I Barbari

Barbari‘Het zwarte blok van tyfus’, noemde burgemeester Ignazio Marino van Rome de barbaren uit Rotterdam. ‘Een teken van barbaarsheid en onbeschoftheid’, volgens premier Renzi. En geloof mij: die Romeinen zijn qua barbaren wel wat gewend. Renzi eist ‘scusa’ van de Rotterdammers, excuses dus. Het voetbal eindigde overigens in 1-1, maar daar ging het niet om. Volgende week de return in Rotterdam en 2.000 Romeinen in 010. Burgemeester Aboutaleb kan zijn borst natmaken.

Leuk, dat Europees voetbal. Sport verbroedert waar je bijstaat. Supporters van Chelsea hadden zich in Parijs ernstig misdragen. De mannen van 010 vonden dat er in Rome nog wel een ruïne bij kon. Gelukkig straffen de Romeinse rechters flink zwaarder dan een vermaning hier en een nauwelijks handhaafbaar stadionverbod. Engeland is erin geslaagd de plaag van hooliganism uit te roeien door een strenge voetbalwet. Het kan dus wel.

Met alle excessen: het blijft mijn sport. Zondag mag ik weer. Uit bij AFC. Dé derby van Buitenveldert. Geen wedstrijd om je been terug te trekken. Maar gelukkig zijn er nauwelijks supporters. Rellen worden niet verwacht. Reddingen wel. Mijn nieuwe handschoenen zijn nog ongeslagen. En wat mocht ik tussen het racisme en geweld toch even genieten van twee keepers: Thibaut Courtois van Chelsea en Jasper Cillissen van Ajax. Beide goalies pakten punt(en) voor hun ploeg. Goede voorbeelden doen hopelijk goed volgen.

Komkommertijd

hak2

ZZP’end tot ver buiten de eigen postcode kom ik enkele malen weeks langs de Kuip, het bolwerk van de mannen van hand in hand, het ooit zo roemrijke Feyenoord. Ik ben er niet vaak geweest – de laatste keer was – veelzeggend – Bruce Springsteen uit – maar ik bezie de oude Kuip met gepast respect.

Het is al heel lang komkommertijd bij Feyenoord. God of Jorien van de Herik mag weten hoe de trots van Rotterdam-Zuid zo lang zo diep in de schulden is komen te duikelen dat er al jaren niet of nauwelijks fatsoenlijke voetballers kunnen worden gekocht. Er was vast veel vreemd vlees in de Kuip, rare sjacherinvesteerders met boeiende constructies.

En dan was er nog het plan (of is het er nu nog steeds?) voor een nieuwe Kuip. Voor de supporters hoeft dat niet. Hoe hoog of hoe laag de Koemanbrigade ook staat, de Kuip is altijd vol, bloedfanatiek, en met recht een twaalfde man.

En ja, de start van het nieuwe seizoen was rampzalig. En net op dat moment komt HAK met commercials met trainer Ronald Koeman. Dan is Leiden, maar zeker Rotterdam, in last. Koeman zou zich beter met zijn wankele selectie bezig kunnen houden dan met het hooghouden van doperwtjes en met zijn eigen vast al riant gevulde bankrekening.

Ach ja, kinnesinne. Je zal na al die jaren Martine Bijl maar mogen opvolgen bij HAK. En Feyenoord, ach ja, het is natuurlijk geen topteam, maar top is zeker de bij AZ volledig geflopte Graziano Pellè, de trefzekere en best gekapte spits uit San Cesario di Lecce die ook in strak Milanees maatpak overal en altijd zou scoren.

Die Pellè zie ik wel in een spotje voor Bertolli. Die olie is in ieder geval heerlijk in zijn haar. En naast de 8 ton jaars van Feyenoord kan ook hij best nog wel een leuk zakcentje gebruiken.

Geloof in toeval

Waitingforasign

Dat is ook toevallig. Hoe vaak hoor je dat niet zeggen. Maar hoe toevallig is toevallig? En bestaat toeval eigenlijk wel? En zo ja, wat is het dan? Drie Amsterdamse psychologen schreven het boek Dat kan geen toeval zijn, maar toeval of niet, dat boek gaat over bijgeloof, over eerst even afkloppen.

Net als geloof is bijgeloof van alle tijden. We hebben het er niet graag over, want we vinden het maar wat raar, maar er zijn boeken vol te pennen over bijgeloof en bijbehorende rituelen. Zo speelden Feyenoorders in hun gloriejaren ’70 in de onderbroek van vrouw of vriendin. Het bracht succes, dus bleven ze het doen.

Cruyff tikte altijd de Ajax-goalie voor de wedstrijd zachtjes in de maag, het zou de zege zeker stellen. Doelman Hans van Breukelen had een enorme lijst aan rituelen, waaronder eerst poepen, dan wat lezen, warming up en tot slot nog een plasje voor de wedstrijd. Zelf tik ik voor de wedstrijd altijd een paar keer tegen de rechterdoelpaal, ik probeer het houtwerk of aluminium zo tot vriend van de dag of voor het leven te maken.

Geloof, bijgeloof, toeval, pech, het lijkt een grote brij, maar iedereen heeft het er over, dus heeft het ook een zeker belang, zo vinden ook de auteurs van Dat kan geen toeval zijn. Maar als een voetbalverslaggever roept dat een spits pech heeft omdat hij voor de tweede keer op de lat schiet, denk ik altijd dan moet je beter mikken. Toeval of talent?

En hoe toevallig is het als je in New York een bekende tegenkomt? Je mag in ieder geval aannemen dat je er meer niet tegenkomt dan wel. En heb je dan juist weer pech? Toeval, bijgeloof, hoe het allemaal heet, kwaad kan het ook niet echt, tenzij het je ganse leven gaat dicteren. Volgens de schrijvers die ervoor doorleerden kan vooral positief bijgeloof geen kwaad, van geluksmuntjes tot duimen voor een ander. En werkt het niet, dan heb je pech, of is het gewoon toeval?

Ik ben mijn eigen schuld

Voetballers. Raar volk. Tikje hypocriet. Na het uitdelen van een doodschop altijd de wapperende handjes van onschuld, en altijd maar proberen de tegenstander zwart te maken, om te zagen en een kaart aan te naaien. Zelf hebben ze nooit schuld, het is altijd de ander. Het is de gesel van deze tijd. Niemand wil verantwoordelijkheid.

Gisteren was het keten in de catacomben van de Kuip. PSV-spits Jermain Lens wachtte daar zijn Feyenoord-tegenstander Joris Mathijsen op om verhaal te halen over iets wat er in het veld was gebeurd. ‘Ik pak hem zo wel’, sprak Lens in de aanloop naar het incident tegen ploeggenoot Willems. Bedreiging met geweld. Een flinke opstoot. Iets voor het OM, wellicht?

Vanochtend had Lens zijn lesje geleerd, zegde het op, en ging soepel door de knieën. Hij had Mathijsen beter kunnen bellen dan naar de strot grijpen. Tuurlijk. En nog iets over een voorbeeldfunctie waar hij dus niets van blijkt te snappen. Lens en Mathijsen zijn ook nog eens collega’s in het Nederlands elftal. Zonder respect geen voetbal. Het zal. Maar respect moet je verdienen en etaleren.

In veel grotere problemen maar veel helderder van geest is hockeyer Jesse Mahieu die een schorsing van een jaar uitzit voor drugsgebruik. ‘Ik ben mijn eigen schuld’ is zijn mooie uitspraak die tot kop werd verheven boven een interview met hem in Het Parool vandaag. Geen gejammer en geen vingerwijzen, maar een eerlijk en open verhaal waarin hij wel verantwoordelijkheid neemt, hoe moeilijk dat ook is.

Slechts onder dreiging van eeuwige uitsluiting toonde Bram Moskowitz recent enige spijt en deemoedigheid en legde vervolgens het gecoiffeerde hoofd in de handen van zijn rechters en daarmee de verantwoordelijkheid voor zijn rare handel en wandel in handen van anderen. Hij geeft slechts toe omdat hij anders niet verder mag, niet omdat hij het vindt, meent of oprecht voelt. Hij is slachtoffer. Geen overtreder.

Met die instelling en opstelling is Moskowitz in goed gezelschap. Goed in de zin van groot. Maar dat begreep u natuurlijk al. Vraag het anders Lens’ collega Mark van Bommel. In een half seizoen al bijna een kwartetspel kaarten verzameld, maar dat komt door de arbitrage. Of door de media. Of die mietjes van tegenstanders. Maar vooral niks van ‘Ik ben mijn eigen schuld.’