De stem van de koning

Zondag zond de BBC ‘The King’s Speech’ uit, een fijne Britse feel-good movie over de stotterende koning George VI die zijn ketens verbreekt en zijn stem vindt.

Ik vond Willem-Alexander ook altijd maar een stotterende koning. En dan bedoel ik niet zijn pijnlijk verstotterde apologies in Indonesië, maar zijn ongemak en houterigheid waarmee hij steeds bevestigde wat velen dachten dat hij eigenlijk maar een beetje leeghoofdige flutkoning was.

Maar net als George Vi vond Willem-Alexander zijn stem, op een lege Dam, op een altijd beladen 4 mei. Opeens was daar een koning met een eigen stem, een eigen geluid, een eigen verhaal. Persoonlijk, helder, gedurfd en bijna anti-protocollair.

Kritisch naar zijn overgrootmoeder en helder formulerend hoe het kwaad als een virus wakkerde en hoe Sobibor begon in het Vondelpark met het bordje ‘niet voor Joden.’ Toen was ik weer een paar minuten stil…

Selma

Ze is 97. Geboren op 7 juni 1922 in het Wilhelmina Gasthuis in Amsterdam als Selma Velleman. Door een andere, niet-Joodse naam, een vervalst persoonsbewijs, geblondeerd haar en heel veel geluk overleefde Selma als Marga van der Kuit Ravensbrück en de Tweede Wereldoorlog.

Marga werd weer Selma en Velleman werd Van de Perre, en die Selma schreef na al die jaren het bijna-nuchtere, toegankelijke en misschien daarom ook zo ontroerende boek ‘Mijn naam is Selma.’

Selma neemt je mee naar het Joodse Amsterdam van voor de oorlog, de Duitse bezetting, de steeds verdergaande maatregelen tegen Joden, haar onderduiken en rol in het verzet, haar arrestatie en transport via Vught naar het vreselijke vrouwenkamp Ravenbrück bij Berlijn.

Lang vond ze het niet nodig om haar verhaal te schrijven; er was al zoveel geschreven, ze wilde rust, alle aandacht voor haar nieuwe leven nadat zij haar ouders, haar zusje en zoveel familie had verloren. Ze vond liefde, kreeg een kind, maar de nachtmerries en het verdriet bleven, tot de dag van vandaag.

DWDD gaf Selma van de Perre recent een hele uitzending, een monumentaal gebaar voor een bijzondere vrouw in bijzondere tijden die zo ongelooflijk sterk moet zijn dat ze veel van dat geluk dat haar in leven hield door haarzelf werd afgedwongen. Ik buig diep.

Is dit een mens

Primo Levi. Dat was de eerste naam die bij mij bovenkwam toen de vraag op tafel kwam naar onze favoriete schrijver. Ik had ook best Bryson, Updike, Ford of Roth kunnen noemen, maar ik vond het een soort sein dat het Levi moest zijn. Toen hij ook nog in 2-voor-12 als vraag voorbij kwam, was deze column geboren.

Ik ben nu ‘Het periodiek systeem’ aan het herlezen, een fascinerend boek waarin Levi vertelt over zijn leven als kleine Joodse jongen in Turijn, als chemicus, verzetslid, en als overlevende van de Duitse vernietigingskampen. Levi noemt het verhalen van een leven. Het boek bestaat uit 21 chronologische verhalen die elk een chemisch element als titel en thema hebben.

Het is een meesterwerk, in inhoud en vorm. Samen met zijn ‘Is dit een mens’ vormt het antwoord op wie ik de beste schrijver vind, zo die titel belang heeft. Alle grote thema’s komen langs, heel zijn leven komt voorbij, en hoe hij getekend was en zag hoe een mens was en kon zijn onder de vreselijkste omstandigheden. Onderdrukkers én onderdrukten. Wat is een mens dan?

Primo Levi was een mens, een bijzondere man, zijn dood in 1987 nog steeds omgeven door tweespalt: was het een noodlottig ongeluk of kon hij na al die jaren zijn vreselijke herinneringen niet meer aan en bepaalde hij zelf wanneer hij stierf en de nachtmerries stopten.

De man met de vlinderdas

Niemand weet meer wie hij was. Hij heet nu de man met de vlinderdas. Wat we wel weten, is dat hij op 22 of 23 februari 1941 door de Duitse bezetter werd opgejaagd, opgepakt en daarna afgevoerd en vermoord.

De razzia’s tegen de Joden in Amsterdam waren de brandstof voor de Februaristaking die twee dagen duurde en daarna hardhandig de kop werd ingedrukt.

We weten niet wie de man met de vlinderdas was, en er is geen filmbeeld van de Februaristaking. De oorlog is ver uit een vorige eeuw, alles lijkt te verdwijnen en te verdampen, alsof het niet gebeurd is.

En daarom is het zo goed dat we herdenken. Opdat wij niet vergeten. En de verhalen blijven vertellen, ook al weten we de naam niet of hebben we geen foto van die enige staking in Europa in de Tweede Wereldoorlog.

De Dokwerker is het beeld van dat verzet in februari 1941. We weten dat Mari Andriessen het beeld maakte, en dat zijn vriend Willem Termetz ervoor poseerde. Dat weten we wel. De Dokwerker is niet afgebeeld als held, maar als een ‘gewone’, maar vastberaden arbeider.

Mission impossible

1917 is het vierde jaar van de oorlog die de Grote Oorlog werd genoemd en pas nadat de Tweede er kwam de Eerste Wereldoorlog ging heten. Die Grote Oorlog was – in het Westen – grotendeels een loopgravenoorlog waarin miljoenen het leven lieten.

Regisseur Sam Mendes blijft in zijn film 2017 weg van de massaliteit en de grote slachtingen, en concentreert zich op twee soldaten die op een onmogelijke missie moeten door het grote niemandsland dat veel weg heeft van de vers gebombardeerde hel op aarde.

De film speelt in de oorlog, maar is toch vooral een verhaal over plicht, cameraderie, de geringe waarde van een mensenleven, en de alom aanwezige dood en verderf. In de promotie wordt juist heel veel nadruk gelegd op de knappe techniek en de suggestie dat de film in een enkele take is gedraaid. Het is inderdaad knap gemaakt, maar de menselijke waarde(n) spelen voor mij toch de hoofdrol.

De laatste getuigen

Ik was een paar jaar geleden in het Poolse Krakau. Een drie kwartier verder ligt het Nazi-vernietigingskamp Auschwitz. Veel mensen gaan er naar toe. Ik ging ook. Ik vond en voelde dat nu ik er was op de plek moest zijn waar zoveel mensen zijn vermoord. Een historische schandvlek en schandplek van onvoorstelbare dimensies.

Veel mensen gaan naar Auschwitz. Als je slecht kijkt bij aankomst, dan denk je aan een soort pretpark. Grote parkeerplaatsen, snackbas, terrassen. Dat krijg je als veel mensen naar hetzelfde gaan. Maar ik vond het goed dat zoveel mensen gaan en gingen, hopelijk om er over na te denken en het verhaal te vertellen, net zoals de laatste nog levende getuigen nu nog kunnen doen.

Maar laten we vooral niet denken dat het een eenmalige barbarij was. De Italiaanse schrijver en scheikundige Primo Levi overleefde Auschwitz en stelde: “Het is gebeurd, en dat betekent dat het opnieuw kan gebeuren.” Dat is niet rustgevend, maar wel realistisch.

Wat wij onmenselijk noemen, is wat de mens zelf aanricht. En: te veel mensen in te veel landen hebben Auschwitz mogelijk gemaakt. Zeker vandaag is het goed om daarbij stil te staan.

Makke lammetjes

Dom. Naïef. Verkeerd voorgelicht. Onoprecht. Vals. Wat Toine Beukering ook was of is of mankeert, hij is ongeschikt als voorzitter van de Eerste Kamer. De voormalig brigade-generaal vindt dat Joden maar weinig verzet boden in de Tweede Wereldoorlog. “Dat zo’n dapper strijdbaar volk als makke lammetjes gewoon (sic) door de gaskamers werd gejaagd.”

Beukering is van Forum voor Democratie, de partij die steeds onfrisser begint te ruiken, maar de oud-militair vindt zichzelf een ‘overtuigd liberaal.’ Zijn opmerkingen over het weinige verzet van Joden was voor hem juist brandstof om in het leger te gaan. Dat nooit meer, zo had hij gedacht. Tsja. Impliciet de Joden zelf de schuld geven van hun ondergang. Je moet maar durven.

Beukering had beter kunnen weten en zich meer kunnen verdiepen en lezen. Het boek ‘Vogelvrij. De jacht op de Joodse onderduiker’ van Sytze van der Zee, bijvoorbeeld. Hoe er naast en na de razzia’s individueel of in kleien groepjes werd gejaagd op Joden. En hoe mensen niet te beroerd waren hun buren aan te geven of kopgeld van 5 of 10 gulden op te strijken voor een uit zijn onderduikplaats gesleurde Jood.

Nederland kent het relatief hoogste percentage vermoorde Joden. Heel erg welkom waren ze hier niet. De Duitsers werden ‘keurig’ geholpen bij het traceren, uitsluiten, concentreren, opjagen en op transport zetten van onze Joodse landgenoten.
In zijn boek citeert Van der Zee uit het boek ‘Na de ondergang’ van politicoloog Ido de Haan. De Haan constateert: De ondergang van de Joden speelde zich af om de hoek, voor de deur, op de trap, in de huiskamer. Iedereen kon zien dat ze ontrecht, mishandeld en vernederd werden. En al konden waarschijnlijk de meesten zich geen voorstelling maken van de wijze waarop de Joden zouden worden gedood, sommigen waren zelfs niet in staat het leed dat zich zo dichtbij afspeelde, onder ogen te zien.

Als er al makke schaapjes waren, dan waren dat heel veel Nederlandse landgenoten die het wel best vonden en graag de andere kant opkeken en leeggekomen huizen van Joden leegroofden en in bezit namen. Het is een schaamtevolle episode in onze geschiedenis. De kronkelende gedachten van dit neo-kamerlid hebben we echt niet nodig om dit nog een keer te onderschrijven.

Een gezicht van de oorlog

Een foto. De foto. Die foto. De blik. De angst en verwarring. Dat meisje. Settela Steinbach. Zij werd vergast in Auschwitz. Nog net geen tien jaar oud. Vergast omdat ze een Sinti-kind was. Een zigeunermeisje.

Iedereen kent Anne Frank. Weinigen kennen de naam Settela Steinbach, Maar vandaag was ze er weer. In een grote foto in een groot artikel in Het Parool. Omdat het morgen exact 75 jaar geleden is dat Settela in Westerbork op transport werd gezet. Er is een filmpje van waar we de foto van kennen:

Settela (over)leefde nog ruim twee maanden in Auschwitz. Op 31 juli 1944 werd ze vergast. Vrijwel haar hele gezin en familie werden vermoord. Haar vader overleefde de oorlog, maar overleed in 1946 van verdriet.

Ik zag dezer dagen Neo Nazi’s vlaggen zwaaiend marcherend en roepen om een nieuwe Holocaust. Antisemitisme tiert weer welig. In ons land hebben we een forum dat steeds meer aanschurkt tegen en onderdak biedt aan hele nare opvattingen en gedachten die zeker niet naar lavendel ruiken. Snuffel maar eens rond op het slagveld dat twitter heet.

De mens is de mens een wolf, of beter: een zwijn.

Ralph en Miep

Ik krijg de foto maar niet uit mijn hoofd. De foto is de basis voor het affiche voor de tentoonstelling ‘De Jodenvervolging in Nederland 1940-1945’ in het Holocaust Museum in Amsterdam.

Ze lijken voor ons ouder, maar het zijn nog maar kinderen op die foto. Ze zijn jonger dan mijn kinderen nu. Ze zijn 17 en 16 en al verloofd. Ik kijk naar de aktentas, de paraplu en hoe ze getekend zijn door de Jodensterren.

Ralph Polak en Miep Krant lopen in januari 1943 op de Dam richting de fotograaf hun vermoedelijke ondergang tegemoet. Ze kunnen geen kant op. Vlak hierna wordt Miep dan ook gearresteerd, maar Ralph weet haar via de Joodse Raad vrij te krijgen. Zij duikt onder in Baarn, wordt ernstig ziek, maar kan niet naar een ziekenhuis.

Ralph ontsnapt op 29 september 1943 uit het laatste grote transport naar het Oosten. Ze overleven beiden de oorlog en trouwen met elkaar. Ruim 100.000 Nederlandse Joden worden vermoord. En velen nog veel jonger dan Ralph en Miep…

14 Mei

14mei

Mijn moeder was een vrouw van weinig woorden. Zij bleef graag op de achtergrond, daar had ze het beste overzicht. Haar stem verhief zij nooit, terwijl daar aanleidingen genoeg voor waren. Zij luisterde meer dan ze sprak, en des te beter luisterde ik als ze vertelde over het bombardement op Rotterdam.

Mijn moeder was net 12 toen de Luftwaffe het Rotterdamse stadshart bombardeerde. Vanaf de Kleiweg in Hillegersberg zag ze met haar ouders en haar zusje de brandende stad, en die beelden van die 14e mei 1940 heeft zij altijd bij zich gedragen.

Mijn moeder heeft dat vorige kampioenschap van Feyenoord in 1999 nog meegemaakt. Voetbal interesseerde haar niet zoveel, ze vond het altijd fijn dat ik er zo’n plezier aan beleefde. In haar latere jaren als we zondags belden vroeg ze altijd of ik wist wat Ajax had gedaan. Het leek op sarren. Ze wist dat ik het niet wilde weten omdat ik Studio Sport wilde zien zonder voorkennis van de uitslagen. Toch gooide ze er dan zinnetjes als ‘nou, dat was niet best’ of ‘ga maar kijken, dat was wat’ uit.

Mijn moeder kon het niet laten, en één keer hapte ik echt en werd heel boos over wat ik een soort van gecalculeerd pesten vond. Ik vuurde een verbaal bombardement op haar af, zo’n moment dat altijd bij je blijft en waar je nu alsnog voor onder een steen wilt kruipen.

Mijn moeder is er niet meer en heeft dus geen weet gehad van de Renaissance van Feyenoord. En ook niet dat het kampioenschap van de ploeg van Zuid en van Gio de titel na 18 jaar drooglegging binnen sleepte op diezelfde 14 mei die zij maar niet kon vergeten. Na 77 jaar was de wederopstanding van Rotterdam voltooid. Het beeld van Zadkine heeft weer een hart. Het klopt rood en wit.