen – grotendeels een loopgravenoorlog waarin miljoenen het leven lieten.

Regisseur Sam Mendes blijft in zijn film 2017 weg van de massaliteit en de grote slachtingen, en concentreert zich op twee soldaten die op een onmogelijke missie moeten door het grote niemandsland dat veel weg heeft van de vers gebombardeerde hel op aarde.

De film speelt in de oorlog, maar is toch vooral een verhaal over plicht, cameraderie, de geringe waarde van een mensenleven, en de alom aanwezige dood en verderf. In de promotie wordt juist heel veel nadruk gelegd op de knappe techniek en de suggestie dat de film in een enkele take is gedraaid. Het is inderdaad knap gemaakt, maar de menselijke waarde(n) spelen voor mij toch de hoofdrol.

Wie hoorde ik daar lachen?

Na de recente roller coaster ‘Once Upon In Time….in Hollywood,’ blaast nu de controversiële film ‘Joker’ je uit je bioscoopstoel.

‘Joker’ laat de wordingsgeschiedenis zien van de slechterik uit de Batman-strips. Joaquin Phoenix speelt de rol van zijn leven als de mislukte, psychisch verwarde clown met waanideeën die pas aandacht krijgt als hij aan het moorden slaat en revanche neemt op iedereen die hem kleineerde, verwaarloosde, misbruikte en aftuigde.

In schietgraag Amerika hing iedereen in de gordijnen. ‘Joker’ zou aanzetten tot geweld, het zou labiele figuren op ideeën brengen, alsof ze in de VS niet dagelijks tv-schermen vol moordpartijen hebben.

Er valt – bedoeld of onbedoeld, maar in ieder geval niet te hard – ook te lachen, maar dat lachen vergaat je steeds meer als de film naar zijn climax racet.

Een detail: in de soundtrack van ‘Joker’ zit ‘Rock and Roll Part 2’ van Gary Glitter, Brits muzikant en pedofiel die al vele jaren achter celdeuren zit. Boodschap of niet nagedacht? Ik weet het niet. Wat ik wel weet: ‘Joker’ moet je zien, niet voor niets heeft de film in een maand of zo al tien keer het budget terugverdiend.

Wie hoorde ik daar lachen?

It’s A Little Bit Funny

Je ziet het vaker. Een rotte jeugd is een goudmijn voor menig schrijver en artiest. Neem Elton John. Of Reginald Dwight, zoals hij echt heet. Geen liefde, geen aandacht, een vader die vertrekt, een moeder die uitsluitend van zichzelf houdt. Reginald vlucht in de piano, ontdekt en worstelt met zijn geaardheid, en wordt één van de grootste artiesten van de laatste decennia.

Dit soort verhalen is brandstof voor films, of films zoals Rocketman die eigenlijk een musical in beeld zijn. De chronologie mag af en toe niet kloppen, maar de film Rocketman sleept je heerlijk door Eltons leven en stopt niet zoals Queen in Bohemian Rhapsody de moeilijke punten weg maar zet ze juist centraal. Rocketman begint in een afkickkliniek en de zelfmoordpoging van Elton wordt tot een ontroerend stukje film.

Ik was twaalf toen Your Song van Elton John uitkwam. Ik vond het een prachtig nummer en nam het van de radio op op mijn cassetterecorder, die techniek die je niet meer aan je kinderen kunt uitleggen. Ik moet het nummer vaak hebben afgespeeld, ik ken de tekst uit mijn hoofd. Bizar is dat ik nu al die jaren later ook nog precies weet welk nummer er op mijn tape achter Your Song kwam. Na de laatste noot van Your Song start bij mij in mijn hoofd automatisch Sympathy van Steve Rowland & Family Dogg. Tsja, het geheugen..

Schattig, die video van Elton. Hij heeft een microfoon terwijl hij playbackt, en hij lijkt meer op een junior-verslaggever die nieuws heeft over het park waar hij vertoeft, dan een zanger die honderden miljoenen platen gaat verkopen. It’s A Little Bit Funny..

Eet een appel

turksfruit-foto

Het is Boekenweek. De week van de verboden vruchten. Dat brengt de geest toch onherroepelijk terug naar Jan Wolkers’ Turks Fruit en de verfilming met het legendarische tieten-kont, tieten-kont, tieten-kont-kont-kont. Dat waren nog eens tijden.

Vanochtend leek de intercity naar Amsterdam voortgestuwd te worden door het leutergeratel van twee collega’s die naast het leven, hun collega’s, de moskee en blote billen ook de gezondheid en de dorstlessendheid van de sinaasappel ter sprake brachten.

Het kan geen toeval zijn dat ik in Het Parool net beland was bij een artikel over hoe onze voorouders slim waren geworden van fruit eten. De hersens van fruiteters zijn aanzienlijk groter dan die van bladknagers en diereneters. Dit onderzoek van Amerikaanse biologen is niet omstreden, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Het verhaal over het slimme fruit haalt de eerdere theorie onderuit dat de omgang met soortgenoten het brein juist zou hebben opgeschaald. Ook die theorie is maar een mening, zoals vrijwel alles wat vandaag de dag uit Amerika komt.

Misschien hadden Adam en Eva al een vermoeden over de positieve invloed van fruit op de hersenen toen zij het gebod van hun schepper in de paradijselijke wind sloegen en aan een appel begonnen. Dat bracht de mensheid grote ellende en een voor altijd verstoorde relatie met het opperwezen.

Van recentere datum is de campagne uit mijn jeugd ‘snoep verstandig, eet een appel.’ Die reclamemakers hadden wel door hoe het zat. Maar of het ook effectief was? Ik zie die arme ouders al op die pubers afkomen met een appel en de toevoeging “daar word je slim van, joh.” Ratio en het puberbrein, het is een taai gevecht.

Help!

sheaEr zou € 50.000 zijn geboden op een AH-winkelmandje waar Justin Bieber op het Gelderlandplein in Buitenveldert een paar biertjes in had gestopt. Gekte, zegt u? Ga dan maar eens kijken naar de mooie filmdocu ‘Eight Days A Week’ over het bestaan on the road van The Beatles in de jaren ’60.

De hysterie van teeners voor popidolen begon waarschijnlijk met de wiegende heupen van Elvis Presley, maar schoot bij The Beatles overnight in de allerhoogste versnelling. The Beatles waren bijna nergens meer veilig, moesten rennen voor hun leven, en werden bij elk concert gekgegild door hordes meisjes die hun idolen leken te willen verscheuren. Het geluid was zo hard en intens dat The Beatles zichzelf niet meer konden horen op het podium.

Het duurde zolang het duurde, en dat was niet lang. Wat onschuldig leek te beginnen met vier lads uit Liverpool, werd wereldwijde massahysterie die ook nog eens gevaarlijk werd. Op de Filipijnen werden ze bedreigd, Amerikaanse media keerden zich tegen de groep, en in de zuidelijke staten waren openbare plaatverbrandingen. Het onschuldige veranderde in enkele jaren in hard en gewelddadig, en voor The Beatles was de lol er toen helemaal af.

De foto boven is mooi en veelzeggend. Het is een optreden van The Beatles in het gigantische Shea honkbalstadion in New York. De terecht bezorgd kijkende man links in de voorgrond is Brian Epstein, manager van The Beatles. Hij kijkt naar bijna 60.000 mensen die eigenlijk volledig out of control, doorgedraaid en hysterisch zijn. In zijn blik lees ik slechts één woord: Help!

208 seconden

sully

De vertegenwoordiger van de pilotenvakbond probeert captain Sullenberger uit te leggen wat er in New York aan de hand is na zijn gedwongen landing in de Hudson. “Deze stad kon wel wat goed nieuws gebruiken. Zeker met een vliegtuig.” Captain Chesley ‘Sully’ Sullenberger is een held als hij zijn Airbus met twee door een vlucht wilde ganzen uitgevallen motoren in de Hudson parkeert en all 155 souls on board de ramp overleven.

De vlucht van US Airways 1549 duurde exact 3 minuten en 28 seconden van start op La Guardia tot de controlled landing in de Hudson. Dat is wat kort voor een speelfilm. Veteraan Clint Eastwoord focust naast de crash dan ook vooral op wat er daarna met Sullenberger en first officer Jeff Skiles gebeurt. De helden van de Hudson wordt achter de schermen het vuur na aan de schenen gelegd en Sullenberger ziet in het crisisjaar 2009 zijn toekomst het raam uitvliegen.

Regisseur Eastwood neemt het op voor de piloten die het uiteindelijk natuurlijk veel beter snappen dan de bureaucraten van de National Transportation Safety Board, de NTSB. Sullenberger en Skiles nemen de human factor mee in hun betoog en hun berekeningen en maken duidelijk dat ze geen andere keuze hadden dan de Hudson. Na de zware verhoren en dreigend ontslag en afname van pensioen zijn de twee uiteindelijk nog grotere helden dan ze al waren. 

Tom Hanks is weer fijn in zijn rol van Mr. America, de bijzondere maar toch vooral ook zo gewone en bescheiden man met zijn gevoelens en kwetsbaarheden, de professional die als laatste het zinkende toestel verlaat, zich ontfermt over zijn crew en laat zien dat professionalisme, toewijding en gezonde geest van iedereen in 3 minuten en 28 seconden zomaar een held kunnen maken. “I did my job”, zegt Sully Sullenberger een aantal keren. En juist dat maakt deze bescheiden man bij leven al een legendarische Amerikaan.

Big McC

McCDe bruto recette deze ochtend in Pathé City was een schamele € 66,50 en dat is voor een film als Free State of Jones en een geweldige acteur als Matthew McConaughey natuurlijk een schande. Met z’n zevenen zagen we een lange, niet altijd geweldige film maar werden vooral naar het doek gezogen door McConaughey die echt electrified is. Alle lof voor films als Mud en Interstallar en de Oscar voor Dallas Buyers Club komt natuurlijk ook niet uit de lucht vallen. Recent zag ik de bejubelde serie True Detective waar hij schittert samen met Woody Harrelson.

De geboren Texaan McConaughey kan even overtuigend boef en held spelen en alles daar tussenin. Zijn uitstraling heeft iets dubbels, donker en duivels en potentieel gevaarlijks, zijn Engels is gekookt in bijzondere accenten, zijn ogen vertellen geen verhaaltje maar een heel bewogen leven met donkere en duistere randen. Diepgang, dus. Ik denk dat zelfs Halina Reijn in een starende zeekoe zou veranderen als zij ook in oog met McConaughey zou komen te staan, maar dat is natuurlijk ironisch bedoeld.

De film Free State of Jones overtuigt minder dan hoofdrolspeler McConaughey, maar is wel van eminent belang vanwege de geschiedenis en het racisme dat ook vandaag de dag nog voortleeft in de Verenigde Staten. En de geschiedenis herhaalt zich. Honderd jaar na de Amerikaanse Burgeroorlog moesten de gewone jongens naar Vietnam om te vechten terwijl de meer fortunate sons zich via papa en de goede contacten konden onttrekken aan de strijd en de dood op het slagveld.

Anderhalve eeuw na de afschaffing van de slavernij worstelt de V.S. nog steeds met het verleden en het heden. Ik kreeg recent vochtige ogen toen ik een zwarte vader hoorde uitleggen hoe hij zijn zoons geleerd had zich te gedragen bij politiecontroles. Het kan het verschil betekenen tussen leven en dood. En ondanks de wijze lessen van de vader gaat het toch nog veel te vaak mis. Nu zijn het niet meer de nikkerhonden uit de Free State of Jones, maar politiepistolen en racistisch geweld. De droom van Martin Luther King is voor velen nog een nachtmerrie.

Kijkt Allen

AllenGisteren was filmdag. Eerst was er War Dogs, een aardige schelmenfilm van de makers van The Hangover met de meest aanstekelijke lach ooit van zwaargewicht Jonah Hill. Later was er Café Society van filmveteraan en levende legende Woody Allen. Ik heb heel veel films van Allen gezien, maar hij heeft er zoveel gemaakt dat ik moet en mag bekennen dat ik er ook heel veel niet heb gezien.

Woody Allen is inmiddels 80 en kijkt in Café Society heerlijk terug naar zijn eigen jongste jaren die mooi samenvielen met de glorietijd van Hollywoord en de grote filmstudio’s. De film speelt zo net na zijn geboorte en is als tijdperk blijkbaar heel belangrijk voor de latere vorming en wording van de bewierookte regisseur. En misschien is Allen wel de wat houterige en sullige en wat wereldvreemde Bobby – mooie rol van Jesse Eisenberg – die vanuit New York naar zijn oom in Hollywood wordt gestuurd om iets van het vak en het leven te leren.

De film is beslist geen meesterwerk van de meester maar entertaint uitermate aangenaam, zeker door Eisenberg maar helemaal door de prachtige Kristen Stewart die ik eigenlijk alleen nog maar kende uit een door dochters geliefd vampierverhaal. Via een tragikomische driepersoonsverhouding komen Bobby en deze Vonnie er achter wie en wat ware liefde is, maar beiden nemen uiteindelijk genoegen met second best, niet omdat het moet, maar omdat het kan en zo beter uitkomt. Dat Bobby kiest voor een geliefde met dezelfde naam als zijn echte liefde, zegt waarschijnlijk veel, zo niet alles. Maar misschien leefden ze toch allemaal nog lang en gelukkig.