Gebrek aan autoriteit

Hein.BalkenendenormHet heette de Balkenendenorm. Nu is het de Wet normering topinkomens. En keer op keer is daar weer gedonder over. Balkenende is allang weg van zijn eigen norm met 2,5 keer Balkenende voor Balkenende. Nee, het zijn de uitzonderingen die telkens weer worden gemaakt en zo de norm lijken. Zoals nu voor de nieuwe directeur van Autoriteit Financiële Markten, Femke de Vries.

De Vries is natuurlijk weer zo bijzonder en zo bijzonder geschikt dat zij € 40.000 mag plussen boven de genormeerde topinkomens. Het is de individuele uitzondering die gemaakt mag worden binnen de wet. En dus is er geen wet van Meden en Pezen, maar eigenlijk niet meer dan een regeling waaraan voldaan kan – niet moet – worden. Niet gek dat er dan dus elke keer weer gelazer over is. Gebrek aan autoriteit en duidelijkheid.

Maar ach, het valt allemaal in het bijna-niet bij Joris Luyendijk zijn zoektocht in de Londense City naar het hoe en wie en wat van de bankencrisis. Ik ben zowat de laatste die zijn Dit kan niet waar zijn las en bij mij beklijft het gevoel dat er een enorm monster rondwaart dat bij fail de wereld zo ongeveer kan laten stoppen met draaien. Die dreiging is zo groot dat we er niets mee kunnen. Niet zo gek, we kunnen al niet eens zo’n op het oog simpele Balkenendenorm duidelijk en eenduidig tot wet verheffen en ons er ook aan houden.

En om aan te tonen hoe kwetsbaar we zijn is er de beursnedergang deze week en de vele boze en tranende Chinezen die slechts waren opgegroeid met voorwaarts, vooruitgang en groei. Die zien nu veel van hun geld verdampen omdat de groei wat afremt in het grote rijk der Mandarijnen. Dit kan niet waar zijn, dachten de Chinezen, maar dan hadden ze Luyendijk maar moeten lezen.

Grote dikke ik

RuttezoveelAls burgemeester van Amsterdam had Job Cohen de bijnaam Mister Tefal. Niets wat er gebeurde bleef aan Cohen kleven. Rutte heeft dat ook. De premier heeft ook zo’n anti-aanbaklaag. Zijn voornaamste wapen is zijn lach. Die wordt de ganse dag ingezet, tot op het hysterische af. Het is het handelsmerk van veel politici: het keihard lachen. Zalm kan het ook zo goed. Het zal wel bedoeld zijn om ons de indruk te geven dat alles goed gaat. Want zoveel is er toch eigenlijk niet te lachen?

Rutte de rasoptimist. Enkele jaren geleden in het oog van de crisisorkaan raadde hij iedereen aan een huis of een nieuwe auto te kopen. Een beetje zoals Balkenende en die VOC-mentaliteit. Schouders eronder, niet zeuren, hopla, en vooral blijven lachen. Want wie last heeft van tegenwind, die moet gewoon harder roeien. Toch?

Terwijl de Volkskrant hem portretteerde als de ‘premier zonder eigenschappen’, gaf Rutte eindelijk iets van inhoud bloot. Hij kwam met een verhaal over de ‘Grote Dikke Ik’, het ego van u en mij dat zo opgeblazen is en zijn plek niet meer kent in dit oneindig laagland. Hij berispte graaiende bankiers, althans die bankiers die iets met staatssteun hadden. De rest mocht – zo begreep ik – graaien wat er te graaien viel, zolang de staatsruif maar niet wordt belast.

En dan was er nog de mens zonder baan. Daar heeft Rutte het niet zo op. Hij gooit ze met zijn marktwerkingmantra’s en rendementsdenken massaal op straat en geeft ze nog een trap na door ze te beschuldigen direct naar het UWV te lopen (zo dat al verboden is) en niet een andere baan te zoeken (zo die er al zouden zijn). De onderliggende boodschap: jullie zijn handophouders. Het is allemaal je eigen schuld. Gewoon harder roeien. En maar blijven lachen.

Baantjesjagers met een auto van de zaak

Wat heb ik enorm genoten van de documentaire De erfenis van Pim. 87 Dagen ruzie over drie maanden roddel, achterklap, politiek onbenul en burgeroorlog binnen de LPF in het 1e kabinet Balkenende, nu precies tien jaar geleden.

Smullen. Toen al. En nu helemaal. Het is net alsof je naar een kruising van Kopspijkers en Koefnoen zit te kijken, maar ze bestonden echt: Heinsbroek, Bomhoff, Hoogendijk, Wijnschenk, Van Os, Herben, De Boer, De Jong. De een nog getalenteerder dan de ander. Vrije jongens. En ze vochten elkaar drie maanden lang de hut uit. Totdat VVD en CDA de stekker uit het kabinet trokken en de LPF als een brisantbom desintegreerde.

Heinsbroek, minister van EZ, had geen auto met chauffeur nodig. Hij liet zich in zijn eigen Bentley naar het Binnenhof scheuren. Niet zo gek dat hij dus met dedain keek naar zijn ‘collega’s’ die hij nu omschrijft als “baantjesjagers met een auto van de zaak.”

Ook heel leuk zijn de interviews met en quotes van direct betrokkenen van andere zijden, zoals Johan Remkes en Hans Hoogervorst. Mooi hoe Hoogervorst subtiel wijst op hoe Heinsbroek enorm gelukkig met zichzelf was. Zo’n ego moet wel een groot huis en een enorme auto hebben, anders past het niet. En Winnie de Jong, wie kent haar nog, manisch-depressief warhoofd, vaak urenlang opgesloten op de fractie-wc.

Mooi de oorlog tussen de self-made-man Heinsbroek en vice-premier Bomhoff, de bon vivant vs de autist, de vrije jongen tegen de kamergeleerde, een prachtig slow motion beeld in de documentaire wanneer zij elkaars pad kruisen vertelt alles, je denkt dat Heinsbroek elk moment zijn gun kan pakken. Prachtig.

De erfenis van Pim werd er in 87 dagen doorgejaagd door autoverkopers, wijnschenkers, politieke amateurs en opportunisten, en vooral door afgunst, naijver, onbenul en een gevoel van hoe-moeilijk-kan-politiek-nu-helemaal-zijn.

En Bomhoff was toch bijna aandoenlijk toen hij opmerkte dat hij het leukste vond dat hij een auto met chauffeur had (“nee, twee chauffeurs”), en dat hij bij het kabinetsberaad zijn koffie kon roeren met een gouden lepeltje. Nieuwe politiek. Pim draait zich nog een keertje om.