Poetin de Grote

poetin

Hij kwam, zag, en vertrok weer, en iedereen kon hem figuurlijk de kont kussen met alle kritiek op en demonstraties tegen het vertrappen van mensenrechten in zijn Rusland. En wat zal Vladimir Poetin genoten hebben van zijn voor-voor-voorganger Peter de Grote. Gisteren stonden de oude en de neo-tsaar oog in oog in de Hermitage.

Onder vier ogen sprak de Rambo van het Rode Plein met Mark Rutte. Daar heeft onze premier licht zwetend en met wijdse handgebaren gepoogd duidelijk te maken dat de bruutheid en onderdrukking in Moskou en omstreken wel een tandje minder mag. Poetin was vast niet erg onder de indruk.

Hij wees ons internationaal solidaire Nederlanders er fijntjes op dat wij een pedofielenvereniging hebben en een partij in het parlement die het bestaan van vrouwen ontkent. Had er nog iemand wat over de positie van homoseksuelen in Rusland? Die homo’s waren alleen wat lastig omdat Rusland ontvolkt en zij geen bijdrage aan de bevolkingsgroei geven. Verder geen probleem.

Een land dat al eeuwen van dictator naar dictator rolt, kan niet echt een fijnbesnaarde open samenleving zijn met diepgewortelde wetten en een zekere moraliteit. Geweld, willekeur, machtsmisbruik en corruptie zijn een stuk populairder dan wetshandhaving en mensenrechten. ‘Poetin is geen Stalin,’ zo schreef de Volkskrant, ‘maar wel diens propagandistische echo.’

Maar goed: handel is ook wat waard. Wij zijn één van de grootste handelspartners van de Russen, en dan schop je niet de hele tijd tegen schenen. En nu we 400 jaar grachten vieren, mogen we ook niet vergeten hoe wij ons kapitaal verdienden in die Gouden Eeuw. Woorden als fijnzinnig en humaan hoorden daar beslist niet bij.

Stadsverwarming

Het belangrijkste nieuws deze week in Amsterdam was dat een bekende biefstukbakker ruim 60 jaar paard voor rund had geserveerd. Nu serveert hij rund en paard, en is het drukker dan ooit. Het kan verkeren. Deze decennialange leugen had Steakhouse Piet de Leeuw ook de kop kunnen kosten. Imago en reputatie zijn immers alles. Toch?

Het imago van de stad Amsterdam was decennialang een zak met botjes, verspreid en uitgeworpen over tal van deskundige gremia en clubjes die elk met weinig centen en een overdosis bravour de markten alhier en overdaar afstroopten op zoek naar nieuwsgierig volk dat wel oren had naar Amsterdam. Dat kon best wat professioneler. En vooral ook meer samen.

Nu is er een centraal bureau Stadsverwarming, Amsterdam Marketing, met als opperhoofd Frans van der Avert, vandaag uitgebreid geportretteerd en aan het woord in PS van Het Parool. Citymarketing these days is serious business. De Amsterdamse motor draait voor de helft op buitenlandse toeristen en portemonnees. Dus de professionele verkoop, de marketing en de promotie van Amsterdam is geen luxe, maar noodzaak.

En wij, Amsterdamse stervelingen, zien te weinig hoe fraai onze oude stad eigenlijk is. Wij zijn het gewend, en ziende blind. Internationaal kun je wel voor de dag komen met die prachtige Grachtengordel, dat oude stadshart dat zeker Amerikanen volstrekt onbekend voorkomt. En dan hebben we ook nog De Nachtwacht, Van Gogh, Hermitage, de Wallen, coffeeshops en die hoogbezongen tolerantie waar wij onderling vaak zo weinig van merken.

Met I amsterdam als creatief uithangbord is Mokummarketing uiterst succesvol, hoewel je daar natuurlijk ook de kip-ei-discussie op los kunt laten. Hoe moeilijk kan het zijn deze unieke stad een beetje fatsoenlijk en professioneel te marketen? Het verleden laat echter zien dat het niet vanzelf en niet vanzelf goed ging. Kip, dus. Of ei.

Fijn wel dat Van der Avert nog even voor leken het verschil tussen vertrutting en goede smaak verklaart. Het verbieden van grachtpissen is geen vertrutting. Ons Unesco-erfgoed is geen openbaar riool. En verder moeten we in het oude stadshart er met z’n allen iets moois van zien te maken, op een heel klein gebied. Dat was in de Gouden Eeuw al zo. Zoveel is er niet veranderd. Alleen was er toen nog geen citymarketing.