Vijftig tinten grijs

wimkok1Terwijl de Chinese restaurants in Nederland door nieuwe wetgeving honderden koks tekort dreigen te komen, blijkt een Nederlandse kok juist de omgekeerde weg te gaan: Wim Kok is sinds enkele maanden niet besturend-commissaris bij de Chinese Construction Bank. En daar maak ik geen flauwe grappen over.

Slecht betaald is het niet die negen retourtjes China die Kok jaarlijks maakt. De Telegraaf rekende al met graagte uit dat het oude rode boegbeeld Kok € 4.700 per vergadering krijgt, en dat is toch behoorlijk ruim boven modaal.

Wim Kok – twee kabinetten lang voorzitter van Nederland – is de verpersoonlijking van het brave, grijze Nederland van een broodje ham en een broodje kaas, het doe maar gewoon dan doe je al gek genoeg, het was de timmermanszoon uit Bergambacht met paplepels tegelijk ingegoten.

Onder Kok verloor der PvdA wat er nog aan socialistische veren zat vastgeplakt. In het Paarse tijdperk werd de PvdA Kok en Kok de PvdA: het grijze midden, veilig koersen, niet te breed, niet te ver, dan kom je het verst. Onder Kok leek Nederland wel ‘af’, een sociaalliberale heilstaat het hoogst haalbare.

Na de politiek kwam het bedrijfsleven, en commissaris Kok gleed daar op glad ijs en kukelde in wakken. Hij praatte recht wat vroeger nog keurig krom was, en wat hij ooit mooi omschreef als ‘exorbitante zelfverrijking’ mocht nu rekenen op zijn fiat. Wiens woord men eet, wiens bonus men geeft.

Nederland onder Kok heette Paars maar was vijftig tinten grijs. Gelukkig bleek Nederland niet ‘af’. Langzaam poogt de PvdA wat veren terug te vinden. Het gaat van ‘au’. Benieuwd hoe het ‘onze Wim’ vergaat aan de Chinese vergadertafels. Of zijn stevig postuur, zijn opvallende, en zijn wat norse voorkomen indruk maken. Een broodje kaas en een broodje ham zitten er niet in. Als hij maar niet die grap van Gordon over nummer 39 met rijst maakt.

De meeneem Chinees

meeneemchinees

Het was een beetje saai berichtje op de economiepagina: ‘Afvalreus AVR naar Chinezen.‘ Meneer Li Kashing, eigenaar van Cheung Kong, heeft het niet onaanzienlijke bedrag van € 944 miljoen over voor AVR, het vroegere gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijf van Rotterdam, dat energie uit afval maakt.

Honderd geleden kwamen de eerste Chinezen in ons land, en zij werden toen als afval en ongedierte beschouwd. Het waren stokers en wasknechten op de internationale stoomvaart en werden als stakingsbrekers ingezet. Daardoor, en door hun lagere lonen werden zij gezien als werkverdringers en het ‘gele gevaar.’

In de jaren ’30 lachten we om de verarmde pinda-Chinezen die door de verkoop van teng-teng pindakoekjes probeerden te overleven in een vijandig klimaat en een Nederland in crisis. Inmiddels zijn we wel gewend aan Chinezen in Nederland – sambal bij, witte lijst, grote muul,de Chinees doet veel meer met vlees, je blijft lachen – maar de Chinese bevolking blijft toch in de periferie. Ze zijn toch anders, zeg maar.

In 1931 schreef minister van justitie Donner (de opa van Piet Hein Donner) of één van zijn ambtenaren in de marge van een notitie: ‘Als een volk zijn nationaliteitsgevoel verliest, dan worden zijn vrouwen misbruikt door Chinezen en ander Aziatisch ongedierte.‘ Daar hoefde geen sambal meer bij.

Maar des te pikanter is het dus dat die rare Chinezen inmiddels de halve wereld aan het opkopen zijn. Afrika is al bijna volledig Chinees bezit, de Amerikaanse staatsschuld wordt grotendeels afgedekt door bankiers in Sjanghai, en nu kopen ze dus ook nog even onze (eh, hun dus..) afvalreus AVR. De meeneem Chinees. Afval bij?

Summer in the City

summerinthecity

Na eindeloos geklaag en gekanker was er gisteren dan eindelijk de zon, en de stad explodeerde spontaan en massaal. Terrassen puilden uit, de Amsterdamse bevolking en het toeristenvolk leek zich in no time vermenigvuldigd te hebben, en iedereen zoog de zonkracht bijna desperaat op, alsof het elk moment weer voorbij zou kunnen zijn.

Het was gisteren – en nu met een winderige follow up – Summer in the City. Wie kent niet die prachtige single van The Lovin’ Spoonful die in de zomer van 1966 wereldwijd een hit was? Het is een iconisch nummer, en je wordt er in 2 minuut en 41 seconden helemaal blij en uitgelaten van. Happy Together.

Grappig is dat de single allerlei straatgeluiden heeft en het instrumentele tussenstuk van de song en naar ik begrijp horen we daar ook een toeterende VW Kever, de hippe auto van hip Amerika in 1966. Overigens was Summer in the City niet de eerste en ook niet de laatste hit voor The Lovin’ Spoonful. De New Yorkse band van John B. Sebastian scoorde ook met Daydream, Rain on the Roof en Darling Be Home Soon grote hits.

Summer in the City was in Nederland de grootste hit van The Lovin’ Spoonful. De single bereikte de tweede plaats en stond maar liefst dertien weken in de Top 40. Om maar even aan te geven hoe wij altijd al snakten naar de zon en de warmte. Maar ja, ons land ligt gewoon verkeerd. Maar dat wil er maar niet in. En dus hangen we als onze lifeline  aan klassiekers als Summer in the City of Mr. Blue Sky.

Helemaal los

WA.Koning

Zaterdag was de Klapstoel in Het Parool voor mijn voormalig buurman en jaargenoot Tom van ’t Hek. De nieuwe ochtendstem van BNR verbaast zich over de enorme maatschappelijke golf naar aanleiding van de troonswisseling. ‘Soms denk ik wel eens dat ons land te klein is, we zijn net iets te blij als er weer wat te doen is.’

En er is wat te doen. Geen voetbal dit maal, maar wel Oranje, en een publiekswissel. De koningin vertrekt, lang leve de koning, en dus kunnen we morgen op Koninginnedag weer eens even helemaal los. De monarchie zal menigeen worst zijn, maar feesten zullen we, en hossen en drinken tot we zinken.

Alles is Oranje, alles kleurt Oranje, van tompouce tot steunkous en koningswup, alles en iedereen moet mee in een vriendelijke, maar onvermijdbare wolk van volkshysterie en door media en commercie opgestuwde pretfabriek waarin wij zelfs het genoegen smaken om André Rieu in onze voortuin te hebben.

Zeeland ligt nog dwars, dan moeten de dijken maar door, want het koningslied van John Ewbank (onthoud die naam..!) zal schallen door de wingewesten op de dag die je wist dat zou komen. We gaan helemaal los. Feesten zullen we. En ook wij hier ten huize zijn niet zonder zonde.

Want morgen staan onze dochters in naam van Oranje onze halve huisraad te verpatsen om hun zakgeld als Goldman Sachsers te verveelvoudigen. Iedereen doet mee, iedereen gaat los. Oranje boven. En leve de koningin. Eh, koning.

Maar wie vooral los is, is onze Beatrix. Ik vind dat ze het in een zinloze symbolische samenbindende baan prima heeft gedaan. Die ene keer dat ik haar ontmoette, moest ik onbedaarlijk met haar lachen. Sinds die avond in Het Muziektheater kan zij bij niet meer kapot. Dat moet hij van die W eerst nog maar eens waarmaken. Te beginnen morgen. Op die dag die je wist dat zou komen…

Het Spaanse Rijk

Wilhelmus

Bram. Nee, niet over Bram. Bram gaat het nog uitgebreid over Bram hebben. Tot heel Nederland hem heeft uitgekotst. Ik geef hem nog een jaar of twee tot het grote gat der vergetelheid. Adieu alvast, je was een schande voor je vak, maar dat stond beroemdheid niet in de weg. Infaam en abject. Wat u zegt.

Dan is het maar een kleine stap naar John Ewbanks. Ook een schande voor zijn vak, maar na wat heen-en-weer-gescheld heeft hij toch maar mooi het Koningslied op zijn naam staan. Je wist dat het kwam, maar je gelooft nog steeds je oren niet.

En dan is het maar een kleine stap naar de Onderwijsinspectie die het keiharde oordeel ‘middelmatig’ over de staat van ons onderwijs afgeeft. De tekst van het Koningslied zit daar dan toch nog een flink stuk onder. Grappig dat onderwijsminister Bussemaker opriep om het ergste foute Nederlands in het Koningslied te verbeteren. Maar waar moet je beginnen?

Lang zal ‘ie leven. Er is er één jarig. Het Land van Maas en Waal. Het Wilhelmus. Het lag er allemaal al, we hadden Ewbanks helemaal niet van Ibiza hoeven halen om een lekkere dijenkletser te hebben voor dinsdag. De koohoohooning van Hispanie heb ik altijd geeerd. Klaar ben je.

En dan is het nog maar een hele kleine stap naar het Spaanse Rijk toen en het deplorabele Spaanse land nu, het ooit zo trotse koninkrijk dat slechts op de been werd gehouden door een Catalaanse club met een Argentijn. Daar ga je met je Spaanse Rijk.

En daar ging het Spaanse Rijk. Eergisteren in München. En gisteren in Dortmund. FC Barcelona werd met 4-0 onder de Beierse plaggen geschoffeld, de Koninklijke Madrid deelt het maar één streepje minder slecht onder de Poolse gesel Lewandowski die volgens mij een uniek record neerzette door in één wedstrijd vier maal te scoren tegen Real Madrid.

In Spanje is het stil, maar wij hebben Bram en een lied en een prinsesje dat hockeyt. Het wordt een dolle dinsdag. En de eerste die het hele stamppotlied in één keer foutloos mee kan blerren, krijgt de hele dag vrij drinken. Heerlijk Helder Hoempapa.

Carnaval met andere middelen

Walexander

De monarchie van Maas en Waal krijgt een nieuwe vorst. Niemand had of heeft veel fiducie in koning Willem-Alexander, maar bij een constitutionele monarchie kun je nu eenmaal niet kiezen: je krijgt wie er aan de beurt is. En dat kun je wel zien, dat is hij.

De monarchie is natuurlijk geen sprookje, maar een oude rare weeffout in ons landsbestuur. We zijn echter te lui om het weg te werken en in te ruilen voor een republiek. Ik hoor dan altijd dat een president en zijn hofhouding ook veel kost. Sterk argument. Het tekent onze liefde voor Oranje. We willen ze wel, maar het moet niet te veel kosten. En kan de koning straks niet gewoon belasting betalen?

Vrijdag is het Koningslied klaar. Lange Frans rapt dan op teksten van Daphne Deckers en is vast nog een stoet talentloos dat meedeindt op de walmen van bier en vette worst. Arnon Grunberg omschreef 30 april als ‘..een sympathieke voortzetting van het carnaval met andere middelen,’ en zo is het maar net. Oranje Boven. En het bier achterover. Feesten zullen we. Tot we erbij neer vallen.

Volgens Grunberg is Nirvana”s Smells Like Teen Spirit het ideale volkslied en Kurt Cobain postuum koning, maar als het dan per se Nederlands moet, dan hadden we toch Het Land van Maas en Waal van Boudewijn de Groot wel kunnen afstoffen. ‘Dan steken we de loftrompet en ook de dikke draak.’

Het wordt vast een groot feest. Een draak van een sprookje krijgt een nieuw staatshoofd met loftrompet en brandewijn in de zilveren zon. Een koning zonder macht met een wat nurks en ontvlambaar volk dat zich graag in Oranje hult als we dan maar wereldkampioen kunnen worden of ons helemaal klem kunnen drinken, en liefst beide. Gelukkig lust de koning er zelf ook wel eentje. En wij hebben straks mooi André Rieu in onze voortuin. Als dat geen carnaval is. Entertain us…

Nostalgisch bediending

stanislavski

Stanislavski. De schatplichtigheid aan de grote Russische acteur en theatertheoreticus is groot. Maar het café-restaurant in de Amsterdamse Stadsschouwburg had misschien meer moeten focussen op culinaire roots en namen. Dat zou de liefde voor eten en goed gastgeverschap veel goeds hebben kunnen doen.

Stanislavski is één van die locaties waar jij er bent voor het personeel. Het is een hoofdstadziekte. Wij zijn hip en belangrijk, en jij mag blij zijn dat je binnen mag. Verder vooral niet zeuren. En keurig wachten tot er iemand tijd voor je heeft. En dat kan duren. Het is ook de ziekte van zaken zonder toezicht waar personeel doet waar het geen zin in heeft en niet doet wat het moet doen. De ergste was ooit Danzig, bij het stadhuis.

Ik kreeg een e-mail van Stanislavski over een nieuwe menukaart. Dat viel ook niet mee. Bieren op de tap, een stampotje, courgettenbloemen, nostalgische ossenworst, specials die ‘de hele dag beschikbaar’ zijn, en leveranciersnamen als Kef en Brand en Levi tussen aanhalingstekens. Daar proef je weinig liefde voor koken en eten. Dat belooft dus weinig lekkers.

Die nostalgische ossenworst is overigens onderdeel van een slepende ziekte waarin ambachtelijk brood, eerlijk vlees, oma’s recepten en wat voor onzin al niet een nepbeeld van puur en vroeger voor moeten schotelen.Net als het ook zo misbruikte huisgemaakt. Jeuk en maagkramp krijg je van al die nep. Maar onbedoeld is er ook humor.

Als je teksten niet naleest en corrigeert, gebeuren er vaak de leukste dingen. Dan wordt bediening bedieding of bediending. Vraag de bediending naar de keuze. Zonder vertikking zou de zin al vreemd zijn. Vragen naar de keuze. De keuze van wie? Voor wat? Maar bediending sums it all up. In Stanislavski ben je overgeleverd aan bediendingen. Of hoe je van een toplocatie een liefdeloze eetschuur maakt. Je zou er bijna nostalgisch van worden.