Nachtinbraakwacht

nachtwacht1

De PR-machine van het Rijks Museum draait overuren. Vandaag was het de finest hour van Wim Pijbes c.s. tot aan de officiële opening op 13 april: de verplaatsing van de Nachtwacht van de Philipsvleugel naar het hoofdgebouw en de Erezaal van de Rijksschatkamers.

Als in een militaire operatie en met persbelangstelling als betrof het een bliksembezoek van Lady Gaga of Barbra Streisand, werd het wereldberoemde werk van Rembrandt het kleine blokje om verplaatst, veilig verpakt met een buitenhoes die theemuts is gedoopt. Geen detail is onbelangrijk als het over zo’n belangrijk kunstwerk gaat.

Het doek van Rembrandt is beroemd en groot, 3,8 x 4,5 meter, het was ooit groter, maar werd bijgesneden, maar ik kan niet met droge ogen beweren dat het een favoriet van me is. Het is allemaal knap en kijk-eens-hier-en-zie-je-dat, maar de emotieknop gaat bij mij niet aan.

Maar daar zullen die miljoenen bezoekers straks geen boodschap aan hebben. Net als ik in het Louvre toch echt de Mona Lisa moet zien, moet ook de Nachtwacht eraan geloven voor Japanners, Russen en wie niet. Je bent beroemd, of niet.

Hoe actueel de Nachtwacht na 3,5 eeuw nog is, blijkt uit een ander voorpagina-artikel van Het Parool vandaag dat gaat over postende politie in de buurt waar net is ingebroken. het doel van die zichtbare aanwezigheid is om besmettingsinbraken zoveel mogelijk tegen te gaan, inbraken die vaak snel volgen op een eerste inbraak, de boefjes zijn dan bekend met de buurt en weten hun weg naar een volgende buit.

En zoals de nachtwacht nodig was in de 17e eeuw omdat je in het donker overal beroofd kon worden of in de gracht gekieperd, zo tiert nu de huisinbraak weer welig, mede omdat winkeliers hun nering steeds beter beveiligen en verdedigen.

En tsja, die dieven moeten ’s avonds wel met iets thuiskomen. Het antwoord: zichtbare politie-inbraakwacht tot een aantal dagen na een inbraak. Het schijnt te helpen. Maar waar slaan de dieven dan weer toe? In het Rijks?