Verloren in geweld

Het kan geen toeval zijn dat de publicatie van het historisch onderzoek naar systematisch geweld van onze jongens in Indië op dezelfde datum is als de verjaardag van mijn vader.

Mijn vader was in Indië. Hij was er krap een jaar, in 1948, denk ik. Hij mocht eerder naar huis omdat zijn vader ernstig ziek was. Gek om te bedenken dat hij met het troepenschip door het Suezkanaal ging, dat hij de piramiden zag en op de heenweg het Neptunusritueel mocht ondergaan.

We hadden het er niet over. Mijn vader vertelde niks, en wij vroegen nergens naar. Dat hield het huis rustig. Dat hij elke reünie afliep en met zijn maten aan de saté ging, gaf wel aan dat hij vrienden had gemaakt en het vechten daar bond. Voor het leven.

Hij vertelde niks en wij namen hem niet serieus. Hij zat bij de para’s, maar vanwege zijn – latere – zwaarlijvigheid hadden wij alleen maar te doen met de parachutes waar hij aan moest hangen. Dat hielp niet.

Ik heb nog veel foto’s. Hele kleine kiekjes. Zwart wit. Geen datum, geen plaats. Mijn vader op een jeep. Mijn vader met een aapje. Een groepsfoto met de maten. Een stoere kiek van vader met pistool.

De naam Westerling viel wel eens. Dat was me er een, volgens mijn vader. Eén schurk op zo’n groot eilandenrijk. Zo makkelijk kon het niet zijn. Zo makkelijk was het niet. Er waren heel veel schurken.

Ik weet niet wat mijn vader deed dat niet mocht en juist moest. Ik kan het hem niet meer vragen. Hij ligt al lang op de eeuwige rijstvelden. Maar iets deugde er niet, Dat heb ik altijd geweten En nu na driekwart eeuw (!) ligt er een rapport dat ons voor altijd berooft van de zelfopgelegde status dat we beter zijn dan anderen.

Ik denk niet dat mijn vader en ik het daar over eens zouden geweest als we het er een keer over gehad zouden hebben, maar die kans hebben we laten lopen. Zo gaat dat. We noemen het geschiedenis.

The Day The Music Died

Vandaag 62 jaar geleden kwamen de toen razend populaire musici Buddy Holly, Ritchie Valens en The Big Bopper bij een vliegtuigcrash bij Fargo, North Dakota, om het leven. Zij werden in 1971 vereeuwigd in de megahit ‘American Pie’ van Don McLean met de beroemde strofe ‘The Day The Music Died.’

Iedereen zocht duiding over waar het het 8 minuten 30 durende epos (als vinyl single moest het nummer vanwege die lengte in tweeën worden geknipt..) verder eigenlijk allemaal over ging.

McLean liet het heel lang een raadsel zijn. Hij vond het wel grappig dat bij elk interview de eerste vraag ging over het raadsel dat hijzelf in stand hield en hoe mensen met de meest bizarre interpretaties kwamen.

Pas toen in 2015 16 pagina’s met teksten en krabbels van McLean voor ‘American Pie’ voor een vorstelijk bedrag werden geveild, liet hij wat meer los over zijn magnum opus.

‘American Pie’ ging over verlies van onschuld, het verdampen van idealen en hoe alles veranderde maar minder werd dan gehoopt. Zelfs God gooide de handdoek:

And the three men I admire most
The Father, Son and Holy Ghost
They caught the last train for the coast
The day the music died

Het kwaad ligt op de loer

De nieuwe Zomergaste loopt zich al warm, maar ik moet het toch nog even over de vorige hebben, strafrechtadvocaat Inez Weski. Ik had de live-uitzending gemist en toen ik hoorde dat ze eigenlijk niets over zichzelf wilde vertellen, werd ik ook niet enthousiast om de uitzending alsnog te bezien.

Gelukkig heb ik dat wel gedaan. Zij was niet uitgenodigd om zichzelf binnenstebuiten te keren maar om ons haar favoriete tv-avond voor te schotelen en dat deed ze, en hoe, heftig bij grote vlagen. Van een Amerikaanse chain gang bij een Amerikaanse gevangenis naar een lawine bij goudzoekers in Alaska. Glorie en de lynching van Benito Mussolini. Gruwelijke executies van Joden door Duitse Einsatzgruppen en ‘gelukkig’ vastgelegd voor het proces van Neurenberg tegen Nazi-kopstukken waarover ik net het heftige en fascinerende ‘East West Street’ van Philippe Sands lees.

Het was achteraf goed dat ik dit niet achter elkaar als één uitzending zag. Nu kon ik tussendoor ademhalen. En tijd en geestelijke ruimte vinden om in de spiegel te kijken die zij voorhoudt. Hoe zij ziet dat grondrechten spielerei zijn geworden, dat de rule of law op de tocht staat en dat overheden geen natuurlijke bondgenoten van burgers zijn.  ‘Genocides zijn het refrein van de samenlevingen.’ Zwaar, pessimistisch, maar ook met scheuten hoop.

Inez Weski hield de spiegel goed vast en zichzelf buiten beeld. Tot het over de beeldhouwer Zadkine ging en de connectie er was met een Joods verleden in wat nu Wit-Rusland heet. Weski weet hoe gevaarlijk het is om alles over jezelf breed buiten te hangen. Het kwaad ligt op de loer.

Sorry Seems To Be The Hardest Word

Dit had de week van sorry kunnen worden. Maar Elton John wist het al: ‘Sorry Seems To Be The Hardest Word.’ Dus kwam er van de Nederlandse regering geen sorry voor onze rol in de slavernij. En dus kwam er geen sorry voor onze rol in Srebrenica.

Het kwam er dus niet van. Het kwam niet uit. Het ligt gevoelig. Het is nog te vers. Het is te oud. En anderen kunnen er aanstoot aan nemen, dat was zo ongeveer de verdedigingslinie van premier Rutte.

Dit had een historische week kunnen zijn. Zeker nu had een slavernijsorry zo gepast en treffend geweest. En in diezelfde week hadden we verantwoordelijkheid kunnen nemen voor onze rol bij de grootste genocide in Europa sinds de Tweede Wereldoorlog. Maar sorry, ook daar geen sorry.

‘Sorry Seems The Be The Hardest Word.’ Of: waarin een klein land klein kan zijn.

‘It’s sad, so sad..’

De zomer van 1823

Hoe Nederland er twee eeuwen geleden uit zag, wordt mooi beschreven door de student Jacob van Lennep (hij heeft in Amsterdam een straat en een kade aan zijn naam) die met zijn vriend Dirk van Hogendorp in de zomer van 1823 door Nederland trok, een leeg land, een optelsom van akkers, bossen, rivieren en wildernis.

Er is geen auto, er rijdt geen trein, er vliegt geen vliegtuig. De mens is voor verplaatsing aangewezen op zichzelf, op beurtschippers en postkoetsen. Van Groningen naar Den Haag kost je vijf dagen. Maar de meeste mensen maken dit soort reizen niet. Nooit. Het volgende dorp is de verste horizon in een mensenleven. De kennis van de wereld is miniem. Het standsverschil is groot. De stuiver wordt nooit een dubbeltje.

Dat is Nederland twee eeuwen terug. In 1823 is Nederland in verval en diepe slaap, met weinig hoop op beter. Maar over zestien jaar rijdt de eerste trein en wordt ons land plots opengebroken en worden al die stukjes land onomkeerbaar één.

Wie terugverlangt naar vroeger, lees dit alleraardigste reisverslag van Van Lennep, haal je gelijk ook je geografie op, en door Van Lennep tekenen je hersens een land dat we nooit hebben gekend, Nederland anno 1823, het land van deimten, roeden, gemeten, voeten en jullands, want zo namen we toen het land de maat.

Stockholmtrauma

De moord op de Zweedse statsminister Olaf Palme bleef 34 jaar een raadsel, vooral door geknoei van de politie. De waarschijnlijke dader Stig Engström bood zich diverse malen bijna aan, maar door zijn tegenstrijdige verklaringen werd hij juist als onbetrouwbare getuige in plaats van dader gezien. Voer voor completdenkers.

Met zoveel politioneel geknoei verbaast het dat er nu zoveel Zweedse politieseries te Netflixen zijn. In mijn jongensjaren smulde ik van de boeken van het schrijversechtpaar Sjöwall en Wallöö en hun eigenzinnige en kritische kijk op de Zweedse maatschappij en de politie waar veel mis was, een soort voorbodes op het Palme-drama.

Engström zou premier Palme – de Zweedse Joop den Uyl – op 28 februari 1986 op straat in Stockholm in de rug hebben geschoten. Hij bleef dus echter altijd uit beeld, en pleegde in 2000 zelfmoord.

Bij een rechtszaak nu zou Engström niet veroordeeld worden. Daarvoor ontbreekt na al die jaren teveel hard bewijs. Had men hem toen in 1986 direct doorzien, dan was Zweden een langdurig trauma bespaard.

Als zieke vogels

 

Het is 117 jaar geleden dat Orville en Wilbur Wright hun eerste vlucht maakten. Bij Kitty Hawk in North Carolina bleven de broers met hun gemotoriseerde vliegtuig een klein stukje in de lucht, de eerste minuut van de luchtvaart.

Dezer dagen lijkt het wel alsof de Wright Brothers nooit hebben gevlogen. De hemel is blauw en vliegtuigleeg waar het nog niet zo lang geleden een hemels paradijs was voor een leger aan toestellen dat de hele wereld bevloog.

Nu staan vrijwel alle vliegtuigen als zieke vogels aan de grond, geïnfecteerd door een virus dat net zo wereldomspannend is als het vliegnetwerk. Hun toekomst hebben ze niet zelf in de hand, die wordt gedicteerd door het virus en door staten die zin en geld hebben om de wankele vogels te redden van a fatal crash.

Zoals het ging, kan het niet verder. De coronacrisis maakt dat alleen maar pijnlijk duidelijker. Willen we nog iets maken van deze planeet, dan zal de luchtvaartindustrie zichzelf her uit moeten vinden. Groener, schoner, duurzamer, minder megalomaan en financieel en fiscaal beschaafd.

Orville en Wilbur kunnen geen begin van voorstelling hebben gehad bij wat hun 53 seconden in de lucht zouden betekenen.

De stem van de koning

Zondag zond de BBC ‘The King’s Speech’ uit, een fijne Britse feel-good movie over de stotterende koning George VI die zijn ketens verbreekt en zijn stem vindt.

Ik vond Willem-Alexander ook altijd maar een stotterende koning. En dan bedoel ik niet zijn pijnlijk verstotterde apologies in Indonesië, maar zijn ongemak en houterigheid waarmee hij steeds bevestigde wat velen dachten dat hij eigenlijk maar een beetje leeghoofdige flutkoning was.

Maar net als George Vi vond Willem-Alexander zijn stem, op een lege Dam, op een altijd beladen 4 mei. Opeens was daar een koning met een eigen stem, een eigen geluid, een eigen verhaal. Persoonlijk, helder, gedurfd en bijna anti-protocollair.

Kritisch naar zijn overgrootmoeder en helder formulerend hoe het kwaad als een virus wakkerde en hoe Sobibor begon in het Vondelpark met het bordje ‘niet voor Joden.’ Toen was ik weer een paar minuten stil…

Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

Het drama van München

Op 6 februari 1958, twee dagen voordat ik werd geboren, kwam vlucht 609 van British European Airways in München bij een derde poging ook niet los van de besneeuwde startbaan en verongelukte. Uiteindelijk zouden 23 van de 44 mensen aan boord het leven laten.

Het toestel van BEA was afkomstig uit Belgrado en onderweg naar Manchester en moest in München bijtanken. In het toestel spelers en staf van het grote Manchester United en journalisten die verslag hadden gedaan van de zege van de Mancunians op Rode Ster Belgrado in de toen nog prille Europa Cup.

In Manchester leeft deze ramp na 62 jaar nog immer voort. In het stadion Old Trafford hangt al sinds 1960 een frozen clock die altijd op 6 februari 1958 blijft staan. Het verlies in Manchester was dan ook groot. Maar liefst 8 jonge spelers van de talentvolle Busby Babes – genoemd naar manager Matt Busby – lieten het leven. Busby moest lang vechten voor zijn leven en het kostte hem daarna tien jaar om United weer op het niveau van voor de ramp te krijgen.

De ramp in München staat in een rij van legendarische voetbalvliegrampen, zoals die van AC Torino in 1949, de SLM-ramp met het Kleurrijk Elftal in Suriname in 1989, en het nationale elftal van Zambia in 1993.