KASPER ZELF

Vlaardingen-Oost, kijkend richting Schiedam, zo rond mijn geboortejaar

Ik ben – net als Wouter Bos, Geert Mak en Bas en Aad van Toor (Bassie en Adriaan voor intimi) – geboren in Vlaardingen en dus een haringkop. Twee dagen voor mijn geboorte was de tragische vliegramp in Munchen die de Busby Babes van Manchester United decimeerde. We schrijven het jaar 1958. Een beetje een overgangsjaar, volgens mij, maar dat is nu makkelijk gezegd. Maar ik was gelukkig wel net op tijd en aanwezig toen het echt allemaal begon, net op tijd voor het jaar dat alles veranderde, net op tijd voor 1959, The Year Everything Changed van de Amerikaanse schrijver Fred Kaplan.

De liefde voor het woord, de zinnen en het boek zal ik van mijn vader hebben. De jonge Adriaan Cornelis van Noppen – van 1926 – gaf in de nadagen van de Tweede Wereldoorlog het clandestiene literaire tijdschrift  Parade der profeten uit, waarin W.F. Hermans voor het eerst publiceerde. De toen kleine oplage heeft nu een hoge antiquarische waarde.

Na mijn eerste zeven jaar in de wederopbouwnieuwbouw van Vlaardingen-Oost, volgde een mooie jeugd part II in het historische vestingstadje Brielle, of Den Briel. Den Briel vind je in onze geschiedenisboeken omdat de Geuzen op 1 april 1572 de stad veroverden op den Spanjaard.Het was een hele schok voor deze importjongen dat ik mij op de lagere school plots in een door mijn moeder zelf gemaakt middeleeuws pak moest hijsen, met bijpassende muts met veer. Genant, zelfs op je 8e. Niet voor iedereen is 1 april een goede grap.

Thuis in Den Briel waren er gelukkig goed gevulde boekenkasten met Wolkers en Updike en Roth, en na een naar half jaar op de lokale Rijks H.B.S. (een soort Colditz voor beginners) volgde er een schier eindeloze schooltijd in Spijkenisse met grote en kleinere liefdes, feesten met visnetten en Chianti-manden, slijpen op Santana en Fleetwood Mac, veel bier in de lokale Honky Tonk, voetbal, en een ‘vríj’ schoolregime waar onze samenleving nu nog steeds de wat moeizame vruchten van plukt.

En bij de nieuwe DUAL pick up stonden naast Mozart, Taneyev, Brubeck, Gene Krupa, Leonard Cohen, Thijs van Leer, en de oudejaarsconferences van Wim Kan ook LP’s van Neerlands Hoop in Bange Dagen, ‘Live in Wadway’, en ‘Plankenkoorts’, bronnen van vermaak en inspiratie.

Freek de Jonge vatte het tijdsgewricht ooit mooi samen in: “En hoeveel is 1 en 1, Jantje?”, waarop Jantje antwoordde “drie!” en de meester helemaal blij “bijna goed” terugriep en Jantje een half punt voor de moeite gaf. Die tijd. Maar voor een middelbare puber het Walhalla. Wie doet me wat, wie maakt me wat? Precies. Niemand.

Na een zesjarige HAVO (soms zit het tegen) en aansluitend nog twee jaar VWO mocht en moest ik in 1977 van school af en mijn ‘blanke’ dorp uit en kwam ik in Rotterdam-West terecht in een stad en werelden die nieuw en niet altijd even aangenaam waren. Mijn Rechtenstudie kwam er nooit van de grond, het was een last minutekeuze omdat ik weer was uitgeloot voor de School voor de Journalistiek.

In 1983 verruilde ik Rotterdam voor de ‘emancipatiemachine’ (dank, Maarten van Poelgeest) Amsterdam – 010 voor 020 heet dat tegenwoordig – en dat Mokum is sinds 1983 mijn vaste woon- en verblijf- en werkplaats.

We – Joke en ik, en onze nog almaar groter groeiende dochters Bente en Hedda – wonen op de bekende steenworp afstand van het Vondelpark, van het Museumplein, van de Nachtwacht, de Zonnebloemen, H.M., en de 5e van Mahler. Oud Zuid, Thuis Best.

Na een handvol jaren als marketeer bij Het Nationale Ballet en betrokken bij de grote overgang van het gezelschap van de Stadsschouwburg naar Het Muziektheater, stapte ik op 1 december 1988 op Weteringschans 108 als krullenjongen/copywriter binnen bij Bode Bosman & Kompagnons, het bedrijf dat ik – later herdoopt in BBK/Door Vriendschap Sterker – van 1993 tot eind 2011 als directeur en partner mede leidde.

Nu ben ik vrij en onverveerd, zelfstandig, zonder last of ruggespraak, zzp’er zo u wilt, en ik bedenk en schrijf er lustig op los, en heb en gun mezelf meer tijd voor mezelf, voor dingen die ook leuk zijn of vaak nog veel leuker.

Mijn weblog – sinds 2008 – is mijn vermetele poging tot ordening en duiding van de zee aan zin en onzin in informatieland, in politiek en openbaar bestuur, in sport, en kunst en cultuur, en tegelijk een nimmer aflatende oefening in discipline. ‘Elke dag een stukkie,’ zoals Simon Carmiggelt dat ooit noemde.