Het weer weer

weerbrilHet weer. Altijd het weer. Weer het weer. We hebben het er altijd over. Geen gesprek zonder het weer. Weer fascineert ons mateloos. We klagen, piepen, zuchten en steunen, maar we kunnen echt niet zonder. En we hopen altijd maar op beter. Tegen beter weten in. Hoewel, dezer dagen moest er plots een Hitteplan in werking. Er kwam tropisch weer van ongekende proporties op ons af.

Mooi niet. Natuurlijk niet. Het was en is wel warm, maar een ongekende nationale ramp wil het maar niet worden. Het is een trend. Dreigen. Met Code Geel of Rood. Met een Hitteplan. Uitdrogende ouderen. Huidkanker. Die weermannen en -vrouwen jagen ons op in jacht op nieuwe hitterecords en tegelijk worden ze onze guru’s, de brengers van het goede nieuws of de volgende meteorologische ramp.

Het weer weer. Het gaat er altijd over. Waarschijnlijk omdat we er niets aan kunnen doen. Het weer is het weer. Het overkomt ons. We staan er bij en kijken er naar. Het weer heeft ons volkje gevormd. We klagen graag, en hebben genoeg om te klagen. Zo lekker is het weer hier niet. Veel tegenwind en fikse buien. Vandaar dat we ook zo gek worden van zo’n aangekondigde hittegolf. Nederland in rep en roer.

Maar hoe dan ook. Volgens mij hebben de Grieken veel meer behoefte aan een Hitteplan dan wij. Het klimaat tussen Brussel en Athene komt nu tot een kookpunt. En wie snapt nog hoe zit en verder moet? Verrassend vandaag was het artikel van Yvonne Hofs in de Volkskrant waarin zij aangeeft dat Geert Wilders gelijk heeft over de euro. Politiek nog incorrect, maar het is net als met het weer: het kan zomaar omslaan.

Storm in een glas water

Zoutstrooien-tegen-sneeuw-in-New-York-470x340The National Weather Service van de V.S. moest dezer dagen diep door het stof omdat de aangekondigde sneeuwbergen maar niet vielen in New York. The Big Apple was dagenlang in rep en roer geweest, er zou wel meer dan een meter of nog veel meer sneeuw gaan vallen. Burgemeester De Blasio – hij heeft het al niet makkelijk – zag de buien hangen, en waarschuwde zijn stadgenoten voor het allerergste.

Het is een gedoe met al die voorspellingen, code oranje en rood, en naderend onheil. Ik heb vaak de indruk dat al die weerkanalen alles in de overdrive gooien om hun eigen bestaan te rechtvaardigen. Want als er nooit een windkracht 11 of een enorme sneeuwstorm komt, wie luistert er dan nog naar je voorspellingen? Niemand, dus.

Veel mensen luisteren wel naar de NS – ze moeten wel – maar daar word je niet zoveel wijzer van. Gisteren piepte de telefoon. Morgen aangepaste dienstregeling, seinde de NS, want storm en sneeuw op komst. Nu weet ik niet hoe het u vergaat, maar ik zie veel blauw in de lucht, en nog geen vlok sneeuw. Maar de NS heeft geleerd: liever minder leveren, dan een hele grote puinhoop, dus bij een beetje dreiging sneuvelt de halve dienstregeling. Een fine reis nog.

We dekken ons in, we dreigen wat, en zo kan niemand zeggen dat hij niet gewaarschuwd was. Met alle moderne kennis is dat toch wel een beetje zielige performance. Nee, dan Michiel de Ruijter. Die moest op patriottisme en scheepsbeschuit de Engelsen te lijf en de kuipende politici van het lijf houden. Dat waren nog eens tijden. Geen buienradar, maar een vinger in de lucht. Iets zegt mij dat die vinger nog steeds in de lucht gaat om het weer te voorspellen. Of gaat die vinger richting reiziger?

Weergoden

Het weer. Niermand gaat erover. Niemand kan er wat doen. En toch – of juist daarom – raken we er maar niet over uitgepraat. Het weer is een complete industrie van weersites en weermannen en -vrouwen die zo uitgebreid over het weer ouwehoeren dat je aan het eind van de stortvloed al niet meer of nog steeds niet weet wat voor weer het wordt.

Toen de afgelopen week na het ontluikend voorjaarsweer een nieuwe winter dreigde, leek gans Nederland op slag depressief te zijn. We voelden ons bekocht, bestolen, en genaaid. Het valt me mee dat er nog steeds geen weerman is gelynched voor de aankondiging van een zware storing en onophoudelijke regen. Je zou er zo maar agressief en depressief van worden.

Nou valt dat depressief wel mee, zo las ik in het aardige stukje De mooiweermythe van Tonie Mudde in Wetenschap van de Volkskrant. Velen van ons zijn ervan overtuigd dat zonneschijn substantieel gelukkiger maakt, maar onderzoek staaft dat niet. Het aantal zelfmoorden rond de poolcirkel is niet hoger dan bij ons. In Groenland wel. Maar daar lijkt het eerder te komen omdat het maar niet donker wordt in de zomer.

Somberheid kan bij elke wisseling van de seizoenen toeslaan. Seasonal Affective Disorder, heet dat. Piet Paulusma beschermt zich daar konsekwent tegen. Wij hier ten huize denken dat hij zich voor elke uitzending wapent tegen welk weer dan ook wapent met een glas of drie, just to be on the safe side.

Ik zag trouwens dat Paulusma ook cijfers geeft aan het weer, aan barbecuen, en ook aan de ochtend- en avondspits. En daar kijken mensen dus naar. En vinden er weer iets van. En praten erover bij kapper en koffieautomaat. Of in een blog. Fantastich.

In datzelfde Wetenschapskatern een artikel van Martijn van Calmthout die niet naar de waan van de dag maar naar ijstijd en opwarming kijkt, de langere termijn dus. En dan leren we dat de aarde tot het begin van de vorige eeuw hard op weg was naar een koele periode.

Met de opwarming hebben we er eigenhandig een koele periode afgewend. Wat heet. Het is warmer dan ooit in de menselijke geschiedenis. Dat kunnen we dus wel. Lange termijn. Maar vandaag even beter weer bestellen voor morgen: dat gaat ‘m niet worden. Dat is aan de weergoden.