Grote dikke ik

RuttezoveelAls burgemeester van Amsterdam had Job Cohen de bijnaam Mister Tefal. Niets wat er gebeurde bleef aan Cohen kleven. Rutte heeft dat ook. De premier heeft ook zo’n anti-aanbaklaag. Zijn voornaamste wapen is zijn lach. Die wordt de ganse dag ingezet, tot op het hysterische af. Het is het handelsmerk van veel politici: het keihard lachen. Zalm kan het ook zo goed. Het zal wel bedoeld zijn om ons de indruk te geven dat alles goed gaat. Want zoveel is er toch eigenlijk niet te lachen?

Rutte de rasoptimist. Enkele jaren geleden in het oog van de crisisorkaan raadde hij iedereen aan een huis of een nieuwe auto te kopen. Een beetje zoals Balkenende en die VOC-mentaliteit. Schouders eronder, niet zeuren, hopla, en vooral blijven lachen. Want wie last heeft van tegenwind, die moet gewoon harder roeien. Toch?

Terwijl de Volkskrant hem portretteerde als de ‘premier zonder eigenschappen’, gaf Rutte eindelijk iets van inhoud bloot. Hij kwam met een verhaal over de ‘Grote Dikke Ik’, het ego van u en mij dat zo opgeblazen is en zijn plek niet meer kent in dit oneindig laagland. Hij berispte graaiende bankiers, althans die bankiers die iets met staatssteun hadden. De rest mocht – zo begreep ik – graaien wat er te graaien viel, zolang de staatsruif maar niet wordt belast.

En dan was er nog de mens zonder baan. Daar heeft Rutte het niet zo op. Hij gooit ze met zijn marktwerkingmantra’s en rendementsdenken massaal op straat en geeft ze nog een trap na door ze te beschuldigen direct naar het UWV te lopen (zo dat al verboden is) en niet een andere baan te zoeken (zo die er al zouden zijn). De onderliggende boodschap: jullie zijn handophouders. Het is allemaal je eigen schuld. Gewoon harder roeien. En maar blijven lachen.