De Alditrein

fyra-v250

Wacht tot het rode licht is gedoofd. Er kan nog een trein komen. Maar dat zal dan geen Fyra zijn. De kreupele hondskoppe treinen van het Italiaanse AnsaldoBreda zijn al heel lang een zorgenkindje en te onbetrouwbaar om nog mee te willen en kunnen rijden.

Het is een toch altijd weer dramatische ontknoping van een verhaal dat al jarenlang niet lekker leest en zorgt voor menige migrainebui in en om het Binnenhof. En het is toch bizar dat het HSL-paradepaardje van de NS een pruttrein is van een bedrijf dat nu juist geen ervaring had met hogesnelheidstreinen. En, zoals zo vaak: penny wise, pound foolish. De Fyra wordt dan ook wel schamper de ‘Alditrein’ genoemd, de goedkoopste trein tegen de laagst mogelijke kwaliteit.

Nog bizarder is het sidelinestukje in Het Parool over inspectie en controle. Onder de kop ‘Wie keurde dat barrel goed?’ ontrolt zich een aan Kafka schatplichtig stukje over toezichthouder Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT). Hert ILT houdt vooral toezicht op de toezichthouders, zes bedrijven die een vergunning hebben om zogenoemd ‘systeemtoezicht’ te houden. “Wij houden weer toezicht op hoe zij (die zes bedrijven, dus) hun inspecties doen. Dus of ze aan de eisen voldoen om dat toezicht uit te voeren,” aldus het ILT.

Lastig. Maar het wordt nog leuker. De overheid heeft geen geld en mensen genoeg om alles te controleren. Daar zijn dus toezichthouders voor. Maar die worden betaald door het bedrijf dat ze controleren. De slager die zijn eigen vlees keurt, we komen het vaker tegen. Lloyd’s Register is het bevoegde bedrijf dat voor de NS de Fyra controleert. Maar wat dat betekent en heeft opgeleverd, is nog een raadsel. Daar zal wel een onderzoek naar komen. Het volgende station in dit spoordrama.

Shut up and read this

Treindromen telt welgeteld 87 pagina’s – en niet de allergrootste – maar in die zeer bescheiden ruimte ontvouwt de auteur Denis Johnson een ‘vuistdikke roman,’  zo schrijft en jubelt Hans Bouman in de Volkskrant dit weekend. ‘Nauwelijks honderd pagina’s, maar wat een ongelooflijk rijke roman.’

De kleine ruimte die Johnson nodig heeft, lijkt een perfect contrast met de onmetelijke ruimte van de onherbergzame Idaho Penhandle waar dagloner Robert Grainier aan het begin van de 20e eeuw bomen kapt en zo ruimte maakt voor de ontginning, de ontsluiting en de economische verovering van het Westen van de V.S.

Geen woord te veel bij Johnson, maar ook geen grote woorden, al heeft Train Dreams na die 87 pagina’s een grote impact, misschien juist wel door die enorme beheersing en door het verhaal dat Johnson slijpt als ‘een rauwe poëet en een meester van de suggestie.’ Net als eerder Het Parool en NRC loftrompettert de Volkskrant ook vijf sterren bijeen voor Johnson. The Small Great American Novel.

En dan hebben we het nog niet eens over de dreigende aanbeveling van Michael Cunningham. Op de achterflap van Treindromen staat een aanbeveling van Cunningham die elke schrijver wel zou willen: “Treindromen heeft mijn leven een beetje veranderd. Net als alle goede boeken heeft het me rijker en bedachtzamer gemaakt. Wat ik zou zeggen tegen mensen aan wie ik het boek geef? Just shut up and read this, motherfucker!’  Dat lijkt me duidelijk.

Minder duidelijk is waarom Train Dreams geen Pulitzer Price for Fiction 2012 mocht krijgen, ondanks de jubelwoorden en de latere push van Cunningham. Cunningham c.s. vermoeden dat de fysieke kleinheid van het grote boek de reden is. Te dun on te winnen, te klein om serieus te kunnen zijn, daar wil de jury niet mee worden gezien. Size matters, ook in de literatuur.

Robert Grainier is een gewone man in buitengewone tijden. Wat een heerlijke punch line is dat. Hij is een kleine man in een groter verhaal, zoals Train Dreams een klein boek is met een majestueuze omvang. Kom er maar eens om. En kom maar eens om een boek dat je op afstand houdt en je naar de strot grijpt, en je als in een film meeneemt naar een wereld die allang vele stations verder is en waar nog af en toe de eenzame fluit van de locomotief klinkt.

Spoorloos

Het spoor in Nederland heeft het zwaar. Niet zozeer door het weer, maar door een soort van collectieve diarree die over NS en ProRail wordt uitgestort, met de valse hoop en de hoge toon dat als dit gezwel is opgelost, Nederland ook weer als vanzelf uit de eigen as herrijst. Het spoor is de nationale pispaal.

Terecht? Wie weet. Politici zijn zelden zakkenvuller, maar ze krijgen het massaal voor de voeten gegooid. Taxichauffeurs? Tuig. Kickboxers? Idem. En daar zijn nu ook de bankiers en de zorgmanagers aan toegevoegd. Het uitschot van de natie. Het beeld is veel krachtiger dan de nuance. En wat is een nuance waard als de wissel niet werkt, de trein niet komt, of zelfs helemaal aan de ketting ligt zoals de Fyra?

We zijn verwend. We hebben een prachtspoor, en soms gaat er wat mis en kapot, maar vrijwel elke keer als ik de trein neem, komt en vertrekt en arriveert de gele reus met blauw op tijd en op de juiste locatie. Geluk? Ik geloof er niks van. Het is eerder zoals ik deze week ergens las: een trein is tien minuten te laat en het station is te klein, maar we staan massaal in een file die veel langer duurt. Het een is een collectieve wanprestatie, het andere is een vrije keuze, Meten met twee maten? Het lijkt er zeker op.

Graag vertellen we dat treinen in Zwitserland vrijwel verticaal tegen een berg opgaan. Daar zullen ze wel voor zijn gebouwd. Pijnlijker wordt het als treinen die voor oneindig laagland zijn gebouwd, van onkunde en weigerdefecten de moed opgeven. Zie de Fyra. Low cost, high risk. En dat doet het beeld van het spoor natuurlijk geen goed.

Een paar geleden had de trein het helemaal. Voortgestuwd door groener denken moest de trein in druk West-Europa het snelle(re) alternatief worden voor het vliegtuig. Ik hoor er hier niemand meer over. Jammer. Gepasseerd station? We zullen zien. Maar het weglokken van vliegkanten met hi-speed internet, lekkere stoelen en een goed glas werkt alleen maar als de treinen ook rijden, en liefst behoorlijk tot goed op tijd, anders wint toch de glamour van een korte vlucht.

In Japan staan 51 Dreamliners van Boeing aan de grond. De hi speed-low fuel vliegtuigen van een nieuwe generatie hebben last van oververhittende accu’s en electrische bedrading die niet safe lijkt. De Amerikaanse Fyra, maybe. Maar de Dreamliner ziet er wel veel mooier uit. Maar kapot is kapot. En dat geldt zeker voor je reputatie. Nog een paar akkefietjes met de Dreamliner en de beurskoers van Boeing stort neer. En de Fyra is al spoorloos. Vertrouwen vertrekt niet per spoor.