Komkommertijd

hak2

ZZP’end tot ver buiten de eigen postcode kom ik enkele malen weeks langs de Kuip, het bolwerk van de mannen van hand in hand, het ooit zo roemrijke Feyenoord. Ik ben er niet vaak geweest – de laatste keer was – veelzeggend – Bruce Springsteen uit – maar ik bezie de oude Kuip met gepast respect.

Het is al heel lang komkommertijd bij Feyenoord. God of Jorien van de Herik mag weten hoe de trots van Rotterdam-Zuid zo lang zo diep in de schulden is komen te duikelen dat er al jaren niet of nauwelijks fatsoenlijke voetballers kunnen worden gekocht. Er was vast veel vreemd vlees in de Kuip, rare sjacherinvesteerders met boeiende constructies.

En dan was er nog het plan (of is het er nu nog steeds?) voor een nieuwe Kuip. Voor de supporters hoeft dat niet. Hoe hoog of hoe laag de Koemanbrigade ook staat, de Kuip is altijd vol, bloedfanatiek, en met recht een twaalfde man.

En ja, de start van het nieuwe seizoen was rampzalig. En net op dat moment komt HAK met commercials met trainer Ronald Koeman. Dan is Leiden, maar zeker Rotterdam, in last. Koeman zou zich beter met zijn wankele selectie bezig kunnen houden dan met het hooghouden van doperwtjes en met zijn eigen vast al riant gevulde bankrekening.

Ach ja, kinnesinne. Je zal na al die jaren Martine Bijl maar mogen opvolgen bij HAK. En Feyenoord, ach ja, het is natuurlijk geen topteam, maar top is zeker de bij AZ volledig geflopte Graziano Pellè, de trefzekere en best gekapte spits uit San Cesario di Lecce die ook in strak Milanees maatpak overal en altijd zou scoren.

Die Pellè zie ik wel in een spotje voor Bertolli. Die olie is in ieder geval heerlijk in zijn haar. En naast de 8 ton jaars van Feyenoord kan ook hij best nog wel een leuk zakcentje gebruiken.

De meeneem Chinees

meeneemchinees

Het was een beetje saai berichtje op de economiepagina: ‘Afvalreus AVR naar Chinezen.‘ Meneer Li Kashing, eigenaar van Cheung Kong, heeft het niet onaanzienlijke bedrag van € 944 miljoen over voor AVR, het vroegere gemeentelijke afvalverwerkingsbedrijf van Rotterdam, dat energie uit afval maakt.

Honderd geleden kwamen de eerste Chinezen in ons land, en zij werden toen als afval en ongedierte beschouwd. Het waren stokers en wasknechten op de internationale stoomvaart en werden als stakingsbrekers ingezet. Daardoor, en door hun lagere lonen werden zij gezien als werkverdringers en het ‘gele gevaar.’

In de jaren ’30 lachten we om de verarmde pinda-Chinezen die door de verkoop van teng-teng pindakoekjes probeerden te overleven in een vijandig klimaat en een Nederland in crisis. Inmiddels zijn we wel gewend aan Chinezen in Nederland – sambal bij, witte lijst, grote muul,de Chinees doet veel meer met vlees, je blijft lachen – maar de Chinese bevolking blijft toch in de periferie. Ze zijn toch anders, zeg maar.

In 1931 schreef minister van justitie Donner (de opa van Piet Hein Donner) of één van zijn ambtenaren in de marge van een notitie: ‘Als een volk zijn nationaliteitsgevoel verliest, dan worden zijn vrouwen misbruikt door Chinezen en ander Aziatisch ongedierte.‘ Daar hoefde geen sambal meer bij.

Maar des te pikanter is het dus dat die rare Chinezen inmiddels de halve wereld aan het opkopen zijn. Afrika is al bijna volledig Chinees bezit, de Amerikaanse staatsschuld wordt grotendeels afgedekt door bankiers in Sjanghai, en nu kopen ze dus ook nog even onze (eh, hun dus..) afvalreus AVR. De meeneem Chinees. Afval bij?

Garage Groteboer

Diederick Koopal maakt fantastische films. De meeste duren 45 of 60 seconden. Reclamefilms, dus. Voor Heineken. De rolo-olifant. Albert Heijn. Maar nu debuteert Koopal bij Eyeworks als speelfilmregisseur met de sympathieke feel good movie De Marathon. Wij mochten in Tuschinski in gezinsverband getuige zijn vanavond.

De meeste Nederlandse films zijn niet te harden, meestal vanwege de bordkartonnen dialogen die geen emotie in zich dragen en niet zelden lijken op scriptlezing in plaats van echt spel voor een echte camera. Gelukkig lijdt De Marathon niet aan dit euvel. Integendeel. Koopal weet het verhaal zo aardig te vertellen omdat er echte mensen zijn, een beetje uitvergroot en aangedikt en met een lichte schmier, maar het zijn Rotterdammers – plus een kameel – met een grote muil en een hart van goud.

Het verhaal van De Marathon is het verhaal van vele lachen en een traan, en als je er serieus werk van zou maken, zou het ook een prima TV-serie zijn. De types zijn goed, hoofdrollen sterk bezet, bijrollen boeiend, en ik heb in tijden niet zo gelachen in de bisocoop, maar een potje Rotterdams lullen doet mij dan ook al gauw van de stoel rollen. Hij is fijn.

Leuke bijkomstigheid zeker voor de kids was dat we vorige week in Rotterdam waren en de film vol zat met punten van herkenning voor 020’ers, zoals de Coolsingel met blokkendoos McDonald’s en marathonfinish, de Spido, en de Erasmusbrug. En voor ons was er Lee Towers, en Supertramp – Take the Long Way Home – op de soundtrack. Hilarisch was ook het mislukte bezoek van de marathonploeg van Garage Groteboer aan 020.

Voor een leuke film heb je een goede regisseur nodig met gevoel voor wat werkt en wat impact heeft, voor humor en drama, voor de grote zaken des levens en het kleine leed. Gooi door dan een dosis 010 doorheen en pretendeer vooral niet meer te bieden dan er is, en je hebt zomaar pardoes pief-paf-poef een hele leuke film die net zo lang boeit als twee hele marathons. En, detail, maar oh zo belangrijk, morgen om half 1 is het weer 010 tegen 020, de kraker aller krakers, de moeder aller voetbalveldslagen.

De weg naar Rotterdam

We zijn hier thuis best sportief en goed bezig, maar een dubbele marathon naar Rotterdam werd ons toch te gek, dus de weg naar Rotterdam gisteren werd niet per benenwagen maar per gezinsauto afgelegd, en de eerste stop was Museum Boijmans – Van Beuningen, en wat was ik daar lang niet geweest.

Dertig jaar geleden nam ik van 010 de weg naar Amsterdam, om er vrij sporadisch terug te keren, vooral toen mijn ouders nog leefden. In Boijmans – Van Beuningen was ik al heel lang niet geweest, des te fijner de deels aangename herkenning – de sculptuur van Richard Serra – en de intrigerende tentoonstelling De weg naar Van Eyck, over de beroemde Vlaamse schilder Jan van Eyck en voorgangers, tijdgenoten en nazaten.

Van Eyck was één van de grote schilders uit zijn tijd, en markeerde mede de omslag van anonieme, kerkelijke kunst, naar een meer wereldse kijk waarin ook de schilder er toe deed. De ontdekking van de aarde, als het ware. In het mooie Boijmans gaat dat prima hand in hand met de huiscollectie met mooie werken van Margritte, Monet, Degas en Breitner. Een rijke museumtour met smakelijke lunch zonder frites en baklucht, het kan best.

Maar een dagje Rotterdam is natuurlijk niet compleet zonder zicht op de Maas en de haventrots, dus onder de Erasmusbrug ingescheept op de Abel Tasman (waarom niet de Coen Moulijn?) voor een mooie Spidorondtocht. Een oude bekende – burgemeester Aboutaleb – heette ons in vele talen welkom, en ik moest gelijk weer denken aan de Toren van Babel van Pieter Brueghel die we net daarvoor nog zagen in Boijmans.

Naast al het water, het havanverkeer en de imponerende hoeveelheden containers, moesten we toch vooral concluderen dat Rotterdam er aan beide oevers veel beter en mooier bij ligt dan we dachten. Na nog een side step naar mijn startersetage in Rotterdam – West, aanvaardden wij de dubbele marathon terug en kwamen om half 6 natuurlijk nog in de post-marathon-files in de stad terecht. Bij Restaurant Oud Zuid wachtte een heerlijke finish.