De wereld als grote pinautomaat

The Rolling Stones bestaan 50 jaar. Een halve eeuw Jagger en Richards, wie had dat way back in 1962 kunnen denken.

De jonge helden van toen zijn (toch) oud geworden, voor hen – behalve voor Brian Jones – ging het klassieke ‘Hope I die before I get old’ uit ‘My Generation’ van The Who niet op.

De VPRO Gids van deze week heeft een prachtige foto van een jonge en supercoole Mick Jagger op de omslag, het lijkt wel een schilderij, of een tijdloze reclameposter voor overhemden, het is gedateerd maar kan ook gisteren zijn geschoten, en misschien is dat wel de grote kracht van Jagger, de Karma Chameleon van rock ’n roll.

En zo leven de Stones inmiddels al een halve eeuw hun eigen legende, het zo prachtig bedachte imago van de woesterikken, the bad guys, de slechte neefjes van The Beatles, de geilneven waar je dochter nooit veilig was, alles werd gezopen en gesnoven en gepakt, en rock ’n roll een levensstijl werd waar Satisfaction de upside was van het insluipende verval.

Ik vond The Rolling Stones als image interessanter dan als band. Als ik dan in het klassieke duel tussen beide Britse grootheden moest kiezen, dan waren het voor mij toch The Beatles. Meer muziek, meer inhoud, more mileage. The Beatles zijn al heel lang geschiedenis, maar The Rolling Stones eigenlijk ook. Van de halve eeuw Stones zijn de laatste 25 jaar voorbij gegaan zonder muzikale kicks.

En nu in dit magische jubileumjaar zijn er boeken, verzamel-cd’s, een enkele nieuwe song, en ongetwijfeld nog enkele concerten die de kassa enorm zullen doen rinkelen, ‘de wereld als één grote pinautomaat.’ En ach, zit de knipoog ook al niet heel vet in het prachtige zinnetje ‘I know, It’s only rock’n roll, but I like it.’