Het Ken-neth

vermeer-nadert-de-100-met-bizarre-cijfers-570x268

Job Cohen wist het al: wij zijn allen amateurs. Dat geld zeker voor bet armzalige Ajax dat gisteren gefileerd werd door een weder opgestaan PSV. De trots van Mokum zakte ongenadig door het ijs. Waar de 4-0 nederlaag tegen Barcelona nog als hoopvol werd beschouwd, waren dezelfde verliescijfers in Eindhoven de aankondiging van ellende en crisis.

En wie had het gisteren allemaal gedaan? Kenneth Vermeer. De keeper. Al tijden wordt Vermeer ‘gezocht’ omdat hij te veel fouten zou maken. Tsja. Misschien. Misschien blundert hij af en toe opzichtig. Maar hij haalt er ballen uit die een andere keeper niet eens ziet. En dat zijn er nog al wat. Want de puinhoop die een Amsterdamse verdediging heet, moet voor een keeper een gruwel zijn. Wat een ruimte, wat een gaten.

Alle ellende begon bij Cruyff, hij van die fluwelen revolutie waar Ajax nu zo’n plezier van heeft. Hij begon met Menzo op de middenlijn, en ook die keeper werd geslacht. En nu ligt er voor Vermeer weer net zo’n ruimte, en krijg je als international bij een would-be-topclub nog meer werk dan wat ik moet verstouwen op een bewolkte zondagmiddag bij SC Buitenveldert.

Keepers zijn rare types. Die schrijf je niet de wetten voor, die laat je in hun waarde. Die laat je staan. Ook na zo’n glibber in Eindhoven. En ik kan het weten. Ik keep al 45 jaar. Nooit discussie. Altijd vertrouwen. Ook als ik glibberde. Dus al Ken-het-neth, toch maar lekker laten staan die Vermeer.

Ik ben mijn eigen schuld

Voetballers. Raar volk. Tikje hypocriet. Na het uitdelen van een doodschop altijd de wapperende handjes van onschuld, en altijd maar proberen de tegenstander zwart te maken, om te zagen en een kaart aan te naaien. Zelf hebben ze nooit schuld, het is altijd de ander. Het is de gesel van deze tijd. Niemand wil verantwoordelijkheid.

Gisteren was het keten in de catacomben van de Kuip. PSV-spits Jermain Lens wachtte daar zijn Feyenoord-tegenstander Joris Mathijsen op om verhaal te halen over iets wat er in het veld was gebeurd. ‘Ik pak hem zo wel’, sprak Lens in de aanloop naar het incident tegen ploeggenoot Willems. Bedreiging met geweld. Een flinke opstoot. Iets voor het OM, wellicht?

Vanochtend had Lens zijn lesje geleerd, zegde het op, en ging soepel door de knieën. Hij had Mathijsen beter kunnen bellen dan naar de strot grijpen. Tuurlijk. En nog iets over een voorbeeldfunctie waar hij dus niets van blijkt te snappen. Lens en Mathijsen zijn ook nog eens collega’s in het Nederlands elftal. Zonder respect geen voetbal. Het zal. Maar respect moet je verdienen en etaleren.

In veel grotere problemen maar veel helderder van geest is hockeyer Jesse Mahieu die een schorsing van een jaar uitzit voor drugsgebruik. ‘Ik ben mijn eigen schuld’ is zijn mooie uitspraak die tot kop werd verheven boven een interview met hem in Het Parool vandaag. Geen gejammer en geen vingerwijzen, maar een eerlijk en open verhaal waarin hij wel verantwoordelijkheid neemt, hoe moeilijk dat ook is.

Slechts onder dreiging van eeuwige uitsluiting toonde Bram Moskowitz recent enige spijt en deemoedigheid en legde vervolgens het gecoiffeerde hoofd in de handen van zijn rechters en daarmee de verantwoordelijkheid voor zijn rare handel en wandel in handen van anderen. Hij geeft slechts toe omdat hij anders niet verder mag, niet omdat hij het vindt, meent of oprecht voelt. Hij is slachtoffer. Geen overtreder.

Met die instelling en opstelling is Moskowitz in goed gezelschap. Goed in de zin van groot. Maar dat begreep u natuurlijk al. Vraag het anders Lens’ collega Mark van Bommel. In een half seizoen al bijna een kwartetspel kaarten verzameld, maar dat komt door de arbitrage. Of door de media. Of die mietjes van tegenstanders. Maar vooral niks van ‘Ik ben mijn eigen schuld.’