Yesterday

McCartneyIk geef toe dat ik wel eens gniffelde als er weer een bejaarde band het podium werd opgerold, maar ik geef het nu grif en ruimhartig toe: ik heb kaarten gekocht voor het – tweede – concert van Paul McCartney in de Ziggo Dome begin juni. Mijn eerste en zeer waarschijnlijk laatste kans om één van The Fab Four in levende lijve te zien.

Je mag voor The Rolling Stones zijn, maar The Beatles waren en zijn toch de maat der dingen in de popmuziek. The Stones waren ruiger, gruiziger en gingen en gaan langer mee, maar zijn muzikaal toch minder baanbrekend en belangrijk dan het op eenzame hoogte verkerende oeuvre van de mannen uit Liverpool.

Paul McCartney is de link met mijn jeugd, de singeltjes die ik mocht kopen, de film Help! die ik met mijn ouders in de bioscoop in Vlaardingen zag, de haarlengtes die inspireerden en de nummers die ik nu nog in slaap mee kan zingen. The Beatles veroverden niet alleen de wereld, maar veranderden ook de wereld. Hun invloed duurt al vele malen langer dan de relatief korte periode van immens succes.

Paul McCartney is heel erg mijn Yesterday en ik mag daar graag schaamteloos sentimenteel over zijn omdat het zoveel goede herinneringen op een prettige waakvlam houdt. Ik verwacht geen fantastisch concert op 8 juni, het is al goed genoeg als Paul het haalt en dat ik ga en er ben, en heel even heel erg fan ben van een man die staat voor een hele band die een hele belangrijke rol speelde in mijn jeugd. Vanaf daar is het leven een Long and Winding Road geweest waar The Beatles zelden ver weg waren. Ik verheug mij.

Oklahoma’s Got Talent

john-fullbright-72f64f5bdc2e8c0ca0379e5acae0a454c515a210-s6-c30Het was het weekend van The Rolling Stones. Jagger c.s. waren het hoogst denkbare hoogtepunt, of – zoals het ook wel klonk – de mannen van de rock and rollators. Op wat begon als een mooie Pinksterdag was Metallica de best denkbare soundtrack voor een hels onweer. En Het Parool jubelde over het concert van Paul Weller in Paradiso.

Mooi allemaal. Maar echt mooi was het optreden van John Fullbright vanavond in Paradiso, maar dan in de kleine zaal. Fullbright is een new kid in town, 26 jaar jong, uit Oklohama, en in zijn eentje viel hij Paradiso aan, gewapend met gitaar, piano en harmonica’, en zijn indrukwekkende stem en songs.

Een markante jongeman. Al genomineerd voor een Grammy. Hij heeft – op enige afstand – iets weg van een jonge Brian Wilson, of een gepimpte Glenn Campbell, of Jon Voight, en op de piano wil hij wel aan Randy Newman doen denken.

Een markante jongeman. Een groot talent. Een getalenteerde songsmith. Luistert naar zijn nieuwe cd Songs, een album vol met wat de titel al duidt: songs, liedjes dus, over verloren liefdes en ander verdriet, het is universeel en van alle tijden. John Fullbright. Nu kostte een kaartje € 13. Over tien jaar koop je voor hem een dagkaart Pinkpop.

A Day in the Life

Beatles6 Juni. Herdenkingsdag. Van D-Day. De invasie in Normandië in 1944 en het begin van het einde voor Hitler-Duitsland. En B-Day. De invasie van The Beatles in 1964 op Nederlandse bodem, de rondvaart door de Amsterdamse grachten, en hun concert in de veilinghal van – jawel – Blokker. Those were the days.

Vroeger was je voor The Beatles of voor The Stones. Een soort Ajax – Feyenoord. The Fab Four verloor de wedstrijd wie het langste meegaat. Zo rond 1970 was het gedaan met The Beatles, en – zo blijkt – toen begonnen de Stones pas warm te draaien. Want ruim een halve eeuw na Time is on my Side is de tijd inderdaad nog on their side en staan de Britse veteranen straks voor een miljoen of 2 op Pinkpop.

Het was pijnlijk en grappig gillende bijna-bejaarden op Maastricht-Aachen Airport gisteren toen de 737 van The Stones er landde. Er was in een halve eeuw niets veranderd. Alleen was iedereen ouder geworden. Jan Smeets is dat ook. The Godfather van Pinkpop is nu ook bijna 70, maar still going strong. Voor hem is het morgen veel meer dan A Day in the Life. Het moet voor hem een fantastisch hoogtepunt zijn.

In 1964 in die Amsterdamse grachten waren The Beatles vriendelijk en benaderbaar en Holland was braafjes zwart-wit. Een halve eeuw later zijn hun rivalen – ooit de neefjes van de duivel – nu de brave mannen die rustig in hun Limburgse kasteelhotel wachten op de aankondiging door Jan Smeets. It’s Only Rock ‘n  Roll, but They Like it…

De wereld als grote pinautomaat

The Rolling Stones bestaan 50 jaar. Een halve eeuw Jagger en Richards, wie had dat way back in 1962 kunnen denken.

De jonge helden van toen zijn (toch) oud geworden, voor hen – behalve voor Brian Jones – ging het klassieke ‘Hope I die before I get old’ uit ‘My Generation’ van The Who niet op.

De VPRO Gids van deze week heeft een prachtige foto van een jonge en supercoole Mick Jagger op de omslag, het lijkt wel een schilderij, of een tijdloze reclameposter voor overhemden, het is gedateerd maar kan ook gisteren zijn geschoten, en misschien is dat wel de grote kracht van Jagger, de Karma Chameleon van rock ’n roll.

En zo leven de Stones inmiddels al een halve eeuw hun eigen legende, het zo prachtig bedachte imago van de woesterikken, the bad guys, de slechte neefjes van The Beatles, de geilneven waar je dochter nooit veilig was, alles werd gezopen en gesnoven en gepakt, en rock ’n roll een levensstijl werd waar Satisfaction de upside was van het insluipende verval.

Ik vond The Rolling Stones als image interessanter dan als band. Als ik dan in het klassieke duel tussen beide Britse grootheden moest kiezen, dan waren het voor mij toch The Beatles. Meer muziek, meer inhoud, more mileage. The Beatles zijn al heel lang geschiedenis, maar The Rolling Stones eigenlijk ook. Van de halve eeuw Stones zijn de laatste 25 jaar voorbij gegaan zonder muzikale kicks.

En nu in dit magische jubileumjaar zijn er boeken, verzamel-cd’s, een enkele nieuwe song, en ongetwijfeld nog enkele concerten die de kassa enorm zullen doen rinkelen, ‘de wereld als één grote pinautomaat.’ En ach, zit de knipoog ook al niet heel vet in het prachtige zinnetje ‘I know, It’s only rock’n roll, but I like it.’