De hand van God

Diego2Het belang van voetbal valt moeilijk te onderschatten. Voormalig Liverpool-manager Bill Shankly verwoordde het ooit treffend: “Some people believe football is a matter of life and death. But I can assure you it’s much more important than that.” Zo, die zit. En als voetbal dan zo belangrijk is, dan zou het wel eens een nieuwe religie kunnen zijn.

Na een eerdere tentoonstelling over onze Verlosser (jawel..!) Johan Cruyff, presenteert het Amsterdam Museum nu Voetbal Hallelujah! over helden, de rituelen en (bij)geloof van de populairste balsport ter wereld. Natuurlijk is er De hand van God, de tot grootse goddelijke proporties opgeblazen handbal van Diego Maradona tegen Engeland op het WK 1986.

Natuurlijk si voetbal geen geloof, maar het geloof in een club of spelers kan wel heel diep zitten en ver gaan. Maar eerder toch wordt het opperwezen of de almachtige aangeroepen voor succes, net als het bidden voor gewas of een vruchtbaar en lang leven.

Maar net als bij een echt geloof wordt de gelovige voetbalfan voortdurend op de proef gesteld. De beste voetballer allertijden te Holland heeft als initialen J.C. Maradona scoort namens God. En in Barcelona loopt een hele kleine wereldvoetballer die luistert naar de naam Messi. Dat moet toch kort zijn voor Messias. En dan komt dat geloof toch wel dichtbij. Of is dat een te simpel intikkertje?

Holleeder kwam van rechts

Holleeder-scooter800Ik mag niet klagen over mijn neus. Die is best groot. Maar toch niet zo imposant als die van Willem Holleeder. Niet voor niets is zijn bijnaam De Neus. En die krijg je echt niet omdat je zo goed kunt ruiken.Bij ons in Zuid kijken we niet op van een BN’er meer of minder, maar Holleeder op zijn scooter is en blijft bijzonder. Vanmiddag troffen we elkaar. In de Cornelis Schuytstraat.

Nou ja, we troffen niet echt. Hij kwam van rechts en had voorrang, maar verwarde mij door te stoppen. Was het beleefdheid? Of moest hij iets van me? Het antwoord was simpel: de telefoon ging. En die heeft altijd voorrang.

Toen Holleeder net vrij was, was dat groot nieuws. Hij dook overal op, schreef columns voor Nieuwe Revu, en liet zich van harte fotograferen met en door iedereen en Twan Huys maakte de crimineel salonfähig in zijn College Tour. Maar de laatste tijd is het stil rond De Neus. Het nieuws is eraf.

Ik heb hem – incluis vanmiddag – volgens mij al vijf keer gezien. Maar dat geldt niet minder voor Ronald de Boer, Bridget Maasland, Kluun, A.F.Th., Chantal Janzen en natuurlijk Nicolette van Dam. Frank Rijkaard tref ik altijd bij Albert Heijn. En toen NAN nog resideerde in de Schuytstraat, kon je naast Cruyff salami bestellen. Zuid is het schoolplein van BN’ers.

Iedereen is hier welkom. In betere tijden parkeerde Bram Moskowicz hier graag dubbel. En voor Holleeder is het ook maar een klein stukje van zijn Kinkerbuurt naar Zuid waar ik hem vandaag zag, zo tussen het bankje van Endstra en de Joffers waar hij op de neus kreeg van sportschoolhouder Dick Vrij. Zo saai is Zuid dus niet. Maar je moet er een neus voor hebben.

This is the Endt

endt

Eerst was voetbal leuk, toen werd het een spelletje, toen oorlog, en nu is het een bedrijf. En een bedrijf betaalt 100 miljoen euro voor ene Gareth Bale (onthoud die naam..) en dat verdienen ze in Madrid ruim terug met de verkoop van peperdure shirtjes en dekbedovertrekken.

In een bedrijf zet je iemand die een paar keer grabbelt in een grabbelend elftal keihard aan de kant. Want anders kan het bedrijf niet renderen. En dat kost geld. Een bedrijf bouwt zekerheden in, en bevrijdt zich van overbodige ballast. Zoals Ajax deed met David Endt.

Endt was sinds mensenheugenis teammanager en spreekbuis van Ajax. Dat deed hij goed, liefdevol en met passie voor zijn club, het rood-wit, en de jongens die het ver zouden schoppen of diep zouden vallen. Maar een beetje bedrijf kan niks met zo’n Endt. Het is te soft, te vaag, het past niet in Excel, je koopt er geen brood voor en je verkoopt er geen shirtje extra door.

Ajax is zo’n voetbalbedrijf. Beursgenoteerd. Strak in het pak. Met een onwankelbaar geloof in Johan Cruyff, de Steve Jobs van het voetbal. Het roemruchte Ajax overgeleverd aan een ruziemaker en splijtzwam die nog nooit een coherente en begrijpelijke zin over voetbal heeft weten te debiteren. Het orakel van Betondorp. Hij van hullie en zij en geitenkaas.

Voetbal is een bedrijf. Ajax is een bedrijf. Met geloof in een JC, de initialen kunnen geen toeval zijn. En sinds dat geloof er is, wordt er geruimd. De een na de ander mag vertrekken uit en om de ArenA. Zo werkt dat.

En dus was het pats-boem ook exit voor David Endt. Hij mag nu pogen nog iets te halen uit zijn plotselinge vertrek. Aan zijn grote liefde vragen om een afscheidskus. Iets van geld of genoegdoening voor de scheurtjes in zijn hart. Voetbal was best leuk, maar nu verkopen we liever shirtjes. This is the Endt.

Geloof in toeval

Waitingforasign

Dat is ook toevallig. Hoe vaak hoor je dat niet zeggen. Maar hoe toevallig is toevallig? En bestaat toeval eigenlijk wel? En zo ja, wat is het dan? Drie Amsterdamse psychologen schreven het boek Dat kan geen toeval zijn, maar toeval of niet, dat boek gaat over bijgeloof, over eerst even afkloppen.

Net als geloof is bijgeloof van alle tijden. We hebben het er niet graag over, want we vinden het maar wat raar, maar er zijn boeken vol te pennen over bijgeloof en bijbehorende rituelen. Zo speelden Feyenoorders in hun gloriejaren ’70 in de onderbroek van vrouw of vriendin. Het bracht succes, dus bleven ze het doen.

Cruyff tikte altijd de Ajax-goalie voor de wedstrijd zachtjes in de maag, het zou de zege zeker stellen. Doelman Hans van Breukelen had een enorme lijst aan rituelen, waaronder eerst poepen, dan wat lezen, warming up en tot slot nog een plasje voor de wedstrijd. Zelf tik ik voor de wedstrijd altijd een paar keer tegen de rechterdoelpaal, ik probeer het houtwerk of aluminium zo tot vriend van de dag of voor het leven te maken.

Geloof, bijgeloof, toeval, pech, het lijkt een grote brij, maar iedereen heeft het er over, dus heeft het ook een zeker belang, zo vinden ook de auteurs van Dat kan geen toeval zijn. Maar als een voetbalverslaggever roept dat een spits pech heeft omdat hij voor de tweede keer op de lat schiet, denk ik altijd dan moet je beter mikken. Toeval of talent?

En hoe toevallig is het als je in New York een bekende tegenkomt? Je mag in ieder geval aannemen dat je er meer niet tegenkomt dan wel. En heb je dan juist weer pech? Toeval, bijgeloof, hoe het allemaal heet, kwaad kan het ook niet echt, tenzij het je ganse leven gaat dicteren. Volgens de schrijvers die ervoor doorleerden kan vooral positief bijgeloof geen kwaad, van geluksmuntjes tot duimen voor een ander. En werkt het niet, dan heb je pech, of is het gewoon toeval?