Een gegeven paard

War-Horse-at-the-New-London-Theatre-Photo-credit-Brinkhoff-Mögenburg-600x407Ik had weinig goeds gehoord over War Horse, maar toen we via de Postcode Loterij vier vrijkaarten in de schoten geworpen kregen, besloten we toch maar zelf te gaan kijken. Dat viel niet mee. Het was angstwekkend stil in een zaterdagavonds Carré en de suppoosten deden door schuiven en aansluiten er alles aan om de zaal er nog een beetje ‘gekleed’ uit te doen zien. Het hielp niet echt.

War Horse liep en loopt niet, en dat is een grote klap voor Carré en voor producent Joop van den Ende die een enorme rij aan voorstellingen hadden opgelijnd. Maar de grootste klap moet toch de grote inschattingsfout zijn om een productie naar Nederland te halen waar niemand hier iets mee heeft. Het klonk aardig – dat paard was fantastisch – maar het is dodelijk tegelijk.

War Horse is op en top Brits, hoe universeel de relatie tussen jongen en man en paard ook kan zijn. Ik weet het: je mag een gegeven paard niet in de bek kijken, maar toch: het verhaal is gedateerd, het acteren heeft bij vlagen iets van het oude volkstoneel en na afloop vinden de eerder gescheiden man en paard elkaar weer. Tsja. Wij vieren kwamen ook niet veel verder dan dat paard wel knap gedaan was. War Horse als een soort one trick pony.

Ome Joop

Way back, In de Dik-voor-mekaar-show van André van Duin, had Ome Joop – kekke bretels, grote bek, Oost-indisch doof – altijd het hoogste en hardste woord. ‘Wat is er, joh,‘ is na heel veel jaren nog steeds een gevleugelde uitspraak, net als ‘Nee, nou wordt ‘ie mooi.’

Ome Joop was door André van Duin vast niet naar Joop van den Ende gemodelleerd, maar het leek wel alsof Van den Ende dinsdagavond in de Balie Ome Joop speelde. In het door De Balie en Het Parool georganiseerde Stadsgesprek haalde Van den Ende hard uit naar de kunstsector, ‘die gunt elkaar niks,’ volgens Ome Joop II. En: ‘Een minister voor cultuur komt er niet. Daarvoor heeft de kunstwereld niet genoeg gedaan.’

Zo. Pats. Boem. Ik was er niet bij, een ouderavond gaat echt voor, maar de harde woorden op de Paroolavond in De Balie haalden natuurlijk de voorpagina van Het Parool. Zo op een afstand lees ik de woorden van Van den Ende als kritiek, maar ook als driftige aansporing. Zijn pleidooi voor een kunstambassadeur, iemand met kennis van politiek en hart voor de kunst, is ook al jaren mijn pleidooi, en het zou zomaar kunnen schelen en helpen.

En nu niet piepen dat Joop makkelijk praten heeft. En nu ook niet piepen dat Joop van het makkelijke amusement is. Van den Ende heeft het dik-voor-elkaar, maar wel op eigen kracht, en hij heeft – naast misschien een blinde vlek hier en daar – heel veel oog voor anders en anderen en omgeving, in het besef dat je beter van elkaar kunt profiteren dan elkaar de hut uit te knokken.

De kunstsector wil graag serieus worden genomen. Begin bij jezelf, lijkt Van den Ende te zeggen, en hij zou zo maar eens gelijk kunnen hebben. Talrijk zijn de stemmen uit eigen gelederen die beweren dat Zijlstra natuurlijk niet deugt, maar dat hij ook niet helemaal ongelijk had, en dat de kunstsector veel ellende zelf over zich heeft afgeroepen. Dat is een bijzonder lastige spagaat waar de sector de komende tijd toch uit zal moeten kruipen.

Als motto stel ik daarvoor ‘Nee, nou wordt ‘ie mooi’ voor, een heerlijk positief te interpreteren zinnetje van de oude, boze Ome Joop. ‘Nou wordt ‘ie mooi.’ Wat een heerlijke belofte. Weg van het geklaag en het gesputter en de gekwetstheid en de zo breed en eindeloos uitgemeten morele superioriteit. Dat gun ik de kunstsector graag.