Oscartje wil niet groeien

BlechtrommelErgens vorig jaar heb ik de film weer een keer teruggekeken, het zal denk ik de derde maal zijn geweest dat ik Die Blechtrommel van regisseur Volker Schlöndorff zag. Vandaag overleed de geestelijk vader van  de film. Günter Grass schreef het wonderlijke verhaal over het jongetje Oscar dat ‘volwassen’ ter wereld komt en op heel jonge leeftijd besluit niet meer te groeien.

Het is de reactie van Oscartje op de wereld om hem heen, de familie, het geruzie, het burgerlijke gedoe, maar ook het opkomende Nazisme dat als een grote schaduw over de stad Danzig hangt. Oscar heeft zijn blikken trommel om te laten horen wat hij ergens van vindt en een gilstem die als een sirene glazen en ruiten doet springen.

Günter Grass was samen met onder anderen Heinrich Böll één van de grote meneren van het naoorlogse Duitsland. Dat de linkse Grass op latere leeftijd naar buiten bracht dat hij in de Waffen SS van de Nazi’s had gediend, haalde heel wat wonden open in een Duitsland dat bijna klaar was met de grote verwerking. Grass is dood. Benieuwd of er op zijn begrafenis een erehaag van trommelaars zal staan.

In A New York Minute

a_most_violent_year_photoIn 1981 waren er in New York meer dan 120.000 overvallen en ruim 2.000 moorden. Dat jaar was een crimineel topjaar, ‘a most violent year’ en dat is dan ook niet toevallig de titel van de indrukwekkende nieuwste film van J.C. Chandor, de regisseur die eerder onder meer Margin Call over de melt down op Wall Street maakte.

‘In A New York Minute, Everything Can Change’ zong voormalig Eagles-drummer en -zanger in zijn epische New York Minute, en dat is precies het gevoel dat de hoofdrolspeler Abel Morales de hele tijd moet hebben als zijn bedrijf en hij en zijn familie bedreigd en voortdurend beroofd worden in het bijna rechteloze en doodbloedende New York waar ook de politie geen zin meer heeft de rommel op te ruimen.

Chandor maakt een fraai gestileerde en overtuigende zedenschets van A Most Violent Year. Oscar Isaac als Abel Morales lijkt als twee druppels water op de voormalig Deense international en Ajax- en AZ-middenvelder Kenneth Perez, gekruist met een flinke snuf Al Pacino van eind Godfather II. Morales wil goed blijven doen en op het zo recht mogelijke pad blijven, zijn vrouw – de dochter van een Maffia-baas- heeft minder scrupules in de bak met haaien die New York heet.

Niemand is zuiver op de graat, iedereen probeert zoveel mogelijk voordeel te halen ten koste van de concurrent, en in the end – wil de ambitieuze openbaar aanklager de politiek in en hij weet genoeg van het bedrijf van het steeds groter wordende bedrijf van Morales om heel lang verzekerd te zijn van zijn steun en Morales heeft zo straks toegang tot een politieke ‘vriend’. De ene hand wast de andere. Met New York ging het na 1981 alleen maar beter, dus de deal werkte. Hoopvol of cynisch? Oordeelt zelf.

Admiraal Jumbo

RuyterHoe prachtig wil je het hebben. De nadagen van onze Gouden Eeuw. De Republiek op de rand van een burgeroorlog. De moord op de Gebroeders De Witt. En een admiraal die bijna single handed ons land uit vreemde handen houdt. Dat moet een fantastische film opleveren. Of de draak die Michiel de Ruyter is geworden.

Frank Lammers speelt Michiel de Ruyter en dat is bepaald geen genoegen. Lammers is het gezicht van supermarktketen Jumbo en dat beeld krijg je maar niet weg. Het grote gevaar voor acteurs die zich voor veel geld uitleveren aan de adverteerder. Je kijkt naar De Ruyter en je ziet een acteur die op zoek is naar de laagste prijsgarantie. Het helpt ook niet dat je Lammers de helft van de tijd gewoon niet verstaat. Slechte dictie, slecht geluid. De Nederlandse film op z’n smalst.

Maar misschien moet je blij zijn dat je Lammers nauwelijks verstaat. De dialogen in Michiel de Ruyter zijn namelijk nog erger dan tenenkrommend en uitgesproken op het niveau van de schoolmusical, hoewel je daar nog wel eens prettig wordt verrast. De film had zichtbaar geen gebrek aan geld, maar aan echt talent om een fascinerend verhaal fascinerend te verbeelden.

In 153 minuten ben ik niets wijzer geworden over Admiraal ‘Jumbo’ de Ruyter en dat lijkt me toch een gemiste kans. De geschiedenis van de Republiek in de opmaat naar het rampjaar 1672 lijkt een wat gepoetste samenvatting voor basisschoolniveau 5, een bordkartonnen verhaal dat ook nog eens wordt opgeleukt met valse heroïek en misplaatste verwijzingen naar onze tijd. En Rutger Hauer is na 5 minuten al dood, en dan moet je er nog 148. Bezint eer ge gaat..

Sexual references and historical smoking

TuringRare jongens, die filmmakers. Geconfronteerd met kritiek op de verhaallijn van een film, verwijzen ze altijd naar de dwingende klok: het moet toch allemaal maar passen in een uur of twee. Maar die klok rechtvaardigt natuurlijk niet elke keuze. Het is dan net als die voetbaltrainer die roept dat hij in 90 minuten speeltijd toch echt niet aan aanvallen toekomt. Sorry, te weinig tijd.

Veel films baseren zich op een waargebeurd verhaal, maar gaan er dan mee op de loop en aan de haal. Zo weet je niet wat feit of fictie is, tenzij je moeite nam om boeken en kritieken te lezen of een documentaire te kijken. En ook heir geldt weer: we hebben maar een uur of twee, en we moeten het ook allemaal nog maar kunnen verbeelden. In andere woorden: het moet er ook nog een beetje leuk uitzien, en liefst ook Oscar-waardig.

Dit soort gedachten dwarrelden door mijn hoofd bij het zien van The Imitation Game over de Britse wiskundige, codekraker, computervader en homoseksueel Alan Turing. Met alle grote thema’s die er liggen, maakt regisseur Morten Tyldum er een iets te  keurig prentenboek van, met rokende mannen in spencers, een loslopende spion en het genie dat zijn overleden jeugdliefde tot leven wekt in zijn Christopher-machine.

Benedict Cumberbatch speelt naar groot vermogen, maar misschien juist daarom heb ik eerder het gevoel naar een freak show light te kijken dan naar een echte zoektocht naar het wezen en het geniale van de buitenstaander, de briljante loner. Dochterlief was mee en vond het vooral ‘zielig’ en inderdaad was het leven van Turing geen halleluja. Niet voor niets maakte hij na ‘ontmaskering’ van zijn homoseksualiteit, zijn veroordeling en chemische castratie een einde aan zijn leven.

Nu we het ons kunnen veroorloven is Turing gerehabiliteerd, maar dat geldt helaas niet voor vele tienduizenden Britse mannen die tot 1967 als grootste misdaad hun homeseksualiteit hadden. The Imitation Game is een onderhoudende film over een intens complexe man in een intens complexe tijd. Dat blijft echter niet hangen in het geheugen. Het is vooral die brave film met bij de Britse filmkeuring de uitleg ‘..some sexual references and historical smoking.’  Daar had meer ingezeten. Misschien een Oscar…

Meester van het licht

MR-TURNER-014-600x360

De Londense schilder William Turner wordt wel de ‘meester van het licht’ genoemd. De Britse regisseur Mike Leigh maakte over hem de fraaie film Mr. Turner met een fenomenale Timothy Spall die naast al het licht – The Sun is God – ook de duistere kanten van Turner belicht.

Spall speelt Turner als een grommende beer die lak heeft aan conventies en geen behoefte heeft aan affectie en relaties. In plaats van verantwoordelijkheid te nemen als man en vader, vindt hij het wel best dat zijn vader hem helpt in en om zijn atelier. Turner lijkt dan eerder een verwend kind dan een volwassen schilder.

Zijn relatie met vrouwen is moeizaam, so to speak. Zijn zusje overleed toen hij acht was, zijn moeder werd krankzinnig en stierf jong, en daarna werd het – behalve laat in zijn leven – nooit echt wat met vrouwen. Hij zorgde niet voor zijn ex-vrouw en zijn kinderen, de huishoudster was er om af en toe in het kruis te grijpen of de boekenkast in te beuken, een bordeel was er voor inspiratie, net als een aangespoeld vrouwenlijk.

De film is relatief lang, en traag als de tijd die hij verbeeldt. Het latere leven van Turner valt samen met de komst van een nieuwe tijd met uitbreiding van het spoor, de komst van de concurrent de camera, en – in zijn Londen – de wereldtentoonstelling van Crystal Palace van 1851.

Zijn steeds abstracter en vager wordende schilderijen passen in die nieuwe tijd, maar werden veel minder gewaardeerd dan zijn vroegere, herkenbaarder werk. Queen Victoria vond het vreselijk, maar dat had ze wel met meer dingen. De moeizame relatie van Britten met seks is vintage Victoria. Ook in die zin was Turner zijn tijd ver vooruit.

An American in Hamburg

MostWantedOver de doden niets dan goeds, zeker niet als de dode Philip Seymour Hoffman heet, de Amerikaanse acteur die ruim een half jaar geleden en natuurlijk veel te jong overleed aan een overdosis heroïne. Hoffman is nu te zien in zijn laatste film, A Most Wanted Man, een geheime diensten-thriller van ‘onze’ Anton Corbijn.

Hoffman was een fenomenaal acteur en ook nu draagt hij A Most Wanted Man in grootse stijl op zijn doorgezakte schouders. Met de kennis van nu zou je zeggen dat Hoffman er behoorlijk slecht uitziet en zijn alocholinname en kettingrokerij is meer dan overmatig. Hij is de smoezelige loner in een geheime wereld vol bedrog en dubbelspel.

Het is overigens heel raar om de New Yorker Hoffman een Duitse geheim agent te zien spelen die natuurlijk wel gewoon Engels praat maar dan net met een heel klein toefje aanhangend Duitse dictie en accent. Je denkt toch steeds: wat doet die Amerikaan nu in Hamburg bij de Duitse geheime dienst?

Maar als je dat accepteert of negeert, dan is er een boeiende – niet fantastische – film die laat zien dat er geen waarheid is, dat moraal lastig te definiëren is, en dat iedereen iedereen bedriegt voor het eigen hogere doel. Corbijn legt er wat bruinige herfsttinten overheen en lijkt na twee starters – Control, The American – nu eindelijk echt regisseur in plaats van fotograaf met bewegende beelden.

Nog een leuke voetnoot: Robin Wright, Mrs. Underwood in House of Cards – speelt een double dealing FBI-agente. En op de soundtrack Down Man, een hit vuit 1969 van de Nederlandse formatie Brainbox, met Kaz Lux en Jan Akkerman. En op het eind van A Most Wanted Man is Hoffman – Günter Bachmann – die Down Man, gebruikt en bedrogen door collegadiensten’ en de Amerikanen.

Mannen met lijstjes

Hi-Fi1Zelfs met verlenging en penalty’s tussen Duitsland en Argentinië kun je vanavond nog op tijd zijn voor de film High Fidelity, om 23.55 uur op SBS6. Niet dat de film zo bijzonder is. Wel bijzonder is dat de film gebaseerd is op het bijzonder succesvolle – en hilarische – boek High Fidelity van Nick Hornby.

High Fidelity laat zien hoe raar de filmwereld is. Het boek van Hornby is zo Brits als Brits maar kan zijn, maar de filmproducenten besloten het verhaal te verplaatsen van Londen naar Chicago en toen was er dus weinig Brits meer aan de film, behalve – dat dan weer wel – de Britse regisseur Stephen Frears.

High Fidelity is het verhaal van hoofdrolspeler Rob Fleming – in de film heet hij Rob Gordon, John Cusack (foto) speelt hem – een middertiger die maar niet volwassen wordt en die met twee andere lotgenoten een obscuur platenzaakje runt waar alleen echte liefhebbers en die hards welkom zijn.

Hun leven bestaat uit muziek en uit lijstjes met muziek: de vijf beste intro’s, de albums die je mee zou nemen naar een onbewoond eiland. Mannen met lijstjes. En de existentiële vraag: kun je wel een relatie hebben als je vriendin niet dezelfde muzieksmaak heeft?

In het boek is al het getob en gefreak hilarisch – Kraftwerk Unplugged, hoe verzin je het.. -, in de film is het lauw of op zijn best handwarm te harden. Maar misschien als je de film aardig vindt is het de perfecte opstap naar het boek van Hornby. Al ruim 20 jaar oud, maar heerlijk tijdloos. De echte aanrader.

De wereld van gisteren

grand-hotel-budapest-aDe Eerste Wereldoorlog moest wel leiden tot de Tweede. Het Interbellum, de periode tussen die grote oorlogen, lijkt zo wel een groot wachten op de grote klap die komen zou. Het is een wereld van gisteren, de wereld van schrijver Stefan Zweig, de grote inspirator voor regisseur Wes Anderson voor zijn nieuwe film The Grand Budapest Hotel.

Anderson neemt ons in zijn prachtig vormgegeven film terug naar die wereld van gisteren, de wereld van de grote hotels, de rijke families, de mooie tradities, en jaarlijks wederkerende gasten. De conciërge Gustave (een prachtrol van Ralph Fiennes) is de figuurlijke sleutel tot een tijd die er eigenlijk al niet meer was toen hij leefde, zoals zijn steun- en toeverlaat Zero het prachtig omschrijft.

Twee jaar geleden zag ik Moonrise Kingdom, een heel volwassen film over kinderen die hun eigen wereld maken, weg van bedilzuchtige en gemene volwassenen. In The Grand Budapest Hotel is het geweld niet weg te houden. Het is het geweld van hebzucht en van een nieuwe macht die aan de deur klopt, al geeft de film als jaartal ergens ‘pas’ 1932 aan.

De wereld van gisteren was vast geen ideale, behalve voor Wes Anderson die er zich met een fantastische (sterren)cast en met een prachtig palet in onder dompelde. Het vuur en de spelvreugde spatten van het scherm. En er mag gelachen worden.

Evil Ways

american_hustle4Het is eind jaren ’70. De Verenigde Staten likken de wonden van Watergate en Vietnam. Jimmy Carter is de nieuwe president die zich – na Nixon en zijn trawanten – graag afficheert als een Mr. Clean. Intussen hustlet iedereen zich door het leven heen met klein en groter bedrog.

Het fascinerende van de met lof overladen film American Hustle van regisseur David O Russell is dat niets of niemand is wat het of hij of zij lijkt. Het is net een groot schimmenrijk waarbij je telkens op het verkeerde been wordt gezet, goed niet echt van fout kunt onderscheiden, sympathieën telkens schuiven, en de plot eigenlijk ook weer uit een hoge hoed komt.

Christian Bale is een fantastische hoofdrolspeler, maar natuurlijk geen Amerikaan. Zijn enorme bierbuik is speciaal voor de film gekweekt. Amy Adams speelt een Britse achtergrond, maar komt uit Albuquerque, New Mexico. De sjeik die Atlantic City moet redden, is een Mexicaan. In de kofferbak die opengaat ligt nu eens geen lijk, maar een gloednieuwe magnetron. Het is steeds niet wat je denkt dat je ziet in American Hustle.

Het Amerika van American Hustle is het land van bedrog waar iedereen graag een graantje meepikt. Het is het land van de grote benzineslurpers, de te buigzame politici,  waar ambitie best wat mag kosten, en waar je bij grote projecten niet om de Maffia heen kunt. De enige FBI-agent die geen zin heeft om mee te doen in het spel van list en bedrog en set ups, wordt in elkaar geslagen door een verblinde Bradley Cooper (leuk, met mini-haarkrullers) en weggehoond.

American Hustle is een fantastische acteursfilm, rijk aan talent, waanzinnige wendingen, een fraai seventies decor, briljante pakken en brillen en kapsels, en met een prachtige soundtrack die mij direct terug sleurde naar mijn jonge jaren ’70 met zo perfect toepasselijke tracks van Steely Dan (Dirty Work), Santana (Evil Ways) en Paul McCartney ( Live and Let Die). Het verhaal schijnt deels waargebeurd te zijn. Schijnt. Maar welk deel? Gaat dat horen en zien.

Road to Nowhere

nebraska-filmNebraska is zwart-wit. Bruce Springsteen koos een zwart-wit foto van het eindeloze landschap voor de hoes van zijn album Nebraska dat in 1982 uitkwam. Regisseur Alexander Payne kleurde zijn film Nebraska ook in breed zwart-wit met lichte filter.

Nebraska is het Middenwesten. Eén van die zogenoemde fly over states, de staten waar presidentskandidaten overheen vliegen maar nooit landen omdat er te weinig mensen wonen en er dus electoraal weinig tot niets te halen valt. Nebraska is leeg, desolaat, een prachtig decor voor de prachtige film die Payne maakte met veteraan Bruce Dern als hoofdrolspeler.

Het verhaal van Nebraska moet je vooral zelf gaan zien, alleen al voor het allemachtig-prachtige zwart-wit. De film heeft iets tragisch, gisteren, verval, verdriet, gemaakte keuzes en fouten, maar wordt toch zelden of nooit sentimenteel. En er is heel veel te lachen, ook al ademt alles veel van een verloren, weggewaaide Amerikaanse droom, de grijze grauwheid van een uitzichtloos bestaan.

Nebraska is een typische road movie waarbij de reis en de ontwikkeling van en tussen de karakters belangrijker is dan het reisdoel. Het reisdoel in de film – $ 1.000.000 in Lincoln, Nebraska – is so-wie-so onzinnig, maar leidt tot veel verwarring, jaloezie en zelfs een goedgeplaatste kaakstoot.

Eenzaamheid, heb- en drankzucht, geweld, uitzichtloosheid, het is de V.S. van nu, grijs, zwart-wit, leeg in menig opzicht. In zo’n land en zo’n wereld is het goed om elkaar te hebben. Nebraska eindigt niet vals-optimistisch maar wel warm, menselijk. Mooi hoor.