Als zieke vogels

 

Het is 117 jaar geleden dat Orville en Wilbur Wright hun eerste vlucht maakten. Bij Kitty Hawk in North Carolina bleven de broers met hun gemotoriseerde vliegtuig een klein stukje in de lucht, de eerste minuut van de luchtvaart.

Dezer dagen lijkt het wel alsof de Wright Brothers nooit hebben gevlogen. De hemel is blauw en vliegtuigleeg waar het nog niet zo lang geleden een hemels paradijs was voor een leger aan toestellen dat de hele wereld bevloog.

Nu staan vrijwel alle vliegtuigen als zieke vogels aan de grond, geïnfecteerd door een virus dat net zo wereldomspannend is als het vliegnetwerk. Hun toekomst hebben ze niet zelf in de hand, die wordt gedicteerd door het virus en door staten die zin en geld hebben om de wankele vogels te redden van a fatal crash.

Zoals het ging, kan het niet verder. De coronacrisis maakt dat alleen maar pijnlijk duidelijker. Willen we nog iets maken van deze planeet, dan zal de luchtvaartindustrie zichzelf her uit moeten vinden. Groener, schoner, duurzamer, minder megalomaan en financieel en fiscaal beschaafd.

Orville en Wilbur kunnen geen begin van voorstelling hebben gehad bij wat hun 53 seconden in de lucht zouden betekenen.

De stem van de koning

Zondag zond de BBC ‘The King’s Speech’ uit, een fijne Britse feel-good movie over de stotterende koning George VI die zijn ketens verbreekt en zijn stem vindt.

Ik vond Willem-Alexander ook altijd maar een stotterende koning. En dan bedoel ik niet zijn pijnlijk verstotterde apologies in Indonesië, maar zijn ongemak en houterigheid waarmee hij steeds bevestigde wat velen dachten dat hij eigenlijk maar een beetje leeghoofdige flutkoning was.

Maar net als George Vi vond Willem-Alexander zijn stem, op een lege Dam, op een altijd beladen 4 mei. Opeens was daar een koning met een eigen stem, een eigen geluid, een eigen verhaal. Persoonlijk, helder, gedurfd en bijna anti-protocollair.

Kritisch naar zijn overgrootmoeder en helder formulerend hoe het kwaad als een virus wakkerde en hoe Sobibor begon in het Vondelpark met het bordje ‘niet voor Joden.’ Toen was ik weer een paar minuten stil…

Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

Het drama van München

Op 6 februari 1958, twee dagen voordat ik werd geboren, kwam vlucht 609 van British European Airways in München bij een derde poging ook niet los van de besneeuwde startbaan en verongelukte. Uiteindelijk zouden 23 van de 44 mensen aan boord het leven laten.

Het toestel van BEA was afkomstig uit Belgrado en onderweg naar Manchester en moest in München bijtanken. In het toestel spelers en staf van het grote Manchester United en journalisten die verslag hadden gedaan van de zege van de Mancunians op Rode Ster Belgrado in de toen nog prille Europa Cup.

In Manchester leeft deze ramp na 62 jaar nog immer voort. In het stadion Old Trafford hangt al sinds 1960 een frozen clock die altijd op 6 februari 1958 blijft staan. Het verlies in Manchester was dan ook groot. Maar liefst 8 jonge spelers van de talentvolle Busby Babes – genoemd naar manager Matt Busby – lieten het leven. Busby moest lang vechten voor zijn leven en het kostte hem daarna tien jaar om United weer op het niveau van voor de ramp te krijgen.

De ramp in München staat in een rij van legendarische voetbalvliegrampen, zoals die van AC Torino in 1949, de SLM-ramp met het Kleurrijk Elftal in Suriname in 1989, en het nationale elftal van Zambia in 1993.

Land of Hope and Sorry

Ik keek vanochtend een filmpje terug van de TED Talk van Yuval Noah Harari over waarom de mens de wereld regeert. Zijn verhaal is simpel: samenwerking. En dan vooral samenwerking op grote schaal.

Uiteraard denken de Britten daar heel anders over. Dat doen ze over alles, altijd. En dus kiezen de Britten niet langer voor samenwerking op grote schaal, maar een eigen kanaal om groots en meeslepend verder te kunnen leven.

Harari maakte het zo duidelijk. Chimpansees kunnen ook best samenwerken, maar slechts op een kleine schaal, en daarmee zijn ze kansloos tegen ons, Homo Sapiens.

Het heeft even geduurd, maar dan hebben we ook wat: een Brexit. Wat het tot nu toe – net voor de officiële scheiding – heeft opgeleverd, is een diep verdeeld land. Dat is niet handig als samenwerking je grote kracht moet zijn.

Britannia rules the waves. Das war einmal. Maar de Farage’s blijven het evangelie van een trotse toekomst toeteren. We gaan het zien. Of beter: zij gaan het zien. En voelen. Land of Hope and Sorry.

Mission impossible

1917 is het vierde jaar van de oorlog die de Grote Oorlog werd genoemd en pas nadat de Tweede er kwam de Eerste Wereldoorlog ging heten. Die Grote Oorlog was – in het Westen – grotendeels een loopgravenoorlog waarin miljoenen het leven lieten.

Regisseur Sam Mendes blijft in zijn film 2017 weg van de massaliteit en de grote slachtingen, en concentreert zich op twee soldaten die op een onmogelijke missie moeten door het grote niemandsland dat veel weg heeft van de vers gebombardeerde hel op aarde.

De film speelt in de oorlog, maar is toch vooral een verhaal over plicht, cameraderie, de geringe waarde van een mensenleven, en de alom aanwezige dood en verderf. In de promotie wordt juist heel veel nadruk gelegd op de knappe techniek en de suggestie dat de film in een enkele take is gedraaid. Het is inderdaad knap gemaakt, maar de menselijke waarde(n) spelen voor mij toch de hoofdrol.

De laatste getuigen

Ik was een paar jaar geleden in het Poolse Krakau. Een drie kwartier verder ligt het Nazi-vernietigingskamp Auschwitz. Veel mensen gaan er naar toe. Ik ging ook. Ik vond en voelde dat nu ik er was op de plek moest zijn waar zoveel mensen zijn vermoord. Een historische schandvlek en schandplek van onvoorstelbare dimensies.

Veel mensen gaan naar Auschwitz. Als je slecht kijkt bij aankomst, dan denk je aan een soort pretpark. Grote parkeerplaatsen, snackbas, terrassen. Dat krijg je als veel mensen naar hetzelfde gaan. Maar ik vond het goed dat zoveel mensen gaan en gingen, hopelijk om er over na te denken en het verhaal te vertellen, net zoals de laatste nog levende getuigen nu nog kunnen doen.

Maar laten we vooral niet denken dat het een eenmalige barbarij was. De Italiaanse schrijver en scheikundige Primo Levi overleefde Auschwitz en stelde: “Het is gebeurd, en dat betekent dat het opnieuw kan gebeuren.” Dat is niet rustgevend, maar wel realistisch.

Wat wij onmenselijk noemen, is wat de mens zelf aanricht. En: te veel mensen in te veel landen hebben Auschwitz mogelijk gemaakt. Zeker vandaag is het goed om daarbij stil te staan.

Een gezicht van de oorlog

Een foto. De foto. Die foto. De blik. De angst en verwarring. Dat meisje. Settela Steinbach. Zij werd vergast in Auschwitz. Nog net geen tien jaar oud. Vergast omdat ze een Sinti-kind was. Een zigeunermeisje.

Iedereen kent Anne Frank. Weinigen kennen de naam Settela Steinbach, Maar vandaag was ze er weer. In een grote foto in een groot artikel in Het Parool. Omdat het morgen exact 75 jaar geleden is dat Settela in Westerbork op transport werd gezet. Er is een filmpje van waar we de foto van kennen:

Settela (over)leefde nog ruim twee maanden in Auschwitz. Op 31 juli 1944 werd ze vergast. Vrijwel haar hele gezin en familie werden vermoord. Haar vader overleefde de oorlog, maar overleed in 1946 van verdriet.

Ik zag dezer dagen Neo Nazi’s vlaggen zwaaiend marcherend en roepen om een nieuwe Holocaust. Antisemitisme tiert weer welig. In ons land hebben we een forum dat steeds meer aanschurkt tegen en onderdak biedt aan hele nare opvattingen en gedachten die zeker niet naar lavendel ruiken. Snuffel maar eens rond op het slagveld dat twitter heet.

De mens is de mens een wolf, of beter: een zwijn.

14 Mei

14mei

Mijn moeder was een vrouw van weinig woorden. Zij bleef graag op de achtergrond, daar had ze het beste overzicht. Haar stem verhief zij nooit, terwijl daar aanleidingen genoeg voor waren. Zij luisterde meer dan ze sprak, en des te beter luisterde ik als ze vertelde over het bombardement op Rotterdam.

Mijn moeder was net 12 toen de Luftwaffe het Rotterdamse stadshart bombardeerde. Vanaf de Kleiweg in Hillegersberg zag ze met haar ouders en haar zusje de brandende stad, en die beelden van die 14e mei 1940 heeft zij altijd bij zich gedragen.

Mijn moeder heeft dat vorige kampioenschap van Feyenoord in 1999 nog meegemaakt. Voetbal interesseerde haar niet zoveel, ze vond het altijd fijn dat ik er zo’n plezier aan beleefde. In haar latere jaren als we zondags belden vroeg ze altijd of ik wist wat Ajax had gedaan. Het leek op sarren. Ze wist dat ik het niet wilde weten omdat ik Studio Sport wilde zien zonder voorkennis van de uitslagen. Toch gooide ze er dan zinnetjes als ‘nou, dat was niet best’ of ‘ga maar kijken, dat was wat’ uit.

Mijn moeder kon het niet laten, en één keer hapte ik echt en werd heel boos over wat ik een soort van gecalculeerd pesten vond. Ik vuurde een verbaal bombardement op haar af, zo’n moment dat altijd bij je blijft en waar je nu alsnog voor onder een steen wilt kruipen.

Mijn moeder is er niet meer en heeft dus geen weet gehad van de Renaissance van Feyenoord. En ook niet dat het kampioenschap van de ploeg van Zuid en van Gio de titel na 18 jaar drooglegging binnen sleepte op diezelfde 14 mei die zij maar niet kon vergeten. Na 77 jaar was de wederopstanding van Rotterdam voltooid. Het beeld van Zadkine heeft weer een hart. Het klopt rood en wit.  

De zak

halbeIk had al geen hoge dunk van Halbe Zijlstra. De voormalig duivenmelker uit Oosterwolde maakte zich vijf jaar geleden sterk om de cultuur in Nederland de nek om te draaien. Nu tettert hij van de daken dat RTL het Sinterklaasfeest vermoordt omdat daar de Zwarte Piet is afgeschaft en vervangen wordt door de schoorsteenpiet. In Pauw gisteravond kreeg hij een kwartier om zichzelf volledig belachelijk te maken. Ook dat had hij helaas niet door. Stomheid is vaak hard te onderkennen door degene die het heeft.

Volgens Zijlstra zou Zwarte Piet als het ware afgebouwd moeten worden de komende jaren tot een wat neutralere Piet. Want wie dat te rigoureus doet, brengt kinderen en ook Zijlstra Jr. (8 toch al inmiddels, en nog steeds gelovend) in de war en is de bijl aan de wortel van zo een traditierijk kinderfeest. We zouden echt moeten wachten tot een volgende generatie kinderen voordat zo een rigoureuze stap gezet zou kunnen worden. Alsof er niet elke dag kinderen worden geboren en de Sint elk jaar nieuwe kleine klanten krijgt.

Halbe glom door en begreep maar niet hoe hij alleen stond en hoe schofferend zijn gedrag en houding zijn. Ik verdenk hem ervan dat hij – naast een dosis domheid – vooral last heeft van electorale motieven. Door zich niet uit te spreken tegen Zwarte Piet poogt hij het xenofobe geronk ter rechterzijde te pleasen. Het gaat niet over Piet. Het gaat niet over kinderen. Het gaat niet over de kleine Zijlstra. Het is politiek. En als er iemand is die willens en wetens het Sinterklaasfeest vermoordt voor eigen politiek gewin, dan is het deze nepliberaal wel. De zak, zeg ik.