Lipslezen

kraay.vangaal

Han Lips schrijft in Het Parool vermakelijke stukjes over TV. Er zit menig pareltje tussen. Zoals afgelopen woensdag over Andorra – Nederland. Of beter: over Hans Kraay jr versus Louis van Gaal. Het is prachtig hoe hij de puberale kuitenbijter Kraay afserveert. En dat het ergste van Hans Kraay jr zijn zuiggezeik is dat je nog sympathie gaat krijgen voor Louis van Gaal. Prachtig.

Het voetbal wordt omgeven door analisten, semi-deskundigen, uitgerangeerde voormalig volkshelden, non-valeurs en de met twee benen inkomende ettertjes zoals Kraay dus en het vieze voetbalorakel Johan Derksen die al decennia bezig is zijn autoritaire opvoeding af te schudden en zijn gebrek aan niveau nop elk terrein subliem te etaleren.

Kraay. Derksen. Van der Gijp. Het zijn de zogenaamd leuke schoffelaars van het voetbal. En het zijn natuurlijk niet toevallig allemaal mannetjes die het niet hebben gemaakt. Die met hun talenten hebben lopen smijten – Van der Gijp – of die het echte talent ontbeerden, Kraay en Derksen. Die laatste twee hebben ook een wat weinig welriekende reputatie als onbesuisde en soms schandalig schoppende spelertjes. Etterbakken. Matennaaiers. Dat soort.

Dat soort wordt nu constant ingevlogen om voor, tijdens en na wedstrijden en speeldagen ons lastig te vallen met hun derde rangs opinies en quasi-leuk geneuzel. Van der Gijp doet iets met homo’s, Kraay sart de bondscoach, en Derksen – een autoriteit immers – die iedereen en alles schoffeert en van achteren neerhaalt. Bondscoach Van Gaal noemde het deze week walgelijk wat er in de huiskamer van Voetbal International allemaal voor vuil over hem wordt uitgestort.

Respect. Het is een mooi credo van de KNVB in tijden van verruwing en verwarring. Maar de Derksens van deze wereld lijken er geen boodschap aan te hebben. Voor kijkcijfers en je eigen populariteit mag je iedereen met de grond gelijk maken. Het is het verveelde chagrijn van ranzige quasi-kenners van een spel dat veel te leuk is om er zo veel over te lullen. De enige die dat op niveau kan en van mij mag is Gary Lineker. Johan Derksen mag nog niet eens zijn veters vastmaken.

Het wonder van Bern

Bern

De quote van de voormalige Britse international en nu TV-presentator Gary Lineker is even bekend als briljant: ‘Football is a simple game. Twenty-two men chase a ball for 90 minutes and at the end, the Germans always win.‘ Maar – hoe briljant ook – dat is niet altijd zo geweest.

In 1954 werd Duitsland voor het eerst wereldkampioen, in een wedstrijd die Het wonder van Bern wordt genoemd en waarin die Mannschaft de superieur geachtte Hongaren klopten met 3-2 na met 0-2 te hebben achtergestaan. ‘Wir sind wieder da’ riep de overenthousiaste Duitse radiocommentator en gaf daarmee aan dat Duitsland na de nederlaag van 1945 weer meetelde. Het Wirtschaftswunder kon los.

En als toeval niet bestaat, dan is er wel zoiets als timing, want ik wilde al bloggen over het juweelboekje De zondag dat ik wereldkampioen werd van Friedrich Christian Delius toen ik net ook nog een jubelende recensie erover las van Arthur van den Boogaard in Het Parool.

Het boekje – € 9,90 slechts – is een pareltje, klein formaat, grootse daad, een autobiografische novelle over een elfjarige domineeszoon die op die wonderzondag in 1954 in hartje Hessen radiogetuige is van het voetbalwonder in Bern.

En zoals de overwinning van het team van Sepp Herberger ervoor zorgde dat de Duitsers weer meetelden, zo was de wedstrijd voor de voetbaltechnisch onetalenteerde en stotterende jongen de grote emancipatie uit het streng gereguleerde en gelovige gezin en dorp. Hij zou er later een prachtig boekje over schrijven…

 

A Country for Old Men

Ik had nog nooit een James Bond-film gezien in de bioscoop. Dus na een halve eeuw mocht het wel een keer. Eens kijken hoe het nu zat met mijn vooroordelen. En waarom drommen mensen elke keer weer voor 007 naar de bioscoop gaan.

Skyfall. Het is een hele zit. Tweeëneenhalf uur. Maar dan heb je ook wat. En dan kom je nog eens ergens. In Istanbul in de opening. In Londen, natuurlijk, in Shanghai, en op Macau. De kogels vliegen je om de oren. En om voetbalanalyticus Gary Lineker te parafraseren: ‘And in the end James Bond wins.’

James Bond nu is Daniel Craig. En Daniel Craig is James Bond op zijn retour. De oude held is ouder geworden, de baardgroei grijs, het fysiek hapert, en er gaat wat erg veel whisky naar binnen. De glans is er af. Dat geldt natuurlijk voor heel Engeland, het voormalige wereldrijk, waar spionnen nog veel buitenland hadden en bijzondere klusjes te klaren.

De wereld is veranderd, de spionnen zijn ouder geworden, maar de vijanden hebben zich vernieuwd. Ze zijn onvindbaar, hebben geen achtergrond, lijken niet te bestaan, en zijn kwade computergekken in plaats van kwaadaaardige landen.

Aan het eind wint Bond – God knows how and why – maar zijn Engeland verliest. De slechterikken lopen schietend binnen bij een parlementaire enquete naar MI6 en lijken te bewijzen dat het oude systeem het allemaal niet meer aan kan. M, de oude bazin met de bijzondere verhouding met ‘haar’ mannen, overleeft Skyfall dan ook niet.

Engeland is A Country for Old Men geworden, een meer dan losse verwijzing naar de Spaanse acteur Javier Bardem die de killer speelde in No Country for Old Men van de gebroeders Coen en in Skyfall oud-spion-turned-bad Raoul Silva neerzet die op het eind, in een Schots kerkje waar Bond zijn ouders begraven liggen (ja, ja…), door Bond heel ouderwets wordt doodgestoken.

Na een halve eeuw en de nodige acteurs later is Bond verouderd net als zijn Britse rijk. Dat Daniel Craig toch nog de oude stoere machotrekjes mag hebben, is eigenlijk ook een beetje een oude truc en de sex anno 2012 moet je er wel heel erg bijdenken. Misschien is dat wel de grootste tragiek van Bond, James Bond.