Aards paradijs

Zuidland. Voor mij was het altijd dat toch wat boertige dorp wat meer  landinwaarts op het eiland Voorne waar ik ons Brielse neo-watergeus elk seizoen heen moest om de kleuren, de eer en het doel van SC Voorne te verdedigen.

Veel eerder in de geschiedenis was Zuidland een nog te ontdekken – en naar later bleek mythisch – land dat ergens tussen Chili en Australië zou moeten liggen. P.F. Thomese schreef de bundel Zuidland die in 1991 de AKO Literatuurprijs won.

Thomese’s Zuidland is een bundel over de ongewenste lotsbestemmingen van enkele vrijwel of geheel vergeten figuren uit onze vaderlandse geschiedenis. Eén van hen was Jacob Roggeveen, over wie recent de biografie Naar het Aards Paradijs is verschenen, en waar Aleid Truijens in de Volkskrant Boeken een mooie recensie over schreef.

Roggeveen ging in 1721 op zoek naar Zuidland dat hij – dus – nooit zou vinden. Wel ontdekte hij en route en en passant het eiland dat wij nu kennen als Paaseiland, en dat zo heet omdat het Pasen 1722 was toen Roggeveen het bij toeval ontdekte.

Het Aards Paradijs zou Roggeveen nooit vinden of bereiken, maar dat was niet alle ellende die hem trof. Eén van zijn drie schepen verging en hij moest zich in Batavia onderwerpen aan de VOC die hij zo graag te slim af had willen zijn. Als ontdekkingsreiziger vertrok hij uit Holland, als gevangene kwam hij terug.

Een halve eeuw na zijn zoektocht werd officieel vastgesteld dat Zuidland niet bestond. Het enige wat voor Roggeveen overbleef was die toevallige ontdekking van Paaseiland dat op zich ook weer geladen is met mysterie. Dat dan weer wel. Maar zonder dat mysterieuze eiland zou Roggeveen niet eens een voetnoot in de geschiedenis zijn geweest.