In de verdediging

weekers.hockey

Frans Weekers. Frans Hubertus Henricus Weekers, om volledig te zijn. Als je een staatssecretaris bij naam kent, is dat meestal een veeg teken en een slechte zaak voor de betreffende onderminister. Want 9 van de 10 keer ben je dan in opspraak. En dat is Weekers. En het wordt niet minder, maar erger.

Het zijn vaak de opvulbaantjes in een kabinet, de staatssecretarisschappen, niet zelden vergeven aan loyale partijgenoten die te licht zijn voor het echt zware werk, maar die eigenlijk in niets uitblinken behalve dat ze lid zijn, notulen spellen, gevraagd worden en natuurlijk altijd beschikbaar zijn. En dan begint vaak het gedonder.

Op de site van de Rijksoverheid heeft de staatssecretaris van financiën nog het beste voor met ons en met ons belastingstelsel. Hij wil het ‘meer solide en fraudebestendig maken.’ Dat is ook wel nodig, zo weten wij al jaren. Maar nu ook Bulgaren en Polen flinke voorschotten op de slinkende staatskas mogen nemen, loopt de gierput gestaag vol.

NRC kwam vanavond met het voor Weekers niet echt dolle bericht dat er in zijn la al anderhalf jaar een rapport zou liggen over fraude met toeslagen. Aiii. Dat kan hij niet echt gebruiken in de aanloop naar het debat morgen waar hij – in de verdediging – zijn stoep en blazoen moet schoonvoegen en oppoetsen. Het wordt een ware heksentoer.

Maar op een grotere schaal: zorgfraude en fraude in en met ons belastingstelsel is de bijl aan de wortel van gezamenlijkheid en betalingswil, noem het onderlinge solidariteit. Dat nu juist een VVD-staatssecretaris geen kans ziet de gaten te dichten en orde op zaken te stellen voor de ‘hardwerkende en belastingbetalende burger’, zou voor zijn eigen partij al reden genoeg moeten zijn hem te wisselen voor een andere keeper.