Imagine

lennon.34

Stel je voor, een 34-jarige oudere jongere uit LIverpool komt auditie doen bij The Voice. Zijn Imagine doet het niet echt lekker bij de jury. ‘Een beetje te dramatisch,‘ volgens de een en ‘je probeert wel heel veel te vertellen in een kort tijdbestek.‘ Het gegeven is leuk. En raakt veel meer dan alleen het grappige filmpje dat het goed doet op YouTube.

De vraag is indringend: zou John Lennon nu bij The Voice een deuk in een pakje boter trappen, of roemloos en anoniem terug moeten richting Mersey. En de volgende kandidaat dan, Bob Dylan, met zo’n stem kom je echt niet in de volgende ronde.

Het is de SBS-RTL-ziekte van het pluggen en promoten van vierderangs talent als the next generation, terwijl het echt alleen maar gaat over uitgekiende PR en marketing, product placement en de dik betaalde sms’jes van kapitaalkrachtige pubers.

De werking is dodelijk. Al het zangtalent moet wel goed zijn want het krioelt van dit soort programma’s en er wordt massaal naar gekeken. De omgekeerde bewijslast. Het is goed want het is populair. Bij The Beatles was het andersom. Bij Dylan ook.

Mijn kinderen moet ik blijven uitleggen dat er ook programma’s zijn en bedacht kunnen worden waar niet elke week weer iemand naar huis wordt gestuurd op onterecht opgepijpt. Dat het onecht is, onwaarachtig, smakeloos, en slechts gefocust op wurgcontracten voor winnaars en het verrijken van de John de Mollen van deze wereld. Imagine: no need for greed or hunger, a brottherhood of man…

Brood en spelen

Rio-605x250

De Romeinen snapten het al. Geef het volk brood en spelen, en je hebt rust in de tent. Gooi wat Christenen voor de leeuwen, en je kunt er als machthebbers weer even tegenaan. In Brazilië dachten ze het volk dan ook een groot plezier te doen met het WK-voetbal in 2014 en de Olympische Spelen twee jaar later. Maar het volk mort. En gaat massaal de straat op.

Natuurlijk houden de Brazilianen van sport en van hun futebol, ze zijn er grootmeester in. Maar het lijkt alsof de oppositie vooral gericht is tegen de grootgeldsmijterij en tegen de megalomane en corrupte internationale sportkoepels. ‘Wat moet mijn zieke kind met een voetbalstadion’ is nu een beroemd spandoek uit Rio.

Had was triest en ziek dat grote voetbalbaas Blatter zich al heel snel bemoeide met de interne aangelegenheden van Brazilië en het protest richting mestvaalt poogde te duwen. Het lijkt hem niet te lukken, maar het tekent wel hoe groot de macht is die die bonden hebben en de arrogantie die zich – als een staat in een staat – aanmeten.

Brazilië is booming, Brazilë is Pelé, Ronaldo, Neymar en al die andere voetbalkanaries, Brazilië is Rio, en Copacabana, en The Girl From Ipanima, en – vooruit – Barry Manilow die nog steeds ergens dronken achter een piano hangt met Rio op zijn lippen bestorven. Brasil is een opkomende super power, met superpowerpretenties, maar nu ook en voor het eerst met een volk dat buskaartjes te duur vindt, openbare voorzieningen ondermaats, en de geldsmijterij naar de grote sportevenementen als schuldfactor ziet.

Die geest is uit de fles. En die geest gaat er niet zomaar meer in, hoeveel traangas en rubberen kogels je er ook tegenin gooit. Brood en spelen is niet genoeg voor een trots volk dat verder wil en ziet hoe politiek en toplaag zich verrijken, ook aan de WK en aan de Olympische Spelen. Brazilië staat misschien voor de grote opgave om van een semi-relaxed archaïsch land vol diepe kloven tussen rijk en arm zich echt op te gaan werken naar een beter bestuurd, eerlijker en potentierijk land.  .

Summer in the City

summerinthecity

Na eindeloos geklaag en gekanker was er gisteren dan eindelijk de zon, en de stad explodeerde spontaan en massaal. Terrassen puilden uit, de Amsterdamse bevolking en het toeristenvolk leek zich in no time vermenigvuldigd te hebben, en iedereen zoog de zonkracht bijna desperaat op, alsof het elk moment weer voorbij zou kunnen zijn.

Het was gisteren – en nu met een winderige follow up – Summer in the City. Wie kent niet die prachtige single van The Lovin’ Spoonful die in de zomer van 1966 wereldwijd een hit was? Het is een iconisch nummer, en je wordt er in 2 minuut en 41 seconden helemaal blij en uitgelaten van. Happy Together.

Grappig is dat de single allerlei straatgeluiden heeft en het instrumentele tussenstuk van de song en naar ik begrijp horen we daar ook een toeterende VW Kever, de hippe auto van hip Amerika in 1966. Overigens was Summer in the City niet de eerste en ook niet de laatste hit voor The Lovin’ Spoonful. De New Yorkse band van John B. Sebastian scoorde ook met Daydream, Rain on the Roof en Darling Be Home Soon grote hits.

Summer in the City was in Nederland de grootste hit van The Lovin’ Spoonful. De single bereikte de tweede plaats en stond maar liefst dertien weken in de Top 40. Om maar even aan te geven hoe wij altijd al snakten naar de zon en de warmte. Maar ja, ons land ligt gewoon verkeerd. Maar dat wil er maar niet in. En dus hangen we als onze lifeline  aan klassiekers als Summer in the City of Mr. Blue Sky.

Chicago Globetrotters

harlem.2

Vanavond in complete gezinsopstelling naar een stampvol Sporthallen Zuid voor de basketbalshow van de wereldberoemde Harlem Globetrotters. Hoewel er een wedstrijd wordt gespeeld, gaat het daar niet om. De Globetrotters geven een gelikte Amerikaanse feel-good-show, met acrobatiek, humor – al dan niet leuk – gooi en smijtwerk en veel interactie met het publiek. Harlem Globetrotters is een family friendly  PR-machine voor het basketbal.

Het begon in 1926. Niet in Harlem, maar in Chicago. Dat Harlem kwam pas een paar jaar later, een truc om het zwarte van de Globetrotters extra aan te zetten. Het zwarte team was een unicum. Tot 1950 zou namelijk geen enkele zwarte in het professionele Amerikaanse basketbal spelen. De Globetrotters trokken als een black minstrel basketbalshow door het toen nog zwaar gesegregeerde Amerika.

Harlem Golbetrotters brengen een show van zo’n 2 uur met een wedstrijd die geen wedstrijd is als basis. De tegenstanders staan ook gewoon op de pay roll. Een soort dubbele match fixing, dus. De wedstrijd is dan ook geen doel, maar een middel om het publiek erbij te betrekken, te clownen, en vooral kids enorm te laten genieten. Het is een sportcircus, met de trotters als superieure atleten en enthousiaste clowns.

Het zijn vanaf 1950 en vooral de laatste decennia die superieure zwarte atleten die de toon zetten in de NBA in de V.S. De Harlem Globetrotters hebben daarvoor in de eerste decennia van hun bestaan de basis gelegd. Dat sommige van de grappen nu zo weggelopen lijken te zijn uit shows van tientallen jaren terug, geeft aan dat het spectakel ook wat oubollig is en te vol met clichés. Maar volgens mij ging iedereen vrolijk naar buiten.

Lekker belangrijk

En waar mijn blog dan wel over moest gaan,’ zo klonk het zondag van diverse kanten in de Buitenvelderste kleedkamer na de bloedeloze 2-2 tegen het Nieuw-Vennepse DIOS, een wedstrijd die – zeker voor de neutrale toeschouwer, als die er was geweest – het beste schriftelijk had kunnen worden afgedaan.

Vorige week was een makkie, een eitje, toen kon ik op de bluftoer met een vlak voor tijd gestopte penalty die de zege veilig stelde. Maar nu? Geen idee. Misschien wat softie-gewauwel over scherpte, niet goed aan de wedstrijd begonnen, inzet, en wat al niet. Maar wie wil dat lezen? En als je je niet één keer per week scherp kunt zijn bij je zelf gekozen hobby, hoe moet het dan verder op deze aardkloot?

Voetbal is geen spelletje. Voetbal is geen belangrijke bijzaak. Voetbal is lekker belangrijk. Zo belangrijk dat iedereen het erover heeft, iedereen er verstand van heeft, en steeds meer mensen er zinvol en aangenaam over schrijven. Niet over wat er precies in de 82e minuut in het strafschopgebied gebeurde, maar meer de grote lijnen, het genetisch materiaal van het edele voetbalspel.

Zo las ik net in Het Parool een recensie van Arthur van den Boogaard over A History of Football in 100 Objects van Gavin Mortimer, de voetbaltegenhanger van een identiek boek over de geschiedenis van de wereld in 100 dingen. Fijn boek, vond Van den Boogaard, met totaaloverzicht en oog voor details. En wie wil dat nu niet?

Voetbal is lekker belangrijk. En zondag komt Arsenal 9 op bezoek (zonder Arsène Wenger, overgens), en dan moeten ‘we’ er staan, willen we nog tweede worden dit seizoen en zo uitzicht houden op een plaats die recht geeft op Europees voetbal. Lekker belangrijk. Zo is dat. En met alle respect: zondag moet er gewoon worden gewonnen.

0,45 seconde

Een strafschop. Hoe moeilijk kan het zijn. Een bal die met een snelheid van 90 kilometer per uur wordt afgevuurd, legt de 11 meter tot de doellijn af in 0,45 seconde. Hoe oneerlijk kan het zijn. Een keeper heeft minimaal 0,5 tot 0,7 seconde nodig om vanuit het midden van zijn 7,32 meter brede doel de hoek te bereiken. Als hij al de goede kiest, en niet met een listige schijnbeweging de verkeerde kant op wordt gestuurd.

Keepers worden geacht kansloos te zijn bij een strafschop. En dan is er ook nog de regel dat de keeper pas van zijn plek mag als de penalty is genomen. Dat zet hem nog verder op achterstand. Hij heeft namelijk 0,15 tot 0,2 seconde nodig om in beweging te komen. Dat is de minimale reactietijd. En dan moet hij nog naar de hoek. Een onmogelijke opgave, hoor ik u denken. Nou, dat valt mee.

De penaltynemer is in snelheid en volgens de natuurkundewetten met gemak de winnaar.Toch worden er heel veel penalty’s gemist. Ze gaan links en rechts naast, huizenhoog over, eindigen op paal en lat, of in de handen of op de vuisten van de dus toch niet geheel kansloze keeper. En dan is er nog de psychologie. De penaltynemer moet scoren, want het is toch zo simpel. De keeper heeft dus niets te verliezen. Alle druk ligt bij de nemer. En dan wordt het leuk.

Zondag werd het leuk. In slaperig en grijs Aalsmeer bij RKAV stond er lang een brilstand op het bord, en toen we toch op voorsprong waren gekomen, bood de scheidsrechter de thuisclub met een bedachte penalty de kans vlak voor tijd alsnog langszij te komen. Gelukkig had ik een keepersleven geleden van een trainer veel geleerd van hoe je als keeper penalty’s kunt pogen te ‘lezen.’

Ik keek de penaltynemer aan. Ik zag niet veel vertrouwen. Eerder onrust, angst misschien wel. En vervolgens lette ik alleen nog maar op zijn voeten en met welke hij zijn aanloop zou beginnen. Dat zou mij heel veel zeggen over de hoek van zijn keuze. En hij deed precies wat ik dacht dat hij zou doen.

En dus – met alle geldende snelheidsbeperkingen en natuurkundige achterstand – kon ik de halfhoog genomen strafschop met de linkervuist uit de hoek slaan. Het voelde als triomf, single handed de in de kou bevochten zege valak voor tijd veilig gesteld, als in een oud stripverhaal waar je favoriete keeper alles stopt en zijn briljante teamgenoot vlak voor tijd de winnende goal maakt. Met drie punten in de tas en een smile van oor-tot-oor terug naar SC Buitenveldert. Het was zo best een mooie zondag.

Lekker stel

Wesley en Jolanthe. Geer en Goor. Pauw en Witteman. Ron en Carlo. Johnny en Rijk. Bram en Freek. Sam and Dave. Jing en Jang. Hepie en Hepie. Batman and Robin. Frank en Mirella. Bolland en Bolland. Waardenberg en de Jong. Knevel en van den Brink. Frank en Ronald. Holleeder en Endstra. Jip en Janneke. Willy en René. Wallace en Gromit, Estelle en Badr. Eva en Bram. Mark en Diederik. Mark en Lodewijk. Asterix en Obelix. Jut en Jul. Simon and Garfunkel. Vroom en Dreesman. Mick and Keith. William and Mary. Mabel en Friso. Lange Frans en Baas B.. Linda en Jeroen. Martijn en Wendy. Snuf en Snuitje. Stills & Nash. Ard en Keesie. Snip en Snap. Wat en Halfwat. Mike en Thomas. Grace en Rainier. Barack en Michelle. John en Yoko. Spong en Hammerstein. Bram en Nico. Ron en Carlo. Sacha en Rick. Bassie en Adriaan. Charles en Diana. Bridget en Thijs. En nu dan exit Heleen en Ton. En welkom Bram en Gaby. En terug van heel even weggeweest: Silvie en Raffie. Ze gaan het weer proberen. Lekker stel. Ons past slechts oneindige vreugde na een kort en heftig tranendal.

Bommen en granaten

Boeken. van de Volkskrant is een wekelijks genot. De bijlage is vol lees- en kijkingangen groot en klein, en voor een boekverslinder zoals ik verplichte literatuur. De bijlage van afgelopen zaterdag was de regel die de regel bevestigt; je blijft lezen.

Na recent bezoek boeide me het grote artikel Voorheen koning der armen over de ‘kleptocraat’ koning Mohammed VI van Marokko mij zeer. En er is de boekenkast van, overigens volgens mij ooit eerder en beter bedacht door mijn voormalig collega Erwin. En dan de recensies natuurlijk, de columns, en de tekening van Stefan Verwey.

In de marge van Boeken. mag ik graag kijken naar de wat weggestopte rubriek Omslag waarin coverontwerpen van nieuwe boeken kritisch of ademloos worden bezien en becommentarieerd. Deze week de omslag van Strijd! polemiek en conflict in de Nederlandse letteren, een bundel voor de in Leiden afscheid nemende hoogleraar moderne letterkunde Jaap Goedegebuure.

De omslag toont de strijd van het spel Stratego dat heel af en toe hier ook nog uit de kast komt, en dat ik als kind zo vaak speelde. Het spel van bommen, mineurs, een maarschalk en een spion, en de te veroveren vlag. Stratego was veel meer dan een spel met poppetjes en rangen, je kon er in je hoofd ware veldslagen mee voeren.

Sander Pinkse gebruikte een oude versie van Stratego voor zijn fraaie ontwerp van Strijd! Het originele spel vermoedde ik Brits, Duits of Frans, maar het is bedacht door een landgenoot, de Joodse onderduiker Jacques Johan Mogendorff. Hij overleefde de oorlog en Bergen-Belsen, en na zijn terugkeer werd zijn spel een hit.

Stratego is een eerlijk oorlogsspel: beide legers zijn even groot en sterk, en er vallen geen doden, de militairen verdwijnen gewoon stilletjes van het bord, outranked. Het komt aan op list en een goed geheugen, en hoeveel manschappen je ook verliest, als je het vijandelijke vaandel verovert, dan win je. Binnenkort toch maar weer een keertje spelen.