Nog nooit zo gelukkig geweest

samsom

Een tijd geleden las ik een artikel over vaders die gelukkiger mannen zijn. Die kon ik in mijn zak steken. Wat ik zelf al ervoer, werd nu wetenschappelijk gestaafd. Hoera! Ik was nu het bewijs van geluk, en sinds de publicatie loop ik nog fluitender door het leven. Nog nooit zo gelukkig geweest.

Iedereen is elke dag bezig om ouder te worden, maar niemand wil het zijn. Het is een rare. En dat terwijl in ouderdom het geluk te vinden is. Geluksprofessor George Vaillant (80 toch al) verkondigde deze week dat ouderdom tot meer geluk leidt. Volgens Vaillant zit het geheim van een gelukkig leven niet in afkomst, rijkdom of intellifgentie, maar in een liefdevolle jeugd en de mate waarin mensen relaties kunnen aangaan.

Bram Moskowicz kan prima relaties aangaan, maar niet altijd met de juiste mensen. Geld lenen van criminelen bijvoorbeeld bevordert niet je geluksgevoel, zeker niet als je niet terugbetaalt. Ik zag Moskowicz gisteren tussen Concertgebouw en Bodega Keijzer, hoog in de jas, filtersigaret tussen de tanden, blik stuurs vooruit, hij zag er ouder maar beslist niet gelukkiger uit. .

Wie het ook niet makkelijk heeft, is Diederik Samsom. Dat eerlijke verhaal moeten we ook maar eens vertellen. De politiek leider van de PvdA ligt links en rechts onder vuur. Slechte peilingen, slecht humeur, de druk wordt Samsom af en toe teveel, zo kon zeker de Telegraaf deze week maar niet genoeg benadrukken: Samsom ‘over de rooie’. Het is een inkoppertje. Benieuwd of hij genoeg relaties heeft gekoesterd om zijn val te stoppen.

Gelukkig niet

Rutte.bier

Lijstjes. Lijstjes. Altijd maar lijstjes. Nu weer het lijstje waarin Nederland hoog scoort als gelukkig land. Volgens de OESO is ons oneindig laagland één van de beste plekken op aarde. Goed dat anderen ons dat vertellen. Wij zelve chagrijnen ons de dag door. Wij gelukkig? Rot op.

Hein de Kort zou Hein de Kort niet zijn als hij het gegeven niet in een prachtprent goot. Mopperende en kankerende mannen in een café: ‘Weer buiten de medailles’. ‘Kutland’. ‘Veel bier.’ Prachtig. Maar gelukkig? Nou, nee. Het zit niet echt in ons. We grommen de week door richting de vrijdag en dan vervelen we ons het hele weekend weer te pletter. And then we do it again.

We hebben het nog nooit zo goed gehad, maar het maakt ons maar niet gelukkig. Dat blijft een rare paradox. Je zou geneigd zijn om te denken dat welvaart en welzijn toch elkaar vrienden zijn. Maar mooi niet. Gelukkig maar dat we een telefoon in handen hebben. Want met een telefoon heb je tenminste vrienden. Maar word je dan ook gelukkig?

Nou, dat dan weer niet. We hebben veel contacten, veel likes, maar het is net als met welvaart en welzijn: het haakt niet erg. Veel meer contact, maar tegelijk veel eenzamer. Het is weer zo’n boeiende paradox. We kunnen niet meer zonder mobiel, maar wat brengt het ons behalve onrust en onvervulde wensen, de zuurstof voor onvrede.

Maar er is best hoop. Las een mooi verhaal deze week over dat de mens best deugt en dat hij daar geen God voor nodig heeft. We zijn ‘van nature’ best sociaal, hoe velen ook hun best doen om dagelijks het tegendeel te bewijzen. We zorgen voor anderen, dat vinden we fijn, kijk maar hoe dol we zijn op onze pasgeborenen. En een mooi zinnetje uit het stuk: de mens is de enige aardsoort die samen op 10 kilometer hoogte in een metalenbuis elkaar doorstaat zonder massale matpartijen. Ik zie het gorilla’s niet doen, nog los van de vraag of ze geschoolde piloten hebben.

Zo modderen we toch maar door. De populariteit van het kabinet is op een dieptepunt. Tsja, iemand moet toch de schuld krijgen van crisis en tegenwind? We willen het gewoon weer zo goed hebben als gisteren, en graag snel een beetje. Het alternatief? Geen idee. Ga ik met Mark met een biertje eens rustig over nadenken.Kutland? Gelukkig niet.

Geloof in toeval

Waitingforasign

Dat is ook toevallig. Hoe vaak hoor je dat niet zeggen. Maar hoe toevallig is toevallig? En bestaat toeval eigenlijk wel? En zo ja, wat is het dan? Drie Amsterdamse psychologen schreven het boek Dat kan geen toeval zijn, maar toeval of niet, dat boek gaat over bijgeloof, over eerst even afkloppen.

Net als geloof is bijgeloof van alle tijden. We hebben het er niet graag over, want we vinden het maar wat raar, maar er zijn boeken vol te pennen over bijgeloof en bijbehorende rituelen. Zo speelden Feyenoorders in hun gloriejaren ’70 in de onderbroek van vrouw of vriendin. Het bracht succes, dus bleven ze het doen.

Cruyff tikte altijd de Ajax-goalie voor de wedstrijd zachtjes in de maag, het zou de zege zeker stellen. Doelman Hans van Breukelen had een enorme lijst aan rituelen, waaronder eerst poepen, dan wat lezen, warming up en tot slot nog een plasje voor de wedstrijd. Zelf tik ik voor de wedstrijd altijd een paar keer tegen de rechterdoelpaal, ik probeer het houtwerk of aluminium zo tot vriend van de dag of voor het leven te maken.

Geloof, bijgeloof, toeval, pech, het lijkt een grote brij, maar iedereen heeft het er over, dus heeft het ook een zeker belang, zo vinden ook de auteurs van Dat kan geen toeval zijn. Maar als een voetbalverslaggever roept dat een spits pech heeft omdat hij voor de tweede keer op de lat schiet, denk ik altijd dan moet je beter mikken. Toeval of talent?

En hoe toevallig is het als je in New York een bekende tegenkomt? Je mag in ieder geval aannemen dat je er meer niet tegenkomt dan wel. En heb je dan juist weer pech? Toeval, bijgeloof, hoe het allemaal heet, kwaad kan het ook niet echt, tenzij het je ganse leven gaat dicteren. Volgens de schrijvers die ervoor doorleerden kan vooral positief bijgeloof geen kwaad, van geluksmuntjes tot duimen voor een ander. En werkt het niet, dan heb je pech, of is het gewoon toeval?