Bezuinigen op excuses

Rutte.straatmuzikantZe hebben dezelfde achternaam, zijn van dezelfde partij, maar deze Rutte heet Arno, binnenhofnar van de VVD en nu eiser van excuses van de kunstsector. De bezuinigingen van toen staatssecretaris Halbe Zijlstra zouden de sector niet hebben gesloopt, maar juist sterker gemaakt, zo meent Rutte stellig.

Het is toch wat vreemd. Eerst er met twee benen invliegen en een kwalijke geur over de kunstsector verspreiden en dan met wat excel sheets, staafdiagrammen en verscherpt stemgeluid ‘aantonen’ dat het allemaal juist halleluja gaat in de kunstsector. Lies, damned lies, and statistics, zo wist Benjamin Disraeli (of Mark Twain) al.

Rutte heeft natuurlijk gelijk dat de bezuinigingen niet de beschaving stopten en het einde der tijden brachten. Maar het hakken en breken nu framen als de wonderkuur waar iedereen zo van opknapt, is een staaltje van volksverlakkerij waar zelfs zeer hongerige honden geen brood van lusten.

Misschien is dit alvast een voorschot op de grote veranderingen (lees toch vooral bezuinigingen) in de zorg die ons wachten. Het kabinet gooit er nu een kwalijk riekende campagne uit dat het eigenlijk allemaal veel beter wordt straks. De kunstsector eerst, nu de zorg, bezuinigen verkopen als winst, ik zie nu al uit naar de parlementaire enquête. Maar dan komt er niemand weg met excuses.

Ome Joop

Way back, In de Dik-voor-mekaar-show van André van Duin, had Ome Joop – kekke bretels, grote bek, Oost-indisch doof – altijd het hoogste en hardste woord. ‘Wat is er, joh,‘ is na heel veel jaren nog steeds een gevleugelde uitspraak, net als ‘Nee, nou wordt ‘ie mooi.’

Ome Joop was door André van Duin vast niet naar Joop van den Ende gemodelleerd, maar het leek wel alsof Van den Ende dinsdagavond in de Balie Ome Joop speelde. In het door De Balie en Het Parool georganiseerde Stadsgesprek haalde Van den Ende hard uit naar de kunstsector, ‘die gunt elkaar niks,’ volgens Ome Joop II. En: ‘Een minister voor cultuur komt er niet. Daarvoor heeft de kunstwereld niet genoeg gedaan.’

Zo. Pats. Boem. Ik was er niet bij, een ouderavond gaat echt voor, maar de harde woorden op de Paroolavond in De Balie haalden natuurlijk de voorpagina van Het Parool. Zo op een afstand lees ik de woorden van Van den Ende als kritiek, maar ook als driftige aansporing. Zijn pleidooi voor een kunstambassadeur, iemand met kennis van politiek en hart voor de kunst, is ook al jaren mijn pleidooi, en het zou zomaar kunnen schelen en helpen.

En nu niet piepen dat Joop makkelijk praten heeft. En nu ook niet piepen dat Joop van het makkelijke amusement is. Van den Ende heeft het dik-voor-elkaar, maar wel op eigen kracht, en hij heeft – naast misschien een blinde vlek hier en daar – heel veel oog voor anders en anderen en omgeving, in het besef dat je beter van elkaar kunt profiteren dan elkaar de hut uit te knokken.

De kunstsector wil graag serieus worden genomen. Begin bij jezelf, lijkt Van den Ende te zeggen, en hij zou zo maar eens gelijk kunnen hebben. Talrijk zijn de stemmen uit eigen gelederen die beweren dat Zijlstra natuurlijk niet deugt, maar dat hij ook niet helemaal ongelijk had, en dat de kunstsector veel ellende zelf over zich heeft afgeroepen. Dat is een bijzonder lastige spagaat waar de sector de komende tijd toch uit zal moeten kruipen.

Als motto stel ik daarvoor ‘Nee, nou wordt ‘ie mooi’ voor, een heerlijk positief te interpreteren zinnetje van de oude, boze Ome Joop. ‘Nou wordt ‘ie mooi.’ Wat een heerlijke belofte. Weg van het geklaag en het gesputter en de gekwetstheid en de zo breed en eindeloos uitgemeten morele superioriteit. Dat gun ik de kunstsector graag.